14 augustus 2017

Lamme Urgh 144: Zen wil leren vuur maken


Aan het begin van de middag keren de vissers met manden vol schoongemaakte en in sneeuw verpakte vis huiswaarts. Tak, een oude jager die visser is geworden, zet een grote kom vol met koppen en ingewanden van de schoongemaakte vis bij de grotopening waar Urgh aan de drijfboom zit te werken. De drie wolven die hem gezelschap houden vallen vol enthousiasme aan op de aangeboden lekkernij. Zonder iets te zeggen loopt Tak terug naar de waterkant en probeert een grote mand die daar staat op te tillen. De mand is te zwaar. Zuchtend pakt de oude man een hengsel van de mand vast en trekt deze over de sneeuw naar de grotopening. 'Urgh, deze mand zit vol visafval en sneeuw voor de wolven. Ik zet hem in deze grot dan kan Ani zich niet vergissen tijdens het koken'. De oude man pakt de lege theekom van Urgh. 'Ik ga mij eerst warmen bij het grote vuur, dan breng ik jou wat warme thee'. Urgh knikt dankbaar. Tak onderdrukt een rilling. 'Waarom maak je hier geen klein vuur Urgh?', vraagt hij dan. 'Het is hier bijna net zo koud als buiten en we hebben hout genoeg'. 'Nu nog wel', antwoord Urgh, 'Maar de winter is nog maar net begonnen. Daarbij, als ik doorwerk, blijf  ik warm'.  Tak grinnikt eens. 'Dat dacht ik vanmorgen ook', zegt hij met een scheef lachje, 'Maar al snel begon ik te dromen van een warm vuur'. 'Als ik de hoeveelheid manden zie', zegt Urgh, 'Dan was het een goede vangst'. Tak knikt. 'Een hele goede vangst', antwoord hij, 'Maar de randen van de rivier zijn aan het bevriezen zo koud is het dus of we morgen de netten nogmaals leeg kunnen maken.....'. Weiffelend haalt Tak zijn schouders op. 'Volgens Gaya, Ani en Yali hebben we genoeg voedsel voor de komende drie manen. Alles wat we er bij vangen en vinden is mooi meegenomen. En anders hebben we de schapen nog', antwoord Urgh, 'We hoeven deze winter geen honger te lijden Tak, maak je maar geen zorgen'. 'Ik weet het', bromt de voormalig jager, 'Maar het idee de hele winter binnen te moeten zitten trekt mij niet aan'.  Met de theekom in zijn handen loopt hij de grot uit om buitenom naar het deel van de grot met het grote vuur te lopen. 

Het is niet Tak maar Zen, het eeuwig kind, die even later met een volle kom in zijn handen bij Urgh de grot in loopt. 'Ahhh, warme thee!', zegt Urgh, 'Lekker'. 'Nieh tee, sup', antwoord Zen. 'Jurg wil tee?' 'Soep is nog lekkerder', antwoord Urgh snel en strekt zijn handen naar de kom uit. Zen laat zich tussen de wolven op de grond vallen terwijl Urgh genietend van de warme soep drinkt die niet alleen zijn handen maar zijn hele lijf verwarmt. Wanneer Urgh de kom leeg heeft en naast zich neerzet staat Zen op, gaat recht voor hem. 'Zen vraag voo Jurg. Magdah?' 'Natuurlijk mag jij een vraag stellen!', antwoord Urgh. 'Jurg Zen lee vuuh makeh?'. Urgh aarzelt even. 'Klee, Ru en Tee al vuuh maak. W'om Zeh noh nieh?'. Urgh kijkt de jongen voor hem aan. Zen mag dan een eeuwig kind zijn, dom is hij beslist niet. 'Ik ga jou leren vuur te maken', antwoord Urgh met een warme glimlach op zijn gezicht. 'Weet jij wat je allemaal nodig hebt om een vuur te maken?', vraagt hij dan. Zen knikt. 'Steen, vuuhsteeh, ghas of snippehs en hawt'. Hij denkt nog even na. 'En blaas', zegt hij en maakt bolle wangen. Urgh steekt zijn duim omhoog, het teken van de Vroegere Stam om aan te geven dat iets goed is. Zen begint te glunderen. 'We beginnen met de stenen Zen. Ga genoeg stenen, ongeveer zo groot', en hierbij houdt Urgh zijn vuist omhoog, 'halen zodat we een ring voor rond het vuur kunnen maken'. Gade geslagen door Urgh rent Zen met een blij gezicht, en op de voet gevolgd door twee jonge wolven, de grot uit, op zoek naar stenen in de sneeuw.

Niet alleen Urgh kijkt de jongen na. Bij de ingang van het woongedeelte van de grot zien Tak, Ani, en Gaya de jongen ook naar buiten rennen. 'Zo te zien werkt je plannetje', zegt Gaya verbaasd tegen Tak. Die glimlacht slechts. Het is Ani die antwoord, 'Sinds wanneer heeft Urgh mijn zoon ooit iets geweigerd Gaya?'. Zuchtend  geeft Gaya de hoofdkokkin gelijk. 'Maar wat moeten we verzinnen dat Urgh morgen weer warm zit', voegt zij er bezorgd aan toe. 'Voorlopig niks', reageert Tak met een brede lach. 'Zodra het Zen gelukt is om vuur te maken zal hij dat de komende weken nog vaak genoeg aan Urgh willen laten zien. Zelfs zonder dat wij hem een hint in die richting geven. Maak je maar geen zorgen Gaya. Urgh zit er deze winter warmpjes bij'.

De drie mensen bij de hoofdingang kijken nog even hoe het eeuwige kind een armvol stenen naar de zij ingang van de grot draagt. Dan keren zij zich om, slaan de dierenhuid bij de ingang een stukje opzij en gaan de door een groot vuur verwarmde en verlichte grot binnen, en gaan verder met hun taken voor die dag.

π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½

Ben je een nieuwe lezer van het Boek van Urgh en ben je benieuwd naar wat hier aan vooraf ging? Lees dan ook Deel 1: De lamme jager, Deel 2: De dorpswijze, Deel 3: Stemmen uit het verleden en de eerdere hoofdstukken van Deel 4

12 augustus 2017

Traumaatje overwonnen

Eigenlijk was 'Herinnering' ook wel een goede titel voor dit blog maar aangezien dit er eentje is uit de categorie 'licht traumatisch' past deze titel ook prima. We gaan terug naar het jaar 1990. Hij en ik verhuisde van een Brabants dorp naar een middelgrote Limburgse stad. Eentje met een Albert met parkeerdek boven. Toen nog een noviteit. 

Hij en ik gingen met mijn auto, een Subaru Mini Jumbo, naar Albert voor de weekboodschappen. Van de twee woorden die samen het model van mijn auto aangaven was alleen het onderdeel 'mini' goed gekozen. De Subaru MJ was een koekblikje op wielen. Een dun stukje plaatwerk met een bromfietsmotortje. Een rijdende koffiemolen zal ik maar zeggen. Hij reed (anders was dit nooit gebeurt) en ik zat braaf naast hem. 

Parkeren op het nabij gelegen parkeerterrein of langs de straatkant was not done. Het parkeerdek lonkte. Wij, nou ja hij, stond niet alleen in het verlangen gebruik te maken van het parkeerdek. Wij sloten aan in een lange rij. Van hekkensluiter werden wij middenmoot. Eindelijk, eindelijk was het zo ver. De helling lag voor ons. Met loeiende tweetactskoffiemolenmotort reed Hij achter onze voorganger aan  de best wel steile helling op. De ene na de andere auto voor ons ging stilstaan. Hellingtrekken was het devies. De handrem ging er op. MJ zakte in haar remmen. De auto's voor ons gingen weer rijden. Hij was goed in de bijzondere verrichtingen maar… MJ met haar tweetactskoffiemolenmotortje weigerde zichzelf uit haar remmen te trekken. Na diverse vergeefse pogingen ben ik uitgestapt, naar de mensen achter ons gaan wenken dat zij achteruit moesten gaan rijden. 

Het duurde even maar dan heb je ook wat. De helling was leeg. Langzaam rolde MJ naar beneden, naar de voet van de helling. 

Eerlijk is eerlijk. Ik zou het op dat moment opgegeven hebben. Ik zou de draaicirkel van MJ getest hebben. Ik was als een dief in de nacht verdwenen. Hij niet. Hij liet de motot van MJ ronken en met een korte aanloop vloog hij de helling op. Ik liep over het naastgelegen stoepje naar boven. Enigszins beschaamd, dat wel. Een paar weken later werd MJ ingeruild voor een echte auto. Eentje die de helling wel aan kon. Voor mij kwam dat te laat. Ik had een helling-traumaatje opgelopen. Ik vermeed elke helling en lukte dat niet, dan wachtte ik tot de helling leeg was alvorens met een ronkende motor de helling te nemen.

Tot vandaag. In een aanval van 'ik ben toch geen fokking watje' hebben Iggy en ik vandaag het oude trauma overwonnen en de Ikea-parkeergarage helling genomen. Yihawww!

Oww, dat was ik in het intro vergeten te zeggen. Buiten een licht traumatische herinnering is het natuurlijk ook een zwaar humoristisch exemplaar die het goed doet op feesten en partijen. πŸ˜‚

11 augustus 2017

Herinnering

Vanaf het moment dat ik woensdag in Iggy bij de garage weg ben gereden heb ik een terugkerende herinnering. Eentje die op blijft ploppen en mij nostalgisch maakt. En hoofdbrekens bezorgd want waarom vliegt juist deze herinnering uit lang vervlogen tijden behorende bij een vorig leven door mijn hoofd. 

Ondertussen ben ik er uit en is het tijd om de herinnering en de (mogelijke en onmogelijke) verklaringen te delen. 

Goed. Iggy en ik rijden dus weg bij de garage. Iggy is geen gewone automaat maar een semi-automaat en dat schakelt net iets minder soepel dan ik de laatste 4 auto's gewend ben. Ze stottert een beetje. Juist dat stotteren leidt mij terug naar mijn allereerste ritje in een automaat. Ergens in 1996. In Amerika. Samen met een ander echtpaar zijn Hij en ik naar Amerika gevlogen om ons te orienteren op een mogelijk verblijf van een paar jaar in Richmond Indiana. Het bedrijf waar Hij en de Andere Hij voor werkte heeft ons verblijf tot in de puntjes geregeld. We worden door een mogelijke collega bij het hotel afgezet. Daar staan twee auto's (eentje voor ons en eentje voor het andere echtpaar) en een makelaar op ons te wachten. De mannen moeten naar de fabriek, wij dames mogen achter de makelaar aanrijden om huizen te gaan bekijken. Hij stapt in de ene auto, Hij van haar stapt bij hem in, en zij rijden achter de persoon die ons op heeft gehaald aan om naar de fabriek te gaan. 

Zij van hem krijgt de autosleutel van de andere (nieuwe) auto in haar hand gedrukt maar durft niet te rijden. Ik neem de sleutel van haar over en stap in. Zij stapt ook in. De makelaar stapt in zijn eigen auto, draait en wacht tot ik zo ver ben. Ik start de auto en mijn voet zoekt de koppeling. Pas dan realiseer ik mij dat ik in een automaat zit. Ik probeer met de rem te koppelen en een beetje hortend en … daar is-ie… stotterend rijd ik achter de makelaar aan. Na een minuut of vijf gaat het allemaal een stuk soepeler en nog eens tien minuten later, wanneer wij over een brede laan door een prachtige wijk rijden weet ik twee dingen: Ik wil hier best wonen en als ik later groot ben wil ik een automaat.

Rijdend in Iggy vraag ik mij af waar de herinnering vandaan komt. Het stotterend wegrijden? De kleur en het formaat van de auto? Het tijdelijke gevoel van onwennigheid? De euforie van instappen en wegrijden? De typische geur van een nieuwe auto?

Vandaag, aan het eind van de middag op weg naar huis, weet ik het ineens. Het is een combinatie van alles en niets. Ik heb vaker in een nieuwe auto gereden, maar dit keer rijd ik in een gestoomlijnde auto nadat ik jaren in een blokkendoosje heb gereden. Suvvertje is nogal vierkant. Net als de Seat Marbella waar ik toentertijd in reed. Maar ook de geur, de kleur, het horten en stotteren en aansluitend de euforie van wegrijden in een vreemde auto. Alleen de vreemde stad in een vreemd land met een praktisch onbekende aan mijn zij ontbreken. Maar dat maakt niet uit. Ik geniet van de herinnering in de wetenschap dat ik Richmond Indiana 10 maanden lang mijn woonplaats is geweest en dat ik niet eens meer weet hoe het is om te rijden in een niet automaat. 

10 augustus 2017

Even voorstellen


Hier is zij dan: Iggy, het nieuwe Wiebelmobiel. Het is wel even wennen, zo'n nieuw vierwielig exemplaar. Ondanks dat zij ongeveer even groot is als Suvvertje oogt zij groter, hoger, breder en voelt zij sneller aan. Daar waar Suvvertje bij een snelheid hoger dan 120 km/uur nog wel eens wilde kreunen en steunen zoeft madam over het asfalt en vreet kilometers of het niets is. Tenminste: de eerste 250 km zijn vlekkeloos en ultra zuinig verlopen.  

250 km ja en nee, ik ben vandaag niet vrij geweest. Zoon en ik zijn gisteren even naar Eindhoven gereden om Mams de nieuwe aanwinst te laten bewonderen. Dat hoort er (bij ons in de familie) nu eenmaal bij. 

Nu alleen de stoel nog helemaal goed ingesteld krijgen, het (automatisch) schakelen van 1 naar 2 iets soepeler laten verlopen en het klokje zo ver krijgen dat hij de juiste tijd aangeeft en ik ben compleet tevreden. 

Alsof ik dat nu nog niet ben.. ;-)

8 augustus 2017

Bijna gewend…

Hier WIL ik niet aan wennen, schreef ik een paar weken geleden. Dat 'hier' sloeg op het feit dat ik voor een periode van drie weken niet op maandag kon genieten van mijn parttime dag maar pas op dinsdag waardoor het toch wel heel erg aanvoelde als een 'gebroken' weekend. Wat natuurlijk flauwe kul is: Er zijn legio mensen die het met een weekend van 2 dagen moeten doen en daar verder geen last van hebben. 

Het blog stond nog niet online toen ik mij realiseerde dat ik de maandag aansluitend aan de vakantie van collega ook mocht werken. Iets met overdracht van werkzaamheden naar een andere afdeling en aangezien ik in zijn vakantie met de eerste voorbereidingen was begonnen, mocht ik het ook afmaken. Dat was gisteren. 

Vandaag geniet ik dus van mijn laatste 'tussen twee werkdagen inliggende' vrije dinsdag… En weet je wat ik mij gisterenmiddag realiseerde: Ik ben al bijna gewend aan werken op maandag. Zo snel gaat dat dus. 

6 augustus 2017

Van het een komt het ander en 'I float...'

Nog voor Zoon in maart zijn eerste salaris binnen had wist hij al waar hij het aan uit ging geven: De herinrichting van zijn slaapkamer. Bed, kast, bureau, stoel… Het moest allemaal anders, maar hoe precies.. Dat behoefde nog enig nadenkwerk. Zijn slaapkamer heeft nogal een bijzondere vorm met heel veel hoeken dus zomaar iets nieuws kopen is er niet bij. Het moet ook nog passen. 

Vrijdagavond kreeg hij een brainwave, pakte pen, meetlat en papier en ging tekenen, hertekenen, omtekenen met als eindconclusie: klerenkast en bed konden blijven, bureaustoel en bureau moeten vervangen worden. 

Zaterdag was het tijd voor stap 2: Het gespotte bureau en stoel bij het Zweedse warenhuis in het echt gaan bekijken. Beide werden goedgekeurd. De stoel werd aangeschaf (want die pastte in zijn auto) en het bureau gaat besteld worden.

Vandaag is het puinruimdag. De kledingkast is leeggehaald en alle kapotte enof te kleine kleding is weg. Zijn hele collectie 'lege dozen' ligt bij het oud papier, rommel is naar de ondergrondse klikko gebracht en er staan nog een aantal kratten/bakken in de huiskamer die van de week naar de stort gebracht worden. De kast en het bed zijn verschoven, de oude stoel is uit elkaar gehaald en de nieuwe in elkaar gezet. Het nieuwe bureau kan besteld worden.

Niet alle zooi was trouwens van hem. Onder zijn bed lagen nog wat opbergbakken met dekbedden waavan ik mij vandaag oprecht afvroeg waarom ik die in hemelsnaam mee verhuisd heb. En tussen alle zooi… lag een verrassing. 

'Kijk eens wie ik hier heb', zei Zoon en hield de kleine bruine beer die hij cadeau heeft gekregen toen we op het punt stonden Amerika te verlaten. 'Moeltje', zegt ik. 'Hij zit onder het stof', zegt Zoon. 'Vul de afwasteil maar met lauw water en laat hem daar maar even in dobberen', zeg ik, 'Dan trekt de stof er wel uit'. 

π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½


Naar buiten gejaagd door het opwaaiende stof ziet Rozi de tijdmachine op de tafel staan. Nieuwsgierig klimpt hij op de tafel en ziet een kleine bruine beer in het water dobberen. En zinken. In paniek laat hij zich van de tafel glijden, rent naar binnen en schudt Toet, die in het zonnetje voor het raam zit te knikkebollen, wakker. 'Toet, Toet, je moet komen. Er verdrinkt een bruine beer in onze tijdmachine'. Met een blik van 'Maak dat je grootje wijs' maar altijd in voor een grapje laat Toet zich van de bank glijden en rent achter Rozi aan naar buiten. Samen klimmen ze roetsj roetsj op de tafel. Tot zijn schrik ziet hij inderdaad een kleine bruine beer op de bodem van de tijdmachine liggen. 

Met arm en slurf grijpen zij het bruine beestje vast en trekken hem boven water. Het beertje spuugt een mooie straal water uit. 'What iss there aan the hand Boyszz?'. 'Jij is er aan de hand', piept Rozifantje. 'Je was aan het verdrinken in onze tijdmachine', roept Toet. 'I wass not aan het veardrinken', zegt de kleine beer. 'I float very good. 'Je floot helemaal niet', zegt Toet, 'Laat staan good. Ik kon er niets van horen. Maar euh… Wie ben jij en waarom praat jij zo vreemd?'. 'Ik ben Moeltje en I kom from Amerika'. Hij steekt een kleddernat pootje uit. Toet schudt hem de poot en zegt, 'Ik ben Toet de CliniClown muis en dit is Rozifantje'. 'Aankenaam', zegt Moeltje. Hij kijkt de jongens even strak aan en vraagt dan aarzelend: 'Zain jhullie the njieuwe friends of Son?' De Boyszz kijken elkaar even verbaasd aan. 'Nee joh', antwoord Rozi, 'Wij zijn van Zij. Zoon heeft geen knuffels meer.' Toet knikt. 'Behalve jou dan. Hij heeft je al die jaren bewaard en nu ook niet weggegooid maar schoongemaakt'. Moeltjes gezicht klaart op. 'That is waahr'. Hij kijkt naar zijn velletje. 'I kom uit of the bath', zegt hij, 'Mai velletje begins to rimpel'. Terwijl Toet Moeltje helpt om de tijdmachine leeg te gooien rent Rozi naar binnen om een handdoek te halen. Samen wringen de Boyszz zo veel mogelijk water uit het berenlijfje van Moeltje en drogen hem zo goed mogelijk af. Dan rekken zij zich alle drie uit en maken het zich gemakkelijk in de zon. 'En nu wil wij alles weten van jouw avonturen met Zoon'. zegt Toetje. Na al die jaren stil achter en onder een paar dozen op de kast te hebben gelegen laat Moeltje zich dat geen tweede keer zeggen….

π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½π‘‚½

NaschriftToet is een CliniClown muisje en hier te bestellen. Rozi is een creatie van Appelig en, helaas voor jullie, One-of-a-Kind.

5 augustus 2017

Het stinkt hier..

Sinds een jaar of zes weet ik dat lactose en ik niet zo'n goede combinatie zijn al kan ik tegenwoordig, sinds ik naast 80% lactosevrije ook 100% glutenvrij eet, af en toe wat lactose best aan zonder er noemenswaardig last van te krijgen. Een geluk bij een ongeluk als je het mij vraagt.

Als melkjunk wilde ik alleen geen afstand doen van mijn 'cappuccinootjes en papjes' dus ging ik op zoek naar lactose vrije melk. Die was snel gevonden. Gewoon bij meneer Heijn hier op de hoek.

Een paar maanden geleden was niet alleen ik compleet door mijn voorraadje lactose vrij heen, de schappen bij Meneer Heijn lachtte mij ook ledig tegemoet. Ik stapte over naar een plantaardige variant. Het bleef niet bij een keer en na wat experimenteren om uit te zoeken welke variant ik het lekkerst vind ben ik aan een glutenvrije havermelk blijven plakken. Tot een week of twee (?) geleden. 

Zoon had zin in vis met aardappelpuree. Het was zijn beurt om te koken en hij kocht lactose vrije melk om de puree mee te maken. Een liter. Melk dus, geen puree. Er bleef dus meer dan een half pak over en toen ik de laatste druppel havermelk had opgedronken ging ik verder met de lactose vrije melk. 

In de zomermaanden eet ik geen papjes en hoewel ik op een dag best wat koffie weg weet te werken drink ik op werkdagen thuis maar twee kopjes koffie. Dat zet geen zoden aan de dijk, dat moge duidelijk zijn.

Vanmorgen, tussen het opruimen van de aanrecht en het vullen van de vaatwasser door, schonk ik wat melk in mijn koffiekopje, zette het onder de senseo, stopte nog een bord in de vaatwasser en dacht 'Bah, wat stinkt het hier. Ik zet dat ding maar snel aan'. Te laat, naar later bleek want toen ik met mijn kopje koffie op de bank zat had ik die muffige geur nog steeds vaag in mijn neusgat hangen. Zo erg, dat ik mijn koffie niet eens lekker vond.

Bij de een na laatste, veel te grote slok, die ene waar de meeste melk in zit omdat ik nooit roer, wist ik wat ik had geroken en op dat moment vol proefde. Bedorven melk. Verschrikt slikte ik ook de tweede grote slok nog door. 

I hef mie meument zullen we maar zeggen..