Urgh 4





143: Overpeinzing

Inleiding


Aan het eind van de prehistorie raakt de jonge jager Urgh zwaar gewond tijdens de mammoetjacht. Wonder boven wonder overleeft hij het ongeluk maar vanaf het begin van zijn herstel is duidelijk dat hij nooit meer zal lopen. Zijn sterkte wil, heldere verstand en de wens nuttig te blijven voor zijn stam resulteren er uiteindelijk in dat hij, samen met een aantal vrienden, het dorp verlaat om elders een bestaan op te bouwen. (Boek van Urgh, deel 1)

Wat volgt zijn roerige tijden die bol staan van ziekte, natuurgeweld, de ontmoeting met mensen van de Vroegere Stam, strijd met voormalige buren, dorpsuitbreiding, zoektochten naar een veilige woonplek. Gelukkig bestaat het leven in de prehistorie niet alleen maar uit kommer en kwel. Er worden partnerschappen gesloten, kinderen geboren, feesten gevierd. (Boek van Urgh, deel 2)

Eenmaal gesetteld in hun nieuwe woonplek zijn Urgh en zijn dorpsgenoten zoekende naar de juiste balans tussen het oude jagers (en deels nomadische) leven en het moderne dorpsleven. Daarbij krijgen zij hulp uit onverwachtse hoek wanneer de oudste bekende voorouder van de laatste leden van de Vroegere Stam het verhaal van Krkt, Mnaa en hemzelf verteld. (Boek van Urgh, deel 3 (incl. het overzicht Wie is Wie))

De herfst is overgegaan in winter met het bijbehorende weer. Het veld voor de grot is onder een dikke laag sneeuw verdwenen. De boomstam over de geul die dienst doet als brug is spekglad. Ook de akkers en de dierenkraal aan de andere kant van de geul zijn onder de sneeuw verdwenen. De leerlooiersputten van M'na en K'wan zijn bedekt met en laag ijs net als het water in de geul. De schapen van Elm hebben allemaal een plekje in de grote grot gevonden. De wind waait koud, kil en omstuimig en veroorzaakt regelmatige sneeuwstormen. Alleen de rivier stroomt nog net zo onstuimig als altijd en is een belangrijke bron van vers voedsel.

Binnen in de enorme grot hebben de mensen elkaar opgezocht en wonen en slapen dicht bij het grote vuur onder de natuurlijke schoorsteen. Het is de dag voor de nacht van volle maan. Het is de eerste dag van het winterwende feest. In de grot zijn alleen maar vrouwen en hele jonge kinderen aanwezig. De mannen en de oudste kinderen zijn buiten. Een deel van hen is druk bezig met de visnetten, de jagers jong en oud zijn naar het hertendal vertrokken in de hoop een oude bok of hinde te kunnen verschalken. Onder leiding van Ani, hoofdkok van het dorp, zijn de vrouwen druk bezig met het bereiden van een feestmaaltijd.

Alleen Urgh is niet met het zoeken of bereiden van eten bezig. Hij zit op zijn slee in het voorstuk van  de laatste ingang van de grot, nog voorbij de schapenkraal, en werkt aan een nieuwe drijfboom. Naast hem ligt de oude wolf Kleintje en de twee jonge wolven die wel of niet het nageslacht van Kleintje zijn. Naast hem staat een grote mand waar hij de uit de toekomstige drijfboom gehakte stukjes hout in gooit. De kleine en iets grotere stukken hout zorgen straks voor een heerlijk warm vuur. 'Mijn bijdrage aan het feestmaal', zucht hij weemoedig tegen Kleintje en streelt het dier over de grijs geworden kop. Kleintje likt zijn pols en laat en zacht jankend geluid horen. Dan richt hij zijn aandacht weer op het bot tussen zijn voorpoten en gaat verder met knagen. Urgh's handen gaan weer verder met het uitkappen van de drijfboot terwijl zijn ogen over de jagers, nee vissers, bij de rivier gaan. 'We zijn aan het veranderen Kleintje', zegt hij tegen de wolf die rustig verder knaagt aan zijn bot. 'Ik ben veranderd. Ik ben geen jager meer. Ik ben dorpswijze. Ik vraag mij alleen af, zeker na alles wat er sinds de vorige winter is gebeurt en het verhaal van Ome, of ik wel wijs genoeg ben om dit dorp, deze mensen, te leiden'. Kleintje knaagt rustig verder. Dan slaat Urgh zich met de steen die hij gebruikt om de boomstam uit te kappen op de toppen van zijn linkerhand. 'Argghh', roept hij en steekt zijn vingers in de mond om de pijn tegen te gaan. Hij proeft bloed. Niet veel. Het is maar een schram. Hij heeft geluk gehad.

Achter zich hoort hij zijn vuurpartner Gaya zachtjes lachen. 'Je bent in ieder geval nog steeds niet wijs genoeg om te weten dat je moet kijken wat je handen doen als je met die zware steen aan het hakken bent'. Ze reikt hem de kom kruidenthee die zij in haar hand heeft aan. Dankbaar neemt hij de kom aan en neemt meteen een slokje van het warme vocht. 'Wat je vraag aan Kleinjte betreft', zegt zijn vuurpartner, 'Ik denk dat jij wijs genoeg bent. Juist omdat je weet dat jij niet altijd de wijste bent'. De kleine, roodharige vrouw draait zich om en loopt voorbij de schapen de grote grot in, terug naar het enorme kookvuur. Urgh kijkt haar peinzend na. 'Ik hoop dat je gelijk hebt lief', zegt hij zachtjes. 'Ik hoop dat jij gelijk hebt'.

144. Zen wil vuur leren maken

Aan het begin van de middag keren de vissers met manden vol schoongemaakte en in sneeuw verpakte vis huiswaarts. Tak, een oude jager die visser is geworden, zet een grote kom vol met koppen en ingewanden van de schoongemaakte vis bij de grotopening waar Urgh aan de drijfboom zit te werken. De drie wolven die hem gezelschap houden vallen vol enthousiasme aan op de aangeboden lekkernij. Zonder iets te zeggen loopt Tak terug naar de waterkant en probeert een grote mand die daar staat op te tillen. De mand is te zwaar. Zuchtend pakt de oude man een hengsel van de mand vast en trekt deze over de sneeuw naar de grotopening. 'Urgh, deze mand zit vol visafval en sneeuw voor de wolven. Ik zet hem in deze grot dan kan Ani zich niet vergissen tijdens het koken'. De oude man pakt de lege theekom van Urgh. 'Ik ga mij eerst warmen bij het grote vuur, dan breng ik jou wat warme thee'. Urgh knikt dankbaar. Tak onderdrukt een rilling. 'Waarom maak je hier geen klein vuur Urgh?', vraagt hij dan. 'Het is hier bijna net zo koud als buiten en we hebben hout genoeg'. 'Nu nog wel', antwoord Urgh, 'Maar de winter is nog maar net begonnen. Daarbij, als ik doorwerk, blijf  ik warm'.  Tak grinnikt eens. 'Dat dacht ik vanmorgen ook', zegt hij met een scheef lachje, 'Maar al snel begon ik te dromen van een warm vuur'. 'Als ik de hoeveelheid manden zie', zegt Urgh, 'Dan was het een goede vangst'. Tak knikt. 'Een hele goede vangst', antwoord hij, 'Maar de randen van de rivier zijn aan het bevriezen zo koud is het dus of we morgen de netten nogmaals leeg kunnen maken.....'. Weiffelend haalt Tak zijn schouders op. 'Volgens Gaya, Ani en Yali hebben we genoeg voedsel voor de komende drie manen. Alles wat we er bij vangen en vinden is mooi meegenomen. En anders hebben we de schapen nog', antwoord Urgh, 'We hoeven deze winter geen honger te lijden Tak, maak je maar geen zorgen'. 'Ik weet het', bromt de voormalig jager, 'Maar het idee de hele winter binnen te moeten zitten trekt mij niet aan'.  Met de theekom in zijn handen loopt hij de grot uit om buitenom naar het deel van de grot met het grote vuur te lopen. 

Het is niet Tak maar Zen, het eeuwig kind, die even later met een volle kom in zijn handen bij Urgh de grot in loopt. 'Ahhh, warme thee!', zegt Urgh, 'Lekker'. 'Nieh tee, sup', antwoord Zen. 'Jurg wil tee?' 'Soep is nog lekkerder', antwoord Urgh snel en strekt zijn handen naar de kom uit. Zen laat zich tussen de wolven op de grond vallen terwijl Urgh genietend van de warme soep drinkt die niet alleen zijn handen maar zijn hele lijf verwarmt. Wanneer Urgh de kom leeg heeft en naast zich neerzet staat Zen op, gaat recht voor hem. 'Zen vraag voo Jurg. Magdah?' 'Natuurlijk mag jij een vraag stellen!', antwoord Urgh. 'Jurg Zen lee vuuh makeh?'. Urgh aarzelt even. 'Klee, Ru en Tee al vuuh maak. W'om Zeh noh nieh?'. Urgh kijkt de jongen voor hem aan. Zen mag dan een eeuwig kind zijn, dom is hij beslist niet. 'Ik ga jou leren vuur te maken', antwoord Urgh met een warme glimlach op zijn gezicht. 'Weet jij wat je allemaal nodig hebt om een vuur te maken?', vraagt hij dan. Zen knikt. 'Steen, vuuhsteeh, ghas of snippehs en hawt'. Hij denkt nog even na. 'En blaas', zegt hij en maakt bolle wangen. Urgh steekt zijn duim omhoog, het teken van de Vroegere Stam om aan te geven dat iets goed is. Zen begint te glunderen. 'We beginnen met de stenen Zen. Ga genoeg stenen, ongeveer zo groot', en hierbij houdt Urgh zijn vuist omhoog, 'halen zodat we een ring voor rond het vuur kunnen maken'. Gade geslagen door Urgh rent Zen met een blij gezicht, en op de voet gevolgd door twee jonge wolven, de grot uit, op zoek naar stenen in de sneeuw.

Niet alleen Urgh kijkt de jongen na. Bij de ingang van het woongedeelte van de grot zien Tak, Ani, en Gaya de jongen ook naar buiten rennen. 'Zo te zien werkt je plannetje', zegt Gaya verbaasd tegen Tak. Die glimlacht slechts. Het is Ani die antwoord, 'Sinds wanneer heeft Urgh mijn zoon ooit iets geweigerd Gaya?'. Zuchtend  geeft Gaya de hoofdkokkin gelijk. 'Maar wat moeten we verzinnen dat Urgh morgen weer warm zit', voegt zij er bezorgd aan toe. 'Voorlopig niks', reageert Tak met een brede lach. 'Zodra het Zen gelukt is om vuur te maken zal hij dat de komende weken nog vaak genoeg aan Urgh willen laten zien. Zelfs zonder dat wij hem een hint in die richting geven. Maak je maar geen zorgen Gaya. Urgh zit er deze winter warmpjes bij'.

De drie mensen bij de hoofdingang kijken nog even hoe het eeuwige kind een armvol stenen naar de zij ingang van de grot draagt. Dan keren zij zich om, slaan de dierenhuid bij de ingang een stukje opzij en gaan de door een groot vuur verwarmde en verlichte grot binnen, en gaan verder met hun taken voor die dag. 



Wie is Wie in het Boek van Urgh



Dorpelingen
Naam RolOudersPartner KinderenOpmerking
Ani (v)kokZanZen (m)
Azel (m)vakmanOtak (m)*YaliMarg (v) //Krom (m) // Teem (m)vuurouder Gaya (v)
C’roo (v)PolK'nd (v)lid Vroegere Stam
Durk (m)jagerKelp (m)import
Elm (m)herderNana (v)* & Ergh (m)*MargRun (m), Mel (m)voormalig Dorpswijze
Ergh (m) *dorpswijzeOrgh (m)*Nana (v)*Onna (v)* // Elm (m)
Flik (m)jagerYeti (v) & Tak (m)Tas (v)Moos (v)
Gaya (v)medicijn vrouwKali (v)*Urgh (m)Klee (v)vuurdochter Azel (m) & Yali (v)
Ink (m) *jagerYeti (v)
Joli (v) *Zan (m)Pew (v)
Jool (v)Pew (v) & Krom (m)
K'nd (v)C'roo lid Vroegere Stam
K'wan (m)M'nadorpswijze Vroegere Stam
Kali (v) *medicijn vrouwGaya (v)
Kelp (m)jagerDurk (m)Meuwimport
Klee (v)Gaya (v) & Urgh (m)
Krap (m)jagerYeti (v) & Tak (m)Zoe (v)
Krom (m)jagerYali (v) & Azel (m)Pew (v)Luna (v) // Storm (m) // Jool (v)
Luna (v)Pew (v) & Krom (m)oudste van tweeling
M'na (v)medicijn vrouwK'wanC'roolid Vroegere Stam
Marg (v)Yali (v) & Azel (m)Elm (m)Run (m), Mel (m)
Mel (m)Marg (v) & Elm (m)
Meuw (v)jagerKelpvuurdochter Tork (m) & Pon (v)
Mus (v)vuurdochter Tork (m) & Pon (v)
Moos (m)Tas (v) & Flik (m)
Murw (m) *jagerbezeten door geesten
Nana (v) *medicijn vrouwErgh (m)* // Oz (m)*Onna (v)* // Elm (m)
Onna (v) *medicijn vrouwNana (v)* & Ergh (m)*TorkUrgh (m) // Tas (v)
Otak (m) *Azel (m)
Oz (m) *jagerNana (v)*
Pew (v)medicijn vrouwjoli (v)* & ZanKrom (m)Luna (v) // Storm (m) // Jool (v)
Pol (m)jagerC'rooimport // zusterzoon Tak (m)
Pon (v)Torkvuurouder Meuw (v) // Mus (v)
Rin (v)
Run (m)Marg (v) & Elm (m)
Sim (v) *zuster van Yali
Storm (m)Pew (v) & Krom (m)jongste van tweeling
T'raa (v)lid Vroegere Stam
Tak (m)jagerYetiFlik (m) // Krap (m)
Tas (v)jagerOnna (v)* & Tork (m)Flik (m)Moos (m)halfzus Urgh
Teem (m)Yali (v) & Azel (m)
Tork (m)jagerZark (m)*Onna (v)* // Pon (v)Tas (v)vuurouder Meuw // Mus
Urgh (m)dorpswijzeOnna (v)* Gaya (v)Klee (v)
Yali (v)Azel (m)Marg (v) //Krom (m) // Teem (m)vuurouder Gaya (v)
Yeti (v)Ink (m)*Tak (m)Flik (m) // Krap (m)
Zan (m)jagerZark (m)*Joli (v)* // Ani (v)Pew (v) // Zen (m)
Zark (m) *jagerZan (m) // Tork (m)
Zen (m)Ani (v) & Zan (m)eeuwig kind
Zoe (v)jagerKrap (m)
Voorouder Eén verteld
Alg (v)voedselzoekerKind (v)
Brk (m)oude jagerGrm
Faa (v)voedselzoekerUna (v) & Grm (m)
Grm (m)jagerUna (v)Faa (v) // Trg (m) // Krl (m)
Groo (v)voedselzoekerUna (v)
Kleine (m)jagerMnaa (v) & Krkt (m)
Knd (v)Mnaa (v) & Krkt (m)
Krl (m)jagerUna (v) & Grm (m)
Krkt (m)jagerMnaaSto-orm (m) // Spe-eer (m) //
Kleine (m) // Zus (v) // Knd (v)
Verhaal Voorouder Een
Kwmee (v)Ome (m) // Tante (v)
Mnaa (v)jagerKrktSto-orm (m) // Spe-eer (m) //
Kleine (m) // Zus (v) // Knd (v)
Verhaal Voorouder Een
Ome (v)Kwmee (v)Tante (v)Kind (m)
Plk (m)jager
Spe-eer (m)jagerMnaa (v) & Krkt (m)
Sto-orm (m)jagerMnaa (v) & Krkt (m)
Tante (v)Kwamee (v)Ome (v)Kind (m)
TrgjagerUna (v) & Grm (v)
Trij (v)voedselzoekerKind (m) // Kind (v)
Una (v)voedselzoekerGrooGrmFaa (v) // Trg (m) // Krl (m)
Zus (v)Mnaa (v) & Krkt (m)




Geen opmerkingen: