Van Hier naar Daar

In oktober 2010, terwijl Mam toeleeft naar een zware rugoperatie die ergens aan het eind van het jaar ingepland gaat worden, ging mijn vader's geest met hem op de loop. Er volgde roerige tijden. Om  mijn gedachten te ordenen en van mij af te schrijven heb ik regelmatig over dat wat op ons (de familie) afkwam geschreven. Zo goed als al die teksten zijn bewaard gebleven en staan hieronder weergegeven. Ik heb er bewust voor gekozen om zo veel mogelijk bij het moment te blijven, om de kennis en kunde en wetenschap die wij gaande het proces hebben opgedaan niet al eerder in cynische opmerkingen te ontkrachten. Zodat het niet alleen een verslag is van het ziekteproces van mijn vader. Ook 'ons' proces is te volgen. 

Het waarom is simpel. Opdat ik niet vergeet!

Opdat ik niet vergeet hoe hij was, en hoe zij was, wij waren.
Opdat ik niet vergeet hoe naïef ik was, wij waren. Hoe hoopvol. Vol verwachting op een goede afloop terwijl eigenlijk al vanaf het begin duidelijk was dat die goede afloop niet gaat komen. Dat hopen op een snelle afloop genadiger was. 

Vandaag ben ik bij Mam op bezoek geweest om, zoals ik elke veertien dagen doe, de grote boodschappen te doen. Ik vertel haar waar ik mee bezig ben, het herschrijven van wat ooit was. Ik pak de map met Pap's tekeningen en samen kiezen we de mooiste exemplaren uit. Dat zijn in haar ogen niet de exemplaren waarin zijn ziekte in het oog springt. Ik snap haar wel. Zijn ziekte is lelijk, maakte Pap tot een altijd boze kobold. Iemand die hij nooit was. Iemand die wij nooit gekend hebben.



Venlo, 30 juni 2017



14 november 2010


Het is zondagmiddag en ik rijd van Hier naar Daar. Wind en water zijn enorm te keer gegaan de afgelopen dagen en het landschap ziet er ineens heel anders uit dan woensdagmiddag toen ik ook naar mijn ouders ging. Sloten zijn beekjes of zelfs meren geworden, parkeerplaatsen en weilanden zijn opgehouden met bestaan. Het aantal afgeknapte en ontwortelde bomen is met een factor 100 gestegen. In de verte zie ik boerderijen liggen die ik nog nooit eerder heb gezien, terwijl ik toch regelmatig van Hier naar Daar rijd. De bomen die de boerderij normaal aan het zicht onttrekken zijn niet meer. Ontworteld door het natuurgeweld wat wind en water heet. Terwijl ik verder rijd vraag ik mij af hoe lang de natuur nodig zal hebben om zich hiervan te herstellen. 


Bij mijn ouders aangekomen bel ik aan. Een klein, kromgegroeid vrouwtje doet open. Mam. Als een boom die te veel wind heeft gevangen is zij overgeheld naar een kant. Nog een dikke maand, dan wordt haar ruggengraat open gemaakt zodat haar beknelde zenuwen los gebeiteld kunnen worden. Daarna wordt haar rug met pinnen, bouten, moeren en cement weer rechtgezet.


Ik loop de kamer in. Daar zit mijn vader. Hij lacht onzeker. Moet even kijken wie ik ben. Net zoals ik moet kijken wie hij is. Nu zijn bomen omgewaaid zijn komt er een man tevoorschijn die ik nog niet eerder heb gezien. Hij zegt dat zijn benen zo pijn doen en vraagt of ik denk dat de dokter woensdag erg boos op hem zal zijn omdat hij het nog nooit over zijn gezwollen voeten en benen heeft gehad. Ik stel hem gerust, zoals ik ook mijn kind geruststel wanneer dat nodig is. Leg hem uit dat de dokter een paar dagen geleden niet echt boos was. Meer verdrietig is dat hij, Paps, zich zo verwaarloosd heeft en zo slecht voor zichzelf opkomt. Paps knikt dat hij het begrijpt.  Gerustgesteld gaat Paps de post uit de brievenbus halen. Het moment waarop Mam heeft gewacht. Nu kan zij, zonder dat hij er bij is, haar zorgen uitspreken. Vertellen dat hij weer een nacht nauwelijks tot niet geslapen heeft ondanks de Temazepan. Hoe onrustig hij 's-morgens is, niet meer weet wie hij is en waar hij is.


Met de post in zijn handen komt mijn vader terug. Gedrieën drinken we koffie, onderwijl nar het schaatsen kijkend. Een goed gespreksonderwerp.  Even is het als vanouds, is er geen wolkje aan de lucht.  Dan vraagt mijn vader out of the blue aan mijn moeder: 'Maar waar moet ik vanavond nu slapen?' en ik weet dat vanouds nooit meer hetzelfde wordt. Mijn vader is mijn vader niet meer.


Anderhalve week eerder zei hij: 'Ik weet dat de dingen die ik zie niet echt zijn, maar ik zie ze wel. Het is zo echt, en wanneer je moeder en jij mij niet geloven dan denk ik dat jullie mij gek willen maken'. Even is hij stil, dan zegt hij, 'En dan ga ik ook nog dingen vergeten..'. 


Uit het bloedonderzoek wat de huisarts heeft laten uitvoeren in een poging de wanen die Pap heeft te verklaren is niets naar voren gekomen. Daarom heeft de huisarts de eerder ingediende aanvraag bij de GGZ laten veranderen in een spoedaanvraag. Het wachten is nu tot de ouderenpsycholoog belt voor een intake. Pap heeft gevraagd of ik bij dit gesprek aanwezig wil zijn. Ik heb hem beloofd mijn best te doen om er bij aanwezig te zijn.


15 november 2010


Tegen de klok van vijf uur ben ik thuis van het werk. Ik ben door mijn rug gegaan en verlang naar een rustig avondje bankhangen. Zoon is nog niet thuis. Ik pak mijn mobiel om hem via SMS te vragen waar hij blijft. Ik zie dat ik drie gemiste oproepen en een voicemail van Schoonzus heb. Pap blijkt met hartklachten in het ziekenhuis opgenomen te zijn. Ik bel haar maar krijg haar niet te pakken. Ik bel Broer die met een longontsteking thuis zit. Hij heeft meer details. Om drie uur die middag stonden er ineens twee leden van het GGZ ouderen-crisisteam op de stoep voor een intakegesprek. Er werd begonnen met een fysieke controle. Tijdens het opnemen van Pap's bloeddruk constateerde de GGZ-verpleegkundige dat Pap last heeft van hartritme stoornissen. Zonder omhaal werden beide oudjes in de auto gezet en naar de SEH gereden en om half vier zijn zij daar achtergelaten. Mam had voor vertrek nog de tegenwoordigheid van geest Broer te bellen en wat spulletjes voor Pap in te pakken.


Om half vijf heeft Schoonzus zich bij beide oudjes gevoegd. Bij Paps was ondertussen weer bloed afgenomen en zijn bloeddruk en hartslag worden in de gaten gehouden. Het vermoeden bestaat dat zijn verwardheid in de hand wordt gewerkt door een slecht werkend hart.


Tegen zes uur belt Schoonzus om mij bij te praten. Zij twijfelt of ze Pap vannacht zullen houden. Het lijkt allemaal niet ernstig genoeg te zijn. Zoon is ondertussen thuis en begint met koken terwijl ik ga tanken. Mocht ik vanavond die kant op moeten hoef ik mij tenminste geen zorgen te maken over een mogelijke lege tank.


De tijd kruipt in afwachting van wat er komen gaat. Tegen elf uur belt Schoonzus. Pap wordt voor verder onderzoek opgenomen op de afdeling Geriatrie. Ondertussen is vastgesteld dat hij vocht achter zijn longen heeft en zijn hart fladdert. Zijn pols springt van 52 naar 97 en weer terug. Zijn nieren werken niet meer goed. Pap heeft nog steeds wanen (er liepen allemaal Sinterklazen door de gangen van het ziekenhuis) maar heeft alle oefeningen van de Geriater om zijn geestelijke vermogens te testen goed doorstaan. Pap moet accuut stoppen met de Temazepam en krijgt een lage dosering Haldol. Er is een Dopplermeting gedaan omdat zijn voeten zo paars/blauw waren maar het bloed in zijn benen stroomt goed. Nu hij een halve dag met zijn benen omhoog op bed heeft doorgebracht zijn zijn voeten ook water minder gekleurd en gezwollen.


Pap is opgelucht dat hij geholpen wordt, dat er naar een oorzaak gezocht gaat worden.


Ook Mam is blij dat Pap in het ziekenhuis mag blijven. 'Als ik dadelijk thuis ben neem ik een slaappilletje en ga eens lekker lang slapen',  zei zij tegen Schoonzus. Wel is zij, net als Broer en Schoonzus, geschokt van het antwoord wat Pap op de vraag 'Wat te doen bij hartfalen?' heeft gegeven. Pap wil niet gereanimeerd worden. Voor mij komt het niet helemaal als een schok. Vorige week zei hij tegen mij 'Wat doe ik hier nog, op mijn leeftijd. Ik heb niemand meer over. Iedereen is overleden'.  Toch moet ik even slikken. Al is het geen verrassing, pijn doet het wel.


16 november 2010

Het is kwart voor twee wanneer ik tegen de afgesloten deur van de afdeling waar Pap ligt aanloop. Ik was even vergeten, of beter gezegd ik heb mij nooit gerealiseerd dat Geriatrie een gesloten afdeling is. Met een druk op de knop opent de deur zich en ga ik op zoek  naar de kamer van Pap. Broer en Mams zijn er al. Ik vraag Pap hoe zijn nacht is geweest. Voor Pap antwoord kan geven verteld Mam dat de zaalarts ons de volgende week allemaal om half twee wil spreken en of ik dat kan regelen. Mam is nog maar net uitgesproken wanneer de zaalarts binnenkomt en Pap het hemd van zijn lijf begint te vragen. Gewoontegetrouw geeft Mam antwoord. Zij wordt al snel door Broer gesust. 'Het is nu Pap's feestje Mam, laat hem antwoorden'. Pap die niet gewend is vragen over zijn gezondheid te beantwoorden geeft onwennig antwoord. Mam zit braaf te knikken, ook wanneer het antwoord niet correct is of betrekking heeft op de situatie zoals deze een jaar of 10 misschien wel 20 geleden was.


De zaalarts verteld dat de komende dagen in het teken van onderzoeken zullen staan. Er zal een hartfilmpje gemaakt worden, gekeken worden hoe fit hij nog is. Daarnaast staat er een uitgebreid geheugenonderzoek op de planning. Pap kijkt de zaalarts aan. 'Dat hebben ze gisteren al gedaan hoor. Ik moest met sprongen van 9 van 100 naar 1 terug tellen en dat ging goed. Bij 55 …' De zaalarts onderbreekt hem. Bent u tot 55 gekomen meneer W. Wat goed van u'. 'Ik kon nog wel verder gaan', zei Pap, 'Maar toen maakte ik een rekenkundig grapje en raakte uw collega de draad kwijt'. Hij grijnst breeduit. Die grijns verdwijnt wanneer het tot hem doordringt dat hij een dag of 10 moet blijven maar daar legt hij zich redelijk vlot bij neer.

Bij het afscheid buigt mijn moeder zich verlegen voorover om hem een afscheidskus te geven. Dat is de eerste keer in mijn leven dat ik haar dat zie doen. Pap blijft stug voor zich uit kijken waardoor de kus ergens in de buurt van zijn oor landt.

Onderweg naar huis verteld Mam dat zij van de zuster te horen heeft gekregen dat Pap nu al een van de lievelingetjes van het personeel is. Hij heeft weinig pijn en redelijk helder dus ze kunnen met hem een normaal gesprek voeren.

Tegen zes uur zijn Mam en ik, dit keer vergezeld door Zoon, terug in het ziekenhuis. We eten wat in het restaurant en tot mijn tevredenheid zie ik dat Mam meer eet dan zij de laatste maanden heeft gedaan. Om kwart voor zeven lopen wij wederom de afdeling op. Het avondbezoek is een tikkie deprimerend. Beide buurmannen liggen al in bed. De nieuw aangekomen kamergenoot heeft veel pijn en ligt zachtjes te huilen. Paps verteld dat de buurman al de hele middag ligt te jammeren. 'Ik ben vanmiddag de zuster maar gaan halen want wanneer je als man van zijn leeftijd ligt te huilen dan moet je wel heel veel pijn hebben'.

De patiënt in het middelste bed begint de gordijnen rond zijn bed dicht te trekken voor wat privacy. 's-middags stond hij met zijn jas aan, koffer in de hand, klaar om naar huis te gaan. Maar hij mag nog niet naar huis. Sterker nog: Na drie zware hersenbloedingen weet hij niet eens meer waar zijn huis is, hoe zijn dochter heet, hoe hij zelf heet. Zijn mantra is 'Ik wil naar huis' geworden.

Bij het afscheid nemen herhaalt het ritueel van de middag zich. Alleen keert Pap dit keer zijn hoofd wel iets naar Mam toe waardoor haar kus op zijn wang belandt.  Vanwege de dichte mist zetten we Mam bij de flat af en rijden zelf meteen door. Wij hebben nog 70 kilometer voor de boeg.

17 november 2010

De volgende ochtend zet ik Zoon om kwart voor 9 bij zijn school uit de auto en rijd door naar Mam. We drinken samen een kopje koffie en dan is het tijd om samen met Mam naar het Kousencentrum  te gaan om steunkousen aan te laten meten. Dat moet al een tijdje maar Mam heeft de boot zo lang mogelijk af gehouden hoewel ze al wel een tijdje een paar kousen van mij draagt. Een klein uur later loopt ze, helemaal blij met een paar goed passende en soepele kousen, naar buiten. Weer thuis drinken we eerst koffie, dan is het tijd om boodschappen te doen maar eerst gaan we pinnen. Iets wat Pap normaal altijd doet. Mam's pinpas is dus nog nooit gebruikt. Mam vraagt of ik het de eerste keer voor wil doen en de volgende keer wil kijken of zij het goed doet. Ik laat het haar meteen zelf doen. Ik denk wel dat het haar in de toekomst alleen gaat lukken. Ze moet alleen afleren om elk cijfer wat ze intoetst hardop te zeggen.


Tijdens het bezoekuur ziet Pap er een stuk vrolijker uit dan de dag ervoor. We trekken ons terug in de huiskamer alwaar Pap verteld over zijn ochtend, het eten (wel zooo'n stuk vis) en zijn buren. Maar vooral over de ochtend. Hij is met de fysiotherapeut op stap geweest die hem allerlei oefeningen heeft laten doen met aansluitend een evenwichtsonderzoek. 'En daar krijg je dus punten voor', zei Pap. 'Je kan in het totaal 12 punten halen'. Breed grijnzend valt hij stil. Het is duidelijk dat wij moeten vragen hoeveel punten hij heeft gehaald. Braaf doe ik wat er van mij verwacht word. 'Elf punten', antwoord Pap trots. 'Niet slecht he, voor een man van 84!'. Naast de oefeningen en het onderzoek is er ook weer een hartfilmpje gemaakt.

Wij zitten niet alleen in de huiskamer en Pap maakt met de overbuurman die er ook zit de afspraak om 's-avonds samen naar het voetballen te kijken. Pap's kamergenoten liggen al om zeven uur in bed en met beide is een gesprek voeren niet mogelijk.

Terwijl wij bij Pap op bezoek zijn word ik gebeld door een dame van het CIS in verband met de zorg aanvraag van mijn moeder. De dame aan de andere kant van de lijn verteld mij dat Mam wel erg slecht bereikbaar is. "We zijn al drie dagen aan het bellen maar er wordt nooit opgenomen'. Ik leg uit dat mijn vader onverwacht in het ziekenhuis is opgenomen en CIS zegt: "dan zullen wij binnenkort de aanvraag voor zorg voor uw vader wel van het ziekenhuis ontvangen. Het ziekenhuis gaat te zijner tijd ook de zorg voor uw moeder regelen wanneer zij naar haar operatie weer naar huis gaat.

Het gesprek is nog maar net beëindigd wanneer er een jongedame in witte jas de huiskamer binnenloopt die op zoek is naar Meneer W.  Ze stelt zich voor, verteld dat zij arts-assistent Cardiologie is en dat zij hem wat vragen wil stellen. Pap vindt het prima. We gaan naar zijn kamer  en Cardiologie steekt haar arm door die van hem. Pap recht zijn rug en loopt stevig door. Mam en haar rollator sukkelen er wat achteraan. De uitslag van het hartfilmpje is er nog niet maar verteld Cardiologie, het is al wel duidelijk dat Pap last heeft van hartritmestoornissen en dat ze hopen dit met medicijnen onder controle te krijgen. Aangezien hij de hartritmestoornissen vooral in de avond/nacht heeft bestaat het vermoeden dat zijn wanen daar vandaan komen. Maar ze willen het eerst zeker weten.

Met al die onderbrekingen is het bezoekuur zo om. Dit keer omhelzen de beide oudjes elkaar en geven al twee kusjes. Pap loopt een eindje met ons mee naar de uitgang. Hij weet ondertussen dat hij op een gesloten afdeling ligt maar heeft er geen problemen mee. Bij het afscheid zeg ik, 'Je loopt tegenwoordig we vaak gearmd met een jongedame'. Met een ondeugende twinkeling in zijn ogen knikt hij glunderend. 'Ik weet niet waarom ze dat allemaal doen', zegt hij, 'Maar ik zeg geen nee'.

Ik breng Mam naar huis en neem afscheid. Vanavond en morgen mogen Broer en Schoonzus op stap. Ik ben doodop van het slechte slapen, het gesjouw met een rollator, het op en neer rijden en de pijn in mijn rug. Tussendoor probeer ik ook nog mijn werkuren te maken.

18 november 2010

Vanmiddag is Mam alleen bij Pap op bezoek geweest. Broer heeft haar bij het ziekenhuis afgezet, Schoonzus heeft haar na het bezoekuur opgehaald en weer thuis gebracht.

Pap had op een rustig plekje op de gang een tafeltje met twee stoelen geregeld. Terwijl zij zaten te keuvelen kwam Cardiologie weer langs. Gisteren zei zij dat er, wanneer Pap al weer lang en breed thuis was, een hart echo gemaakt zou worden. Nu wordt er vanuit de afdeling voor gezorgd dat dit gebeurt wanneer Pap nog in het ziekenhuis ligt. Het verplegend personeel is Pap al aan het voorbereiden om een langer verblijf dan gepland. Ondanks alle pillen slaapt hij nog steeds niet. Omdat zijn benen weer verschrikkelijk opgezet waren hebben ze hem vandaag gezwachteld met als gevolg dat de schoenen die hij bij zich heeft niet meer passen. Hij draagt nu de sandalen van Broer.

Cardiologie nam ook nog even de tijd om Mam gerust te stellen over hoe het straks, als hij weer thuis is, verder moet. 'Uw man moet er beter aan toe zijn dan hij nu is voor hij naar huis mag. En we gaan ook hulp regelen mevrouw, zodat u er niet alleen voor komt te staan'.

Vanavond zijn Broer en Schoonzus met Mam meegegaan. Terwijl Mam en Broer zich met Pap, die langzaam maar zeker wat versuft begint te raken, waarschijnlijk omdat de Haldol haar werk gaat doen, bezig hielden liep Schoonzus de zusterpost binnen voor een babbeltje. De dames vinden hem allemaal een schatje. Hij loopt wat rond, maakt eens een babbeltje, eet en drinkt op tijd zonder zeuren, echt een lieve man waar je totaal geen last van hebt. 'En 's-nachts?', vroeg Schoonzus. Nee '-'s-nachts was er geen land te bezeilen met Pap. Dan is hij een verschrikking. Wandelt net als overdag over de gangen, is niet in bed te krijgen. Er ligt ondertussen een belmatje voor zijn bed zodat de verpleging het meteen weten wanneer hij uit bed is. Helaas heeft Pap door waarom het matje daar ligt en verricht halsbrekende toeren om bij het uit bed stappen het matje te ontwijken.




19 november 2010 - Ik kon niet bij de bel.. 

Op last van de geriater is Pap gestopt met Haldol en Oxazepam en heeft hij wat anders voorgeschreven gekregen. Wat, dat weten Schoonzus en Mam die 's-middags bij hem op bezoek zijn geweest niet precies. Wat ze wel weten is dat Pap nu in een rolstoel zit. Hij is door de nieuwe medicatie en doorwaakte nachten zo versuft dat het verplegend personeel bang is dat hij gaat vallen. Pap zelf klaagt vooral dat hij 's-nachts niet bij de bel kon. 


Die avond lopen Mam en ik tegen kwart voor zeven de afdeling op. Pap zit in de gang op ons te wachten. Hij heeft drie stoelen klaargezet. De rolstoel waar hij 's-middags in zat is nergens te bekennen. We praten wat. Volgens Mam is hij een stuk helderder dan eerder die dag. Toch zakt hij regelmatig weg en Mam en ik zijn bang dat hij van zijn stoel valt. Mam spreekt een verpleegkundige aan en vraagt naar de stoel. Deze wordt weer tevoorschijn gehaald en even later zit (ligt achterover gekanteld) weer prinsheerlijk in. Weer begint hij er over dat hij 's-nachts niet bij de bel kon toen hij wakker werd. Dat er schotten langs zijn bed geplaatst waren. Dat hij had geroepen maar dat er niemand was gekomen. 


Onder het vertellen valt hij zo af en toe in slaap. Zijn ene hand schokt dan dat het een lieve lust is. Hij wordt wakker van zijn hart wat dan gaat fladderen. Ik besluit even met de verpleging te gaan praten en vertel hem dat. 'Vraag dan gelijk of ze er voor willen zorgen dat de bel vannacht wel binnen handbereik is'. 


Ik tref een meer dan aardige verpleegkundige. Zij pakt Pap's dossier en bij en samen lezen wij wat er de afgelopen nacht is gebeurt. Waarom hij niet bij de bel kon. Ineens staat Pap achter ons in de zusterpost. Mam sukkelt met haar rollator achter hem aan; kan hem niet bijhouden. Ik zet Pap op een stoel en de verpleegkundige stelt zich aan hem voor. 'Ik ben L.', zegt zij. Nederlands is duidelijk niet haar moedertaal en gezien haar huidskleur vraagt Pap of zij uit Indonesië komt. 'Nee', antwoord zij, 'Ik kom uit de Filippijnen'. 'Uit Manilla?", vraagt Pap. Al snel zijn zij in een geanimeerd gesprek verwikkeld. Ineens begint hij weer over de schoten rond zijn bed. Zuster Manilla (zoals Pap haar vanaf die dag noemt) legt hem uit omdat hij de vorige nacht uit bed is gevallen. Daar kan Pap zich niets meer van herinneren. Ook voor Mam is deze informatie nieuw. 


Ik vertel Pap dat ik van de zuster heb begrepen dat hij andere medicijnen heeft gekregen. Dat ze gestopt zijn met de Haldol omdat hij geen wanen meer heeft en met de Oxazepam omdat hij daar zo suf van wordt. De nacht ervoor heeft hij weer Temazepam gehad om te slapen maar dat mocht niet baten. 'Natuurlijk niet', zegt Zuster Manilla, 'Temazepam is een inslaper, geen doorslaper. Vanavond krijgt u Seroquel van mij. Dat is wel een doorslaper'. Pap fleurt helemaal als hij dat hoort. Volgens hem zullen de zusters ook wel blij zijn wanneer hij 's-nachts doorslaapt want 'De zusters vinden het niet goed dat ik 's-nachts mijn bed uit kom'. Zuster Manilla legt uit dat dat komt omdat hij zo vaak zijn bed uitkomt. Eventjes of voor een keer is niet erg.. Maar u moet 's-nachts slapen meneer W.'. De zuster belooft hem een goed woordje te doen bij de nachtzusters zodat hij wel even een glaasje limonade met hen mag drinken wanneer hij niet kan slapen. 'Maar ik denk niet dat dat nodig is', voegt zij er aan toe, 'Want u krijgt vanavond een pilletje van mij waar u wel van kunt slapen. En maakt u zich maar geen zorgen, elk half uur komt er even iemand bij u kijken of alles goed gaat'.


Gerustgesteld loopt Pap met ons mee terug naar de rolstoel. Hij gaat er in zitten en we rijden hem naar een lege huiskamer. We installeren hem voor de TV. Zuster Manilla komt binnen en geeft hem de afstandsbediening. 'Net als thuis, he Meneer W.!', zegt zij en mijn vader grijst. Ik ga zijn glas drinken halen en zet dat op de tafel naast hem. Zuster Manilla komt met een grote rode knop en zet deze naast Pap. 'Ik ga nog even wat doen', zegt zij, 'Maar als er iets is dan druk je op die knop en dan kom ik meteen hier naar toe'. Ter demonstratie mag Pap op de knop drukken. Boven de deur gaat een rode lamp branden en Zuster Manilla legt uit dat er ook aan de buitenkant boven de deur een lamp gaat branden en dat er een belletje af gaat in de zusterpost. Pap is tevreden. We nemen afscheid. Het valt mij op dat Mam zich weer wat beter gaat bewegen. Ze buigt zich een stuk soepeler naar he toe voor de afscheidskus. Ik knijp hem even in zijn schouder en zeg: 'Lekker slapen straks'. 'Ik hoop het', antwoordt hij. 'Maar ik wil morgen wel wakker worden'. 'Tuurlijk wordt jij morgen wakker pa… Tot morgen', stel ik hem gerust.


Beneden in de hal verteld Mam dat Pap erg boos werd toen ik te lang weg bleef naar zijn mening. Dat hij agressief werd en boos naar de zusterpost is gelopen alwaar ze hem dus even later rustig zittend op een stoel, in gesprek met Zuster Manilla aantrof. 


Ik slik even. Vertel dan dat hij de nacht ervoor uit bed is gevallen. De verpleging vermoed omdat hij probeerde uit bed te klimmen zonder de belmat te raken. Twee verpleegkundigen hebben hem terug in bed gelegd en de extra schotten geplaatst zodat hij niet meer uit bed kon vallen en hij is weer gaan slapen. Een half uur later was hij weer wakker en is aan het voeteneinde uit bed geklommen en weer over de gang gaan dwalen. Toen de verpleegkundige hem terug naar bed wilde brengen is hij agressief geworden. Uiteindelijk heeft de verpleegkundige hem met hulp van een bewaker terug in bed gekregen en hebben hem in de Zweedse band gelegd. Voor zijn eigen veiligheid. Op dat moment snapte hij dat en maakte geen bezwaar tegen de band. Toen hij een uur later weer wakker werd was hij de reden van de band wel vergeten en maakte wel bezwaar. Luid en duidelijk.


Het lijkt wel een rollercoaster waar mijn vader in is beland. Eentje die heel erg hard naar beneden dendert en ik vraag mij af… is er nog wel een weg terug naar boven? Of is dit het begin van het einde. 


20 november 2010 - Geef eens een schaar ...


Mijn moeder en ik komen de hoek om richting de afdeling en zien Pap al bij de deur zitten wachten op bezoek. Het eerste wat hij zegt wanneer we binnen zijn is, 'Ze hebben het weer gedaan. Ze hebben me weer vastgebonden. Hoe kan je nu slapen wanneer je vastgebonden in bed ligt. Je kan niet draaien, je kan niets. Aan de buurman heb je ook niets want ik zei tegen hem, 'Geef eens een schaar', maar hij murmelde alleen maar wat. En waarom weten ze nog steeds niet wat er met mij aan de hand is?' Terwijl Mam met Pap blijft praten loop ik weer naar de zusterpost. Zuster Manilla is er weer.  Als zij mij ziet zegt zij, 'Hij heeft weer niet geslapen en uiteindelijk hebben ze hem weer vastgebonden'. Ik vertel haar dat ik dat al weet, dat dat het eerste is waarover hij begon.


Het resumé van de nacht: In bed, uit bed, in bed, uit bed, in bed, uit bed, belmatje omzeild en naar een andere kamer gelopen, terug naar bed, uit bed, in bed. Ten einde raad hebben de verpleegkundige hem toch maar weer vastgebonden maar toen na een uur of drie duidelijk werd dat hij toch niet in slaap viel hebben zij hem weer losgemaakt. Een van de verpleegkundige heeft hem gevraagd of hij zin had in een ontspannende douche. Dat leek hem een goed idee en zo stond hij om vijf uur 's-morgens onder de douche.

Hoewel Pap na lang praten wel snapt waarom ze hem vastbinden blijft hij het (en terecht) maar niets vinden. Mam en ik begrijpen de verpleging wel. Zoals Mam op weg naar huis tegen mij zei: 'Toen hij thuis zo aan het spoken was heb ik wel eens naar zijn hoofd geslingerd 'Het is dat ik niet weet hoe ik het moet doen maar anders had ik je vastgebonden zodat je in bed blijft liggen'.'.

Hoewel we 's-avonds iets te vroeg op de afdeling zijn zit Pap al weer op wacht. Hij is moe maar wel vrolijk. De verpleegkundige die hem maandagavond (de avond van zijn opname) heeft opgevangen is er weer. Zij is duidelijk zijn favoriet. Mam heeft een joggingbroek voor hem en chocolade voor hem en de verpleegkundige bij zich. Ik breng de broek naar zijn kamer en geef de chocolade af op de zusterpost. Zijn favoriet spreekt mij aan. Verteld dat zij vanavond enorm geschrokken is van hoe hard Pap is achteruit gegaan. 'Ongelooflijk dat dit dezelfde man is die maandag vrolijk zijn eigen bed de afdeling op reed. Nu is hij een zielig, angstig vogeltje. Ik wil het nog een nacht aanzien… maar als hij vannacht nog niet slaapt haal ik de arts er bij. Dit kan zo niet langer'.

Ik ga terug naar de huiskamer waar mijn ouder zitten. Mijn blik wordt getrokken door Pap's handen. Zie ik het goed? Ik kijk nog wat beter. Zijn nagels en vingertoppen worden helemaal blauw. Ik kijk naar Mams en weet dat zij het ook ziet. Pap wil terug naar zijn kamer en ik spreek zijn favoriet aan. Vertel van zijn blauwe handen. Zij loopt meteen mee. Liefdevol pakt zijn zijn handen vas en wrijft ze warm. Ze neemt zijn hoofd tussen haar handen en zegt: 'Het komt allemaal goed jongen. Als het bezoek dadelijk weg is, dan kom ik even de controles doen, als dat goed is?'. Met een blij gezicht knikt Pap ja.

Na het bezoekuur breng ik Mam naar huis. Ik drink koffie, help haar met het uittrekken van haar steunkousen en iets na 9 uur rijd ik naar huis. Eenmaal thuis pak ik de telefoon om mijn moeder te laten weten dat ik thuis ben. Ik zie dat ik een voicemail heb. Ik bel mijn moeder, laat de telefoon volgens afspraak driemaal overgaan. Daarna beluister ik mijn voicemail. Het is Schoonzus met de vraag meteen contact met haar op te nemen want het ziekenhuis heeft gebeld. Mijn hart slaat over. Pap zal er toch niet stilletjes tussenuit gepiept zijn? Ik bel Schoonzus. Na ons vertrek heeft Favoriet geprobeerd zijn bloeddruk te meten maar dat lukte niet. Toen heeft zij meteen de dienstdoend cardioloog gewaarschuwd. Die besloot dat Pap beter af was op de afdeling Cardiologie en nu wordt er daar naar een bed voor hem gezocht.

Om elf uur belt Schoonzus weer. Met de hulp van Favoriet is Pap verhuisd van afdeling 4 Oost naar 7 West. Hij is rustig met haar meegegaan en ligt nu op een eenpersoonskamer, aan de zuurstof en de telemetrie. Dat laatste apparaat is aangesloten op een monitor die op de zusterpost staat.

Nu maar hopen dat hij vannacht eindelijk kan slapen. Dat de wetenschap dat zijn slaap vanuit de zusterpost gemonitord wordt hem voldoende rust geeft om te slapen, om de angst niet meer wakker te worden los te laten. Vier weken zonder een fatsoenlijke nachtrust: Dat houdt geen mens vol.

21 november 2010

01.39 uur: De nieuwe dag is nog maar net begonnen. De eerste poging om een nieuw hartcardiogram te maken is mislukt. Pap slaapt als een roosje. Er is nog een poging ondernomen om het in zijn slaap te doen, maar toen ze de dekens wegtrokken trok hij deze heel snel weer terug.  Toen zijn ze maar weer vertrokken.


10:29 uur: Helaas… Hij bleef niet slapen, werd weer onrustig en trok de snoeren los. Aangezien hij 24 uur aan het (telemetrie) kastje vast moet zitten en hij even niet aanspreekbaar was zat er voor de verpleging niets ander op hem zo in te snoeren dat hij de draden niet los kon trekken. Toen Pap weer helder genoeg was hebben ze hem weer losgemaakt zodat ij aan de wandel kon, maar wel met kastje. Tussen de wandelingetjes door heeft jij nog wat geslapen, maar nog steeds veel en veel te weinig.


Vanmiddag na het bezoekuur word ik over de laatste stand van zaken bijgepraat. Vandaag (en in principe ook morgen) blijf ik thuis zodat mijn rug zich wat kan herstellen. Niet alleen mijn ouders worden ouder, ikzelf ook.


22 november 2010


Pap ligt nog steeds op de afdeling cardiologie en slaapt nog steeds niet of nauwelijks. Vanmiddag, toen het bezoekuur ten einde liep trok hij zijn jas aan en zei, 'Ik ga mee naar huis'. Mam heeft hem uitgelegd dat dit niet kan. Dat ze nog steeds niet weten wat er met hem aan de hand is. Dat hij nog moet blijven.


Vanavond heeft hij Mam, Broer en Schoonzus zonder problemen te maken naar de lift gebracht.


Morgen hebben we het familiegesprek met de zaalarts van Geriatrie. Ik ben benieuwd naar wat zij te zeggen heeft. Ik ben nog benieuwder naar hoe het nu met Pap is. Iets met eigen ogen en zo.

23 november 2010 - Zijn kamer is leeg ...

Vandaag staat het gesprek met de zaalarts van Geriatrie gepland. In de ochtend belt Mam naar cardiologie om te vragen of Pap bij het gesprek aanwezig mag zijn. Helaas. Omdat hij nog steeds het telemetrie kastje om heeft mag hij de afdeling niet af. Wel mogen Mam en ik voorafgaand aan het gesprek even bij hem op bezoek komen. Ik stuur Schoonzus een berichtje dat wij eerst naar 7 West gaan voordat we naar Geriatrie (4 Oost) komen. Schoonzus reageert met goed nieuws. 'Ze hebben mij net gebeld. Hij heeft de hele nacht geslapen zonder pilletje. Is om 7 uur wakker geworden, heeft zich gewassen en aangekleed en heeft zijn bed opgemaakt'.  Ik zie Mam helemaal opfleuren na dit bericht.


Om kwart voor een lopen we de afdeling 7 West op. Pap zit te knikkebollen boven een bord spruiten, normaal zijn lievelingseten. We leggen hem uit dat we even naar Geriatrie gaan voor een gesprek met de zaalarts en dat we daarna met z'n allen nog even bij hem op bezoek komen. Bijna slapend geeft hij antwoord.


Het gesprek met de zaalarts van 4 Oost verloopt 'voorspoedig'. Zij kan ons weinig meer vertellen dan dat Pap waarschijnlijk een delier heeft maar dat nog onduidelijk is of dit veroorzaakt wordt door hartfalen of door slaapgebrek. Het bericht dat hij de afgelopen nacht eindelijk heeft geslapen doet haar zichtbaar goed. Geriatrie geeft aan dat er nog wat onderzoeken gepland staan en dat er bekeken wordt of hij daar allemaal toe in staat is. Wij vertellen haar dat er de volgende dag een gesprek gepland staat met de zaalarts van cardiologie. Geriatrie beloofd na dat gesprek contact op te nemen met Cardiologie en daarna alles door te spreken met de geriater. 'Is het goed dat ik u vrijdag bel?', vraagt zij aan Mam. Natuurlijk is dat goed. 


We nemen afscheid en gaan naar afdeling 7 West. Daar aangekomen is Pap's kamer leeg. Ik loop naar de zusterpost en krijg te horen dat hij naar de afdeling Röntgen is voor een thoraxfoto om te kijken of het vocht achter zijn longen weg is. Een kwartier late is hij terug op de afdeling. Mam, Broer en ik babbelen even met Pap terwijl Schoonzus de verpleegkundige die met Pap naar de afdeling Röntgen is geweest bijpraat over het gesprek met Geriatrie. Pap is duidelijk moe en zit weer te knikkebollen. Broer zet de TV aan op Discovery en we nemen afscheid. 'Hij slaapt al', fluistert Broer als we de kamer verlaten.


Tegen zes uur zijn Mam en ik weer terug in het ziekenhuis. Zoals gewoonlijk gaan we in het ziekenhuisrestaurant eten. Om tien voor zeven lopen we afdeling 7 West op. Pap's kamer is leef. De rolstoel waar hij die middag in zat staat er nog. Ik loop naar de zusterpost om te vragen of ze weten waar pap is. Er loopt een gestreste verpleegkundige de afdeling op. Mijn vader is zoek! Om half zeven zat hij nog in zijn stoel, toen zij een kwartier later terugkwam was hij weg. Het telemetrie kastje wat hij om heeft is niet meer te zien op de monitor.  Zij heeft de hele afdeling al afgezocht, is zelfs naar beneden geweest. Ik kijk of zijn jas nog in de kast hangt. Ja dus. 'Dan is hij niet weggelopen', zegt Mam gedecideerd. 


De verpleegkundige slaat alarm en Mam en ik gaan naar beneden. We bedenken dat hij misschien naar afdeling 4 Oost is gegaan omdat hij daar een week heeft gelegen. We lopen buiten de afdeling Favoriet tegen het lijf en vertellen haar dat Pap weg is. Ze loopt met ons mee de afdeling op. Samen met een collega doorzoeken ze heel 4 Oost maar vinden Pap niet. Van de vierde verdieping gaan Mam en ik naar de hal op de begane grond. Mam sjokt achter haar rollator binnen door de hal terwijl ik naar buiten loop maar geen Pap te zien. We spreken de receptionist aan. Hij is door de afdeling al geïnformeerd en heeft het signalement van mijn vader door gekregen. Hij verteld ons dat alle afdelingen gewaarschuwd zijn en dat de bewaking buiten op zoek is. Mam en ik gaan terug naar boven in de hoop dat. Helaas, Pap is nog steeds niet terecht. We gaan nogmaals naar beneden want bedenkt Mam's zich, misschien is hij wel naar de Poliklinieken gelopen. Eenmaal beneden zien de Poliklinieken er donker en gesloten uit. Ik kijk de lange gang in, loop de gang nog een stukje in in de hoop dat… Maar helaas. We lopen terug naar de lift, blijven even staan, kijken nogmaals speurend de hal door. 'Wordt het al tijd om Broer en Schoonzus te bellen?', vraag ik. Vanuit mijn ooghoek zie ik iets bekends uit de andere Polikliniek-gang komen. Hard roep ik', 'Pap, wij zijn hier!' en Mam's roep 'Gerben, we zijn hier!!'. Ik ren naar mijn vader toe. Hij is zichtbaar opgelucht een bekend iemand te zien. Ik steek mijn arm door die van hem en loop met hem richting mijn moeder. De receptionist heeft ons als gezien en nog voor Mam's zegt 'Belt u even naar afdeling 7 West dat wij er aankomen' is hij het nummer al aan het intoetsen. 


Mijn vader hangt zwaar aan mijn arm en ik ben bang dat hij valt. Hij is bang en moe. Met zijn losse hand pakt hij de rollator van Mam vast. 'Je bent moe he jongen', zegt zij. 'Hier, pak de rollator maar helemaal'. Zwaar lenend op de rollator loopt mijn vader met ons mee naar de lift. In de consternatie zijn wij beide vergeten dat de huurrolstoelen vlakbij staan. Op afdeling 7 West komt de verpleegkundige ons al tegemoet. 'We waren zo blij met het telefoontje, en even later zagen we hem weer op de monitor', babbelt ze. De dames zijn allemaal opgelucht. Pap wordt in zijn rolstoel gezet, er wordt een deken stevig om hem heengeslagen, er wordt chocolademelk voor hem warm gemaakt. Hij heeft zijn chocolademelk nog maar net op als hij al weer half zit te dutten. 'Willen jullie aan de zuster vragen of ze mij naar bed komt helpen', vraagt hij. 'Ik wil gaan slapen. Ik weet nu hoe dat moet…!' 


We nemen afscheid en op weg naar de uitgang waarschuwen we de verpleegkundige. Zij staat meteen op en gaat naar hem toe.


Het was me het avondje wel. Ik denk dat we allemaal lekker zullen slapen. 


24 november 2010


Wanneer Mam en ik om kwart voor twee Pap's kamer oplopen staat hij met zijn handen in zijn zakken naar buiten te kijken in de hoop ons te zien. Hij ziet er goed uit. Navraag leert dat hij van ongeveer half negen gisterenavond tot vanmorgen acht uur geslapen heeft. Hij weet echt weer hoe he moet.


Tegen tweeën voegen Broer en Schoonzus zich bij ons. De afspraak is dat aan het eind van het bezoekuur Cardiologie even de status van Pap met ons komt doorspreken. Met z'n vijven op de kleine kamer wordt het steeds gezelliger. Het wordt half drie, kwart voor drie, drie uur, kwart over drie. Pap begint ongeduldig te worden en gaat eens polshoogte nemen. Iet over half vier loop Cardiologie met in haar kielzog een co-assistent de kamer binnen.

De status: Pap's hart werkt niet meer voor 100% en de medicijnen die hij krijgt om het verhoogde hartritme tegen te gaan maken dat soms een veel te laag hartritme krijgt en dat komt dan weer omdat er 'fout' weefsel in zijn hart zit. Aanstaande vrijdag gaan ze proberen om het foute weefsels middels een ablatie weg te branden. Daarna kunnen ze de benodigde medicijnen tegen het verhoogde ritme gaan toedienen. Kunnen ze het foute weefsel niet wegbranden, dan is de volgende optie een pacemaker.

Toen we met z'n alleen om kwart voor vier weg gingen was Pap zeer monter en enigszins opgelucht. Ik hoop dat dat vanavond nog steeds zo is. Hij hoeft in ieder geval niet lang te wachten. Bijkomend voordeel: wanneer ze zijn hartritme onder controle krijgen kan hij volgende week donderdag in e MRI. En wanneer hij zo helder blijft kunnen ze volgende week vanuit geriatrie ook het geheugenonderzoek doen.

Er begint schot in de zaak te komen…




25 november 2010

Pap mag dan steeds helderder worden, hij mist toch ook nog wel eens wat. Volgens hem hoeft hij echt niet elke dag in te vullen wat hij de volgende dag wil eten want 'ze doen maar wat'.


Vandaag zijn ze begonnen met de voorbereidingen voor de ablatie van morgen. Hij zit aan een soort infuus om het overtollige vocht uit zijn lichaam te pompen. Dat belemmert hem in zijn bewegingsvrijheid (hij kan zijn kamer niet af) en daar wordt hij niet vrolijk van.

Verder ziet hij wat op tegen de ablatie, maar niet voldoende om er wakker van te liggen. Afgelopen nacht heeft hij weer goed geslapen. Vanavond krijgen we te horen hoe laat Pap morgen 'onder het mes' gaat.

26 november 2010

Vanmiddag was pa helder en alert en wat slaperig. Door de vocht afdrijvers moest hij elk half uur plassen en dat komt de nachtrust niet ten goede.  Rond vier uur zijn ze met de ablatie begonnen. Het avondbezoekuur is volledig aan Pap voorbij gegaan. Hij lag te slapen als een roos. De avondzuster heeft aangegeven dat de ablatie waarschijnlijk niet volledig gelukt is. Morgenmiddag krijgen we meer duidelijkheid. Wanneer de ablatie echt niet gelukt is moet hij aan de pacemaker.


29 november 2010

De ablatie is mislukt. Het is ons als familie nog steeds niet helemaal duidelijk of dat komt doordat de arts het foute weefsel op de hartspier niet heeft kunnen ontdekken of doordat Pap weigerde om stil te liggen. Pap meende constant met zijn benen en lijf te moeten wiebelen, eiste dat 'de jongeman zou stoppen' en toen de arts vroeg of hij alsjeblieft stil wilde blijven liggen schijnt Pap gezegd te hebben 'Dat maak ik zelf wel uit jongeman' en ging vrolijk verder met wiebelen. Niet handig wanneer ze met een katheter via je lies naar je hart toe gaan. Achteraf blijkt pas hoe weinig Pap van de hele uitleg omtrent de procedure begrepen heeft.


In eerste instantie werd gezegd dat mocht de ablatie mislukken Pap aan de pacemaker moest maar vandaag hoorde Mam van de verpleging dat ze toch eerst gaan proberen met medicijnen zijn hartritme in het gareel te krijgen. Verder vertelde de verpleegkundige dat Pap 's-nachts minder goed slaapt dan hij ons wil laten geloven. Hij komt 's-nachts vaak zijn bed uit, en niet alleen om te plassen. Verder lijkt het er op dat de wanen weer terugkomen. Nu hij op een zespersoonskamer ligt meent hij dat hij tussen vier en vijf uur een bed moet regelen omdat hij anders geen bed heeft. Wanneer je daar iets tegenin brengt wordt hij boos, tegen het agressieve aan.

Omdat Mam over drie weken geopereerd wordt gaan ze vanuit cardiologie regelen dat Pap in die periode in een van de verzorgingstehuizen van Eindhoven opgevangen wordt omdat hij beslist niet alleen kan zijn. Of dat gaat lukken is onduidelijk omdat als alles mee zit hij tegen die tijd geen patiënt van hen meer is.

Misschien dat er vrijdag iets uit de MRI van zijn hoofd komt. Maar dan moet Pap wel rustig blijven liggen.  Nee, echt lekker gaat het nog niet met hem.

1 december 2010

Naar aanleiding van de thuiszorg aanvraag uit naam van Mam heeft CIZ vandaag gebeld. Nadat Mam heeft verteld dat Pap al een dikke twee weken in het ziekenhuis verblijft en dat zij zelf binnenkort naar het ziekenhuis moet voor een operatie is besloten niet te wachten met thuiszorg tot na de operatie maar om daar meteen mee te beginnen. Mocht zij de eerste weken na de operatie meer hulp nodig hebben dan kon dat ook geregeld worden.


Verder heeft Mam contact gehad met Geriatrie. Mijn vader gaat niet meer terug naar die afdeling. Hij is er te hoed voor en zou er doodongelukkig worden. De geheugentest wordt pas over een paar maanden gedaan. De MRI van aanstaande vrijdag gaat wel door. Een verpleegkundige van de afdeling cardiologie zal hem daar naar toe brengen.

Vanavond was Pap helderder dan in tijden. Hij begint weer wat te puzzelen en te eten. Ook dat laatste deed hij de laatste weker erg slecht. Omdat hij vocht afdrijvers heeft gehad is hij nu wel over been.

3 december 2010

De ablatie van vorige week is deels gelukt waardoor Pap iets minder last heeft van hartritme stoornissen. Toch krijgt hij een pacemaker. Aanstaande donderdag is het zo ver. Daarna mag hij, zodra het bloed en zo goed is naar huis.


Maandag gaan Broer en Mam  met de huisarts praten om tijdelijke opvang voor Pap te regen. Liefst vanaf het moment dat hij uit het ziekenhuis komt tot aan het moment waarop Mam ver genoeg is opgeknapt van haar eigen operatie om hem weer thuis te hebben. Ook het ziekenhuis probeert daar steeds aan mee te helpen. Toen Pap vanmiddag van het plan hoorde om hem tijdelijk in een verzorgingstehuis op te laten nemen was hij niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Hij zei tegen Mam: 'Dus ik hoef mij niet druk te maken over dat ik voor jou moet zorgen en je niet tot last moet zijn, maar ik kan gewoon rustig de tijd nemen om beter te worden'.

Ja Pap, je kan gewoon rustig de tijd nemen om beter te worden.

Als alles volgens wens verloopt ga ik zondag weer bij hem op bezoek. Ik ben dan door gezondheidsproblemen een week niet geweest dus het zou wel weer eens tijd worden.

5 december 2010 - Mijmeringen

Ik stap in mijn auto om van Hier naar Daar te rijden. Ik ben nu een week niet die kant op geweest. Het landschap ziet er weer anders uit. Op sommige plaatsen ligt de natuur bedolven onder een wit laagje. Op andere plaatsen zie ik dat er met man, macht en shovels aan het opruimen van de omgevallen bomen wordt gewerkt.


Bij Mam aangekomen valt het mij op dat zij er beter uitziet dan zij in tijden heeft gedaan. Uitgerust en alert. We drinken koffie en zij verteld wat zij zoals doet op een dag en dat zij nog wat spullen nodig heeft voor zij over twee weken naar het ziekenhuis gaat. Na de koffie vertrekken we naar het ziekenhuis. Het is rustig op de parkeerplaats, bij de liften. Zelfs op zaal is het rustig. Er staan nog maar vijf bedden. Pap ligt met zijn rug naar de andere patiënten toe. Met haren die recht overeind staan ziet hij er uit of hij net geslapen heeft. Maar hij ziet er goed uit. Beter dan een week geleden.

Ik leg de schone kleren die Mam mee heeft genomen even op de rand van de wasbak. Mam vraagt of hij nog vuile was heeft. 'Nee', zegt Pap. Ik zie dat zijn buurvrouw van ja knikt, en zij wijst naar beneden. Ik duik zijn kast in en vind een zak vol met was. 'Oh ja, die staat er nog van gisteren', zegt Pap.

We babbelen wat. Ik heb van Broer en Mam gehoord dat hij de laatste dagen steeds vaker de neiging heeft om zich tijdens het gesprek om te draaien om te zien wat er op zaal gebeurt. Vandaag doet hij dit niet. Ik vraag Pap of hij nog wel eens aan de wandel gaat. Hij lacht. 'Regelmatig', zegt hij, 'Als ik naar het toilet ga. Dat is ongeveer elk half uur'. Hij lacht. Ik lach met hem mee. Mam vraagt of hij al gebruik heeft gemaakt van de hometrainer die op de afdeling staat. Pap geeft aan dat niet nodig te vinden, hij wandelt toch. Ik leg uit dat je voor wandelen andere spieren gebruikt dan voor fietsen en wanneer hij binnenkort weer wil gaan fietsen… Pap kijkt mij even strak aan en knikt. 'ik zal van de week eens kijken'.

Het bezoek uur is dit keer snel om. Zonder dat we het hem hoeven vragen stapt hij uit bed om ons naar de lift te brengen. Onderweg schiet hij wel even een toilet binnen. Hij krijgt nog steeds vocht afdrijvers toegediend.

Ik breng Mam naar huis en haal de brievenbus leeg. Een oproep van de geriater voor Pap, een brief van de gemeente dat Mam's thuiszorg aanvraag is goedgekeurd en dat er binnen twee werkdagen iemand contact met haar op zal nemen en nog een brief van de gemeente over het taxibusje. Mam zal blij zijn wanneer zij het pasje van het taxibusje binnen heeft. Dan hoeft zij niet constant een van ons te bellen wanneer zij ergens naar toe moet of wil. Na de koffie rijd ik naar huis. Onderweg dwalen mijn gedachten af naar vroeger. Pap en ik hebben samen op zwemles gezeten. Ik was zes, hij een tikkeltje ouder. De dag na de zwemles had ik schoolzwemmen. Omdat ik dan al om kwart voor acht op school moest zijn en Pap rond die tijd langs school fietste mocht ik bij hem achterop de fiets. Samen zwijgen op de fiets…. maar oh zo dicht bij elkaar.

8 december 2010

Gisteren was Pap behoorlijk in paniek. De beide jonge verpleegkundige die gisteren voor hem zorgde hadden gezegd dat hij waarschijnlijk vrijdag al naar huis kon. 'Dan sta ik zonder jas en zonder sleutels op straat', had hij gezegd. Later zei hij tegen Mam: 'Ik denk dat ik overdag wel alleen kan zijn. 's-Avonds fiets ik dan wel naar het ziekenhuis toe en slaap dan in een stoel naast jouw bed. Of ik leg een strozak bij Tante (de zus van Mam) op de grond en slaap daar. Want 's-nachts alleen zijn, dat durf ik niet.

De paniek is ondertussen gezakt. De transferverpleegkundige van de afdeling cardiologie is, in overleg met de huisarts, op zoek naar een logeerplekje voor Pap voor de duur van Mam's opname.  Misschien wordt er zelfs wel een dubbele plek want het is Mam nu ook duidelijk aan het worden dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat zij na de operatie niet meteen naar huis kan (omdat er niemand thuis is) en dus ook naar een logeeradres moet. Ook zij heeft daar, zij het een stuk minder volmondig dan Pap, vrede mee.

De jonge verpleger die gisteren de test heeft gedaan om te kijken hoe verward Pap nog is, en tot de conclusie kwam het het allemaal best mee viel keek vandaag toch wel even op toen hem door Mam werd verteld dat het heel leuk is dat Pap nog weet op welke dag het Koninginnedag is omdat Pap die dag zelf ook jarig is maar dat hij zowel gisteren als vandaag niet wist dat zijn dochter gisteren jarig was.

Tussen de bedrijven door heb ik ook nog met de voedingsassistenten over Pap's eetpatroon gehad. Pap snapt de lijsten niet en kruist maar wat aan met gevolg dat er regelmatig wat voor zijn neus staat wat hij niet lust. Op verzoek maken Broer en ik een lijstje met daarop voedingsmiddelen die Pap beslist niet lust en voedingsmiddelen die hij juist heel erg lekker vindt. 'Uw vader staat nog niet op de ondervoedingslijst maar hij is wel heel erg afgevallen en een beetje bijspijkeren zou wel goed voor hem zijn'. Wanneer Mam en ik bij hem weggaan krijgt hij net een stuk energierijke cake aangeboden. Ook met eten gaat het vast helemaal goed komen.

9 december 2010

Nou, het logeerplekje voor Pap is van de baan. De transferverpleegkundige die vandaag dienst heeft ziet geen enkele rede om Pap niet naar huis te laten gaan want hij komt goed door de geheugentesten heen en is in haar optiek helder. En u zegt dat hij verward is. Echt niet. Hij heeft alleen een beetje sturing nodig. En bedenk wel, op een logeeradres krijgt hij geen activiteitenbegeleiding. Hij wordt daar alleen maar uit bed gehaald. Er is toezicht op het wassen een aankleden en er wordt voor zijn eten en medicijnen gezorgd. Verder niets. Toen Broer antwoordde dat wij daar al heel erg blij om zouden zijn keek de transferverpleegkundige hem aan alsof zij water zag branden.


Morgen staat er een gesprek gepland tussen de cardioloog en de geriater. Afhankelijk van dat gesprek komt Pap morgen of zaterdag al naar huis of weer overgeplaatst naar geriatrie. Gelukkig bestaat er zoiets als zorgverlof want Mam kan dit niet alleen oplossen en haar Big Dat komt ook steeds dichterbij.

Hoe het plaatsen van de pacemaker is gegaan weten we nog niet. Waarschijnlijk wel goed. Pap is om half vijf terug op de afdeling gekomen en lag tijdens het bezoekuur te slapen. Hij heeft even zijn ogen open gedaan om te zeggen dat hij wilde slapen en dat was dat. Mam en Broer hebben niemand van de verpleging gezien. Alle deuren zaten dicht.

10 december 2010

De operatie is gelukt. Het bleek alleen niet mogelijk om een 3-draderige pacemaker te plaatsen omdat een van zijn aders helemaal dicht zit. Er is nu een 2-draderige pacemaker ingebracht en daar doet Pap het goed op. We weten nu ook hoe het komt dat hij gisterenavond tijdens het bezoekuur lag te slapen. Omdat hij tijdens de ablatie zo'n herrie heeft geschopt en niet stil wilde liggen hebben ze hem gisteren een zwaar slaapmiddel toegediend.


Vanmorgen is de geriater bij Pap langs geweest en heeft een aantal tests gedaan. In eerste instantie was hij helder, helderder zelfs dan toen hij binnen werd gebracht, maar ineens ging hij er naast praten, wist woorden niet meer. De geriater heeft contact gehad met Mam om haar bij te praten. Mam heeft de geriater verteld dat wij al vaker hebben meegemaakt dat Pap in no time van helder naar verward schiet en dat wij dit al meerdere keren bij het verplegend personeel aan hebben gegeven.

Vanmiddag tijdens het bezoekuur gaat Pap terug naar geriatrie waar hij de komende dagen verder getest gaat worden. Wat ik van Schoonzus heb begrepen is dat Pap enorm veel zin heeft om terug te gaan.

12 december 2010 - Morgen naar huis

Om kwart voor een loop ik bij Mam binnen. Tijdens de koffie hebben we het over Pap. Nu hij terug is op geriatrie valt pas goed op hoe goed hij opgeknapt is. 'Wil je zijn sleutels hier laten', vraagt Mam. 'Ik denk dat we hem dinsdag mee naar huis krijgen'.


Het is vreemd om weer door de afgesloten deuren van afdeling 4 Oost gaan. We hebben Pap zo gevonden. Aangekleed en wel zit hij op bed. Het gordijn wat hem scheidt van zijn buurvrouw is gesloten. Twee verpleegkundige zijn haar aan het helpen. Pap trekt zijn sloffen aan en we  gaan naar huiskamer A. Daar is het rustig. In huiskamer B staat een carnavalsprogramma op; het ziet daar zwart van de patiënten en hun bezoek. We zitten nog maar net wanneer Pap vraagt: 'Wanneer mag ik weer naar huis? Jullie zeggen wel dat ik er naast praat, maar dat doe ik echt niet. En ik wil weer naar huis'. Mam is hem net aan het vertellen over het gesprek met de zaalarts van geriater wat a.s. dinsdag gepland staat wanneer er een verpleegkundige met telefoon binnenloopt. Het is de geriater voor Mam. Met de telefoon aan haar oor loopt Mam de huiskamer uit.

De verpleegkundige en ik blijven bij Pap. We praten wat. Ik vraag hem of hij geen zin heeft om te lezen of te puzzelen. 'Daar heb ik geen tijd voor', antwoord hij. 'Ik moet zo veel denken'. De verpleegkundige kijkt mij aan. Samen proberen we er achter komen waar hij over denkt. 'Neem nou vanmorgen', probeert hij het uit te leggen. 'Toen zat het hier helemaal vol. Toen was hier een bijeenkomst'. 'Dat klopt', zegt de verpleegkundige.'Vanmorgen hebben we hier een kerkdienst gehad. Maar u was er niet bij. Had u er bij willen zijn?'. Pap wuift de vraag weg. 'Nee, nee, ik ben niet katholiek, ik heb daar verder niets mee. Maar het zette mij wel aan het denken'. Voorzichtig vraag ik hem, terwijl ik op de achtergrond Mam de voor haar zwaarwegende reden waarom Pap niet naar huis kan komen weer hoor opdreunen, waarover hij dan denkt. Of hij misschien behoefte heeft om met iemand te praten. Familie? Of liever een onbekende? Een geestelijke misschien? Dat laatste wuift hij weg. 'Voor een geestelijke is het ondertussen veel te laat', zegt hij.  De verpleegkundige mengt zich nu ook in het gesprek. Zegt dat hij altijd met haar collega's of met haar kan praten wanneer hem iets dwars zit.

'Maar er zit mij niets dwars, hoe komen jullie daar toch bij?', reageert hij oprecht verbaasd. 'Nouhou euh Pap, je zegt dat je de hele tijd aan het denken ben… Waar denk je dan over?'. Even is het stil, dan zegt hij triomfantelijk: 'ETEN! Ik denk aan eten. Kijk. Tussen de middag heb ik een appel gekregen, maar een appel kan je niet zo maar eten, die moet je schillen. Om die appel te schillen heb ik een mes nodig. Maar ik heb geen mes. Dus moet ik om een mes vragen. En daar denk ik zo de hele dag over na. Niks zwaars dus… '.

Mam komt terug de huiskamer in, geeft de telefoon aan de verpleegkundige en zegt tegen Pap: 'Morgen tijdens of na het bezoekuur ga je meer naar huis. Er waart een gemeen buikvirus rond in het ziekenhuis. Elke dag komen er drie patiënten bij die het virus ook krijgen en als er een ding is wat jij nu niet mag krijgen dan is het diarree'. (Pap is de laatste weken tussen de 8 en 10 kilo afgevallen). Ik zie zijn ogen van blijdschap oplichten. Hij mag weer naar huis.

Vanuit het ziekenhuis wordt geregeld dat de thuiszorg driemaal daags bij hem komt kijken om er op toe te zien dat hij zich wast, aankleed en eet en om hem 's-avonds naar bed te helpen. Daar wordt al mee gestart als Mam nog thuis is zodat hij kan wennen. Als hij de nachten door blijft slapen zou dit voorlopig voldoende moeten zijn. Er wordt ook geregeld dat iemand van thuishulp al komt poetsen voordat Mam naar het ziekenhuis gaat. Dat zou oorspronkelijk pas ingaan wanneer Mam weer uit het ziekenhuis kwam, maar dat mag nu eerder ingaan.

Verder heeft Pap nu een diagnose: Beginnende dementie. Er is geen ontkennen meer aan.

Wanneer ik na de koffie Mam alleen thuis achterlaat is zij al druk bezig het menu voor morgenavond samen te stellen. 'Ik maak zuurkoolstamp met spekkies en een kotelet. Misschien sterkt hij dan weer wat aan…'.

Het bijzonder is, Pap 'weet' dat hij wat heeft. 'Ik ben helder maar ik heb wat sturing nodig met de dingen die ik vroeger automatisch deed, zoals aankleden en eten..'. Ik hoop dat morgen tijdens het exitgesprek aan de orde komt dat rijbewijs, autosleutels en pinpas voor de time being ingeleverd moeten worden. Komt dit tijdens het gesprek niet aan de orde, rust deze schone taak op de schouders van diegene die hem samen met Mam op gaat halen. Zeker het laatste is van belang. De oudjes wonen in een wijk waar nogal wat schoffies wonen. In oktober van dit jaar was hun flat nog in het landelijk nieuws omdat drie kinderen in de leeftijd van 9 tot 12 jaar een eenennegentig jarige bewoonster van de flat in elkaar hebben geslagen. Voorlopig mag Pap dus alleen gaan pinnen wanneer een van ons vieren er bij is. 

Wij moeten ook nog even zoeken naar een voor ons onbekende weg…





7 februari 2011


De afgelopen twee maanden hebben voor mijn ouders in het teken van herstel gestaan.


Vorige week woensdag ben ik met mijn moeder voor de eerste controle bij de orthopedisch chirurg geweest. Haar rug ziet er goed en recht uit. Het plaatwerk wordt met 12 schroeven op de plaats gehouden. Helaas voor Mam moet zij het gehate korset wat haar spieren en rug ondersteund nog zeker zes weken dragen voordat zij mag beginnen met afbouwen. Over zes weken moet zij zich weer bij de orthopeed melden.

Zaterdag kreeg ik een SMSje van Schoonzus. Zij was vrijdag met Pap naar de huisarts geweest omdat hij een ontstoken navel heeft. Hij wilde op de fiets gaan maar dat mocht niet van Mam. Vanwege de pacemaker had zij gezegd. Maar dat is het niet. Mam is bang dat Pap de weg naar huis niet meer kan vinden.

Vandaag ben ik met Pap voor de pacemaker controle naar het ziekenhuis geweest. 'Doet-ie het wel?', had Pap aan de pacemaker technicus gevraagd. 'Ik voel er namelijk niets van!'. Weer werd hem uitgelegd dat dat juist goed is, dat hij er niets van voelt. Dat dat betekent dat de pacemaker zijn werk doet. Na de controle kwam de hamvraag. 'Mag ik nog fietsen nu ik een pacemaker heb?'. De pacemaker technicus antwoordde dat hij met een pacemaker best mag fietsen maar dat er wellicht andere redenen zijn waarom fietsen niet verstandig is. 'Mijn vrouw is bang dat ik de weg naar huis niet meer kan vinden, maar dat kan ik echt wel…'.

Omdat we in het ziekenhuis veel sneller klaar waren dan ik had verwacht heb ik mijn vader de weg naar de huisarts laten TomTommen. Dat ging perfect. Daarna mocht hij de route naar huis wijzen. Weer geen centje pijn. Eenmaal thuis Mam verteld wat ik heb gedaan. Pap de weg naar het ziekenhuis, de huisarts en naar huis laten wijzen. Het resultaat: Als het zonnetje morgen weer zo lekker schijnt mag Pap een stukje gaan fietsen. Niet  te ver, maar wel ver genoeg om weer wat aan zijn conditie te doen. Met in zijn zak een briefje met het huisadres. Voor het geval hij het toch even niet meer weet.  Ik heb Mam uitgelegd dat het voor Pap belangrijk is om weer wat vrijheid te krijgen. Dat ze hem een beetje moet loslaten. En dat loslaten niet makkelijk is. Dat ik dat besef, dat ik dat weet. Ik heb thuis een puber rondlopen die ook meer en meer los laat. Dat is snap dat zij morgenmiddag, wanneer hij gaat fietsen, een knoop in haar maag heeft. Dat ik die ook heb bij de gedachten dat Pap alleen op stap gaat. Maar dat Pap op dit moment geestelijk gezien te goed is om achter moeders pappot te blijven zitten.

De auto gaat wel verkocht worden want dat hij geen auto meer mag en kan rijden, daar is hij het helemaal mee eens.

Vrijdag gaat Schoonzus met Pap naar de geriater. Dan wordt de uitgebreide geheugentest die hij half november heeft gehad herhaald en weten ze of zijn geheugen zich ietwat hersteld heeft. Zo ver wij het als leken kunnen beoordelen is dit het geval. Hij kan weer lezen, puzzelen, TV kijken. Hij geeft zelfs geleerd hoe de magnetron werkt en weet dat hij van de wasmachine af moet blijven.

8 februari 2011

Pap's eerste uitstapje in zijn eentje sinds november vorig jaar is een feit. Hij is een half uur gaan fietsen vanmiddag en is dus weer veilig thuisgekomen. Een hele opluchting want ik was toch wel een beetje bang dat het allemaal niet zou lukken.


12 februari 2011

Gisteren is Pap dus naar de geriater geweest. De geriater was blij verrast met de enorme spring voorwaarts die hij heeft gemaakt hoewel het woord 'dement' wederom is gevallen maar daar zijn tegenwoordig goede medicijnen voor (tegen eigenlijk).

Omdat Pap sinds halverwege zijn ziekenhuis opname goed slaapt heeft de geriater besloten te stoppen met de Seroquel. Ook al kreeg Pap maar een half tabletje, je kan goed suf worden van dat spul en omdat hij weer aan het fietsen is (waar de geriater ook al zo blij van werd) leek het haar beter om met die sufmaker te stoppen. Nu maar hopen dat hij goed blijft slapen.

Hoewel Pap met springen voorui is gegaan, er zit wel een gat in zijn geheugen. De vier weken ziekenhuisopname, en de rede waarvoor hij daar lag, zijn weg. Hij weet dat hij een pacemaker heeft maar hij weet niets meer van de hartkloppingen en kleine harstilstandjes die hij heeft gehad. Of dat stukje ooit nog terugkomt is onduidelijk. Hij weet alleen dat nog dat de zusters constant aan hem vroegen, 'Bent u duizelig meneer W?, en dat hij dan niet duizelig was en het maar stom vond dat ze dat bleven vragen. Hier moet Geriater om lachen. 'De zusters vroegen dat namen mij, vanwege de medicijnen die u kreeg. Daar kan een mens duizelig van worden en dan moet de dosering naar beneden..'.  Voor Pap is er weer een raadseltje opgelost.

Nu Pap steeds minder medicijnen hoeft te slikken en het met Mam steeds beter gaat, zo goed dat ze weer zelf aan het koken is geslagen, wordt de thuiszorg afgebouwd. Vanaf volgende week komen ze alleen nog 's-morgens. Elke ochtend voor de medicijnen, en drie ochtenden in de week om te helpen met wassen/douchen. Langzaam maar zeker begint alles terug naar normaal te gaan.

22 mei 2011

Pap is momenteel redelijk stabiel, en Mam begon weer mobiel te worden. En nu is het mis gegaan. Gisteren tussen de middag is zij over haar rollator gestruikeld en heeft haar bovenbeen gebroken. Met de ambulance is zij naar het ziekenhuis gebracht.


Vannacht ben ik bij mijn vader gebleven. Vanmorgen heb ik hem met zijn medicijnen geholpen. Vanavond nemen Broer en Schoonzus de honneurs waar. Morgenochtend komt de thuiszorg weer om hem te helpen want sommige dingen kan hij echt niet meer.

Mam is ondertussen geopereerd en heeft nog meer ijzer in haar lijf gekregen. Het is even afwachten maar nu wordt er gezegd dat ze waarschijnlijk aan het eind van de week naar huis mag. Eerst zien, dan geloven.

De laatste 24 uur hebben mij wel doen beseffen hoe zwaar het zorgen voor Pao voor Mam is. Maar ik heb ook gezien dat bij Pap het kaarsje langzaam uit aan het gaan is.


23 mei 2011

De verpleegkundige die vanmorgen voor mijn vader heeft gezorgd is een oude bekende van de vorige keer. Zij vond dat Pap meer en betere begeleiding nodig heeft dan Mam geeft. Daar heeft zij gelijk in, maar ja, om zo'n beslissing te nemen… Pfff.. Verder heb ik met haar afgesproken dat er tweemaal per week een mannelijke verpleger komt om Pap te douchen.


Nadat ik op mijn werk met wat mensen heb gesproken die meer verstand van dit soort zaken hebben, heb ik,  in overleg met Schoonzus, besloten een zorgtrajectbegeleider in te schakelen. Die kan Mam helpen en adviseren in hoe met Pap om te gaan. Maar zij kan Mam ook leren om hulp aan te nemen zodat het leven voor Mam ook wat minder zwaar wordt. Zoals het er nu naar uitziet ga ik Mam woensdagochtend boos maken. Want Mam wil geen 'pottenkijkers' in huis hebben. Maar soms kunnen de dingen niet anders.

Mam is al van het infuus en de morfinepomp bevrijd. Zij heeft al weer gegeten en vanavond, na het bezoekuur moet zij haar benen over de rand van het bed hangen. Morgen gaat zij beginnen het oefenen om op krukken te lopen.

Pap zat vanmorgen braaf op de thuiszorg te wachten. Toen Broer een uurtje later belde nam Pap niet op. Een half uur later nog niet. Net als weer een uur later. Een half uur later, Broer was al onderweg naar hem, nam Pap eindelijk de telefoon op. 'Och, ik ben boodschappen gaan doen en daarna ben ik bij de buren koffie gaan drinken'. 
Vanmiddag zat Pap lekker te keuvelen met de dame van de thuiszorg. Vanavond heeft hij bij Broer gegeten en een tijdje buiten in de zon gezetten. Allemaal zaken waar hij zich goed op moet concentreren. Ik denk dat hij vanavond als een baby zal slapen.

27 mei 2011


Om een lang verhaal kort te maken: Mam gaat van de week al naar een verzorgingstehuis in de buurt om aan te sterken en te revalideren. Dit kan tussen de zes weken en drie maanden gaan duren. Korter is onwaarschijnlijk, langer niet uitgesloten.


Vanaf maandag komt de thuiszorg tweemaal per dag om Pap te helpen met zijn medicijnen en om er op toe te zien dat hij eet. Met uitzondering van de maandag, want dan komt de thuishulp, kan Pap alle dagen 's-morgens naar het verzorgingstehuis gaan, daar mee eten en dan weer op tijd thuis zijn voor de thuiszorg. We zitten er alleen nog een beetje mee hoe hij daar moet komen. De bus? Hij is nog nooit met de bus weg geweest. Het taxibusje? Hij weet niet hoe dat werkt. Op de fiets? hij heeft een conditie van lik me vestje.  Dat behoeft dus nog enige aandacht.

Mam is helemaal blij en gelukkig. Eindelijk kan ze uitrusten. Hoeft zij niet voor een ander te zorgen. Hoeft zij alleen maar aan zichzelf te denken.

Pap is iets minder gelukkig want hij moet nu ineens heel veel zelf doen. Maar dat lukt hem wel. Schoonzus heeft hem geleerd hoe het Senseo apparaat werkt, er staat een nieuwe magnetron. Van de oude is de klok kapot en woensdag heeft Pap kans gezien twee karbonaden een half uur in dat ding te laten liggen. Het hele huis, inclusief ik zei de gek, stonk naar mislukte BBQ en verbrand plastic. Aangezien hij maandag zelf besloten heeft de boodschappen te doen hebben wij (Broer, Schoonzus en ik) besloten dat hij dat vanaf nu gewoon elke dag zelf mag doen.

Vanmiddag kreeg ik een SMS van Schoonzus. 'Hoi. Pap belde net dat hij bij het verzorgingstehuis was. Hij was met de bus gekomen en gaat nu op bezoek in het ziekenhuis'. Ik was stomverbaasd. Pap in de bus? En op de beoogde plaats van bestemming uitgekomen. Later op de dag kreeg ik het volledige verhaal van Schoonzus te horen.

Pap heeft de bus genomen die naar het ziekenhuis rijdt. Omdat er daar niemand uit stapte en jij niet wist hoe je de bus moet laten stoppen is hij maar blijven zitten. Sightseeing Eindhoven dus. Op de terug weg stopte de bus bij het verzorgingstehuis (waar mijn moeder binnenkort tijdelijk naar toe gaat) en toen is hij uitgestapt. Hij is naar binnen gegaan, heeft wat te drinken gekocht en toen aan de receptioniste gevraagd od hij even mocht bellen en Schoonzus gebeld. De boodschap was: 'Ik ben met de bus naar het verzorgingstehuis gegaan en nu wil ik een auto die mij naar huis brengt'. Aangezien Broer en ik beide aan het werk waren en Schoonzus thuis niet weg kon heeft zij gezegd: ' Loopt het tehuis uit, kijk naar links, daar is het ziekenhuis. Loop daar maar naar toe en ga bij je vrouw op bezoek'. Dat heeft hij gedaan.  Daarna heeft Schoonzus Tante gebeld en haar gevraagd of zij nog naar het ziekenhuis ging en indien ja, of zij Pap na het bezoekuur op de juiste bus wilde zetten. Dat wilde Tante best wel doen. Achteraf was dat niet nodig. De echtgenoot van Mam's buurvrouw in het ziekenhuis heeft Pap naar huis gebracht.




1 juni 2011

Sinds maandag zit Mam in het verzorgingstehuis en is Pap een eet-forens geworden. Nou ja, morgen is het de tweede keer dat hij bij Mam mee eet. Op maandag blijft hij thuis omdat de thuiszorg komt en vandaag kwam er eerst iemand van de trombosedienst, daarna de bezorgdienst van de apotheek en was het wachten op een telefoontje of zijn medicatie wellicht gewijzigd wordt.

Vanmorgen ben ik eerst even bij hem binnengelopen en ja, hij kan koffie zetten hoewel ik liever koffie heb van een vers padje. Kleinigheidje. Samen hebben we gezocht (en gevonden) naar zijn taxibus pas. Dan kan hij 's-morgens met de bus naar Mam gaan en 's-middags met de taxibus terug.

Aansluitend aan het bezoek bij Pap ben ik naar Mam gegaan. Het is wel even wennen, Mam in een rok te zien. Omdat er ene been zo enorm gezwollen is dat ze haar gewone kleren niet aan kan hebben Tante en Schoonzus een aantal rokken voor haar gekocht. Mooie exemplaren hoor, maar toch. Gisteren was ze, gezeten in een rolstoel, zelf samen met Tante naar de markt geweest en had een enorme grote broek gekocht in de hoop dat die haar past. Dat weet ze vandaag. 'Eigenlijk', zei zij, 'Zou ik van die enorme harembroeken moeten hebben'. Ik kijk haar aan. Wacht op de vraag, maar die komt niet. Nou was dit uit de mond van Mam ook haast een vraag dus ik zeg: 'Zal ik dat grijs geruite exemplaar van mij van de week maar mee nemen. Kijken of die past?'. Haar gezicht klaart op. 'Dat zou fijn zijn'.

Mam praat en vraagt honderduit. Over mijn aanstaande verhuizing, de nieuwe spullen die ik heb gekocht, de oude spullen die wel of niet mee verhuizen, over mijn eerste expositie. Of ik volgende keer alles mee wil nemen. Ze wil het zien. Wanneer ik haar vertel over de tweede kans eierdozenlamp die ik in bestelling heb beginnen haar ogen te glimmen. Toen zij jong was hield zij van apart, de laatste veertig jaar vooral van goedkoop maar bij een ander kan zij apart en anders wel waarderen.

Wanneer het voor haar tijd is om een boterham te eten ga ik even shoppen. Zwaar beladen kom ik een uurtje later weer terug. Alle dames in de eetzaal willen zien wat er in die grote tassen zit. Mijn handdoeken en beddengoed worden door tien dames en een heer goedgekeurd. Mam en ik gaan naar beneden, naar het cafetaria. We drinken koffie, bellen even met Pap. Ze verteld over haar huwelijk, hun huwelijk. Niet altijd goed, maar ook niet slecht. Ik proef vooral berusting en het accepteren van een foute keus. Ze vraagt naar de opleiding die ik wil gaan volgen, is oprecht geïnteresseerd. Wil meer weten over reiki.

Tante (die vlak bij het verzorgingstehuis woont) loopt binnen en drinkt een kopje koffie mee. Tegen half negen neem ik na een lange dag afscheid. Ik geef Mam een kus. Wij zijn nooit zo kusserig geweest, maar sinds vorige week woensdag lijkt er wat veranderd te zijn. Misschien wel het besef dat ze er niet alleen voor staat en dat ik, maar ook Broer en Schoonzus, beseffen dat het leven als echtgenoot van Pap niet altijd makkelijk is (geweest).

2 juni 2011

Ik sta te koken als er wordt gebeld. Ik draai het gas laag, pak de telefoon en zie dat het Pap is die belt. Voordat ik het gesprek aan kan nemen heeft hij al opgehangen. Ik bel terug en krijg de in gesprek toon. Tijdens het koken en eten houd ik de telefoon onder handbereik maar hij belt niet meer terug.


Tegen half acht bel ik hem. Ik zeg wie ik ben en vraag hoe het met hem gaat. 'Niet zo goed', is het antwoord. 'Maar, euh, met wie spreek ik? Ben jij het echt?' 'Ja Pap, ik ben het echt. Maar vertel, waarom gaat het niet zo goed?' 'Ik heb een brief van het ziekenhuis gehad', verteld hij. 'Wacht even, dan zal ik hem voorlezen. Maar jij bent toch wel Zij van. Jij bent het toch echt he?' 'ja Pap, ik ben het echt'.

Hij begint de brief voor te lezen. Na de tweede regel weet ik dat het om een klantentevredenheid-onderzoek van het ziekenhuis gaat. Pap blijft voorlezen. Over online en internet (wat ze niet hebben) over een persoonlijke code 'Maar dat kan niet kloppen hoor, want ik ken die code helemaal niet'. Het is duidelijk waarom hij even van de leg is. Hij herkent de code niet, is onzeker geworden. Ik zeg hem dat hij niets met de brief hoeft te doen. 'Weet ik', antwoord hij. 'Dat staat ook in de brief. Als ik binnen drie weken niet heb gereageerd krijg ik een papieren versie die ik ik kan vullen..'.

Nu hij mij toch aan de lijn heeft kan hij meteen vertellen dat de dames (thuiszorg) vanmorgen boos op hem waren want hij was weer aangekleed voordat zij bij hem waren om hem te helpen met wassen en aankleden. En de bus reed niet want er was een geest gaan hemelen of zo iets dus hij had 2 bussen moeten nemen om bij Mam op bezoek te gaan maar de allergrootste tegenvaller was toch wel dat hij met de taxibus naar huis had gemoeten. Hij had gehoopt met een buurtbewoner die ook bij iemand in het verzorgingstehuis op bezoek was mee naar huis te kunnen rijden …'Maar die was ook met de taxibus.. Humppp'.

'Had je verder nog iets?', vraagt hij dan. 'Euh ja, ik heb je overhemd gestreken maar er mist een knoopje. Ligt dat toevallig in de flat?'. Dat wist hij niet maar.. 'Er zit nog een reserveknoopje aan de binnenkant van het hemd..'. Dat weet hij dan weer wel.

'Hebben we nu alles besproken?', vraagt hij. Ik zeg maar niet dat hij eigenlijk mij gebeld heeft en zeg 'ja'. 'Salut', zegt hij en hangt op.

11 juni 2011 - Ruzie

Pap zit in een ruzie modus. 


Pap maakt ruzie met de dames van thuiszorg en wil zich niet laten douchen. Het waarom: Volgens Pap komen de dames de afspraak niet na. Zij zijn zelden om acht uur bij hem. De afspraak is tussen acht en tien uur.

Pap maakt ruzie met Broer, zeker wanneer Broer 's-morgens iets over achten belt in plaats van er voor. Want de afspraak is acht uur.
Pap maakt ruzie met Schoonzus wanneer zij het beschimmelde brood en de bedorven levensmiddel uit de koelkast weg gooit.
Pap maakt ruzie met mij wanneer ik hem bel om te vragen of hij zijn boodschappen heeft gedaan en naar de bibliotheek is geweest.
Pap maakt ruzie me Mam. Over van alles en nog wat. Maar vooral wanneer hij op bezoek komt in het tehuis en zit te knoeien met zijn ijs. En niet zo'n klein beetje ook. Zijn gezicht zit onder het ijs, het loopt in dunne straaltjes over zijn kleding. Zegt Mam daar wat van dan wordt Pap boos. Zo boos. Zo enorm boos.

Sinds Hemelvaart hebben Pap en Mam eigenlijk alleen nog maar telefonisch contact tenzij een van ons er bij is. Het verhaal wat hij mij op 2 juni vertelde bleek niet helemaal te kloppen. Op Hemelvaartsdag had Pap zich al voor acht uur in het verzorgingstehuis gemeld. Mam lag nog in bed en heeft hem naar huis gestuurd. Toen hij later terug is gekomen, dit keer wel met de bus, heeft iemand van het verzorgend personeel hem gezegd dat hij slechts tussen 10:00 en 15:00 uur welkom is. Daarop heeft Pap besloten maar niet meer naar het tehuis te gaan, tenzij een van ons met hem mee gaat.

Vorige week zaterdag vertelde hij dat hij boos was op Schoonzus want die had brood weggegooid. Wat ZIJ wel niet dacht. Dat brood was maar een klein beetje beschimmeld. Ik zeg, terwijl ik naar de kast loop om te controleren dat hij het beschimmelde brood niet uit de vuilnisbak heeft gehaald, dat hij geen beschimmeld brood moet eten. Dat hij daar ziek van wordt. 'Hummmmppp', zegt hij.

Ik zie dat er twee halve broden in de broodtrommel liggen. Veel te veel. Hij eet maar 2 sneetjes per dag. Wanneer ik zeg dat een half brood meer dan voldoende is wordt hij boos. 'Hummppppp,' zegt hij, en kijkt mij boos aan. Niet te boos, want hij wil mee naar het verzorgingstehuis. Niet vanwege Mam, maar om de magnum white die ze daar verkopen. Hij scheurt de verpakking los en begint te eten. Binnen een minuut snap ik wat Mam bedoelt. Zijn gezicht zit onder het ijs, er hangen brokjes chocolade op zijn kleding. Op mijn vraag of hij netjes kon eten reageerde hij boos. 'Hummmppp'. Dan wil hij naar huis. De dames van de thuiszorg kunnen zo komen.

Ik breng Pap naar huis en rijd terug naar het verzorgingstehuis om Mam op te halen die samen met mij een broodje bij de HEMA wil gaan eten. Nog voor we vertrekken bedenkt zij zich. Ze wil naar MacDonalds toe.

Dinsdag heb ik een boze Pap aan de lijn. 'Ik zit hier maar thuis te zitten en te wachten. Er komt niemand. Alleen de thuiszorg. Maar daar ben ik ook boos op. Hummmppp'. Omdat ik sowieso al van plan was hem 's-avonds op te halen zeg ik hem dat.  Om zes uur, ik heb net de laatste hap doorgeslikt, belt Pap. Waar ik blijf. Hij heeft zijn schoenen al aan. 'Ik ga nu vertrekken Pap, over ongeveer een uur ben ik bij je'. Meteen gooit hij de hoorn er op. Wanneer ik bijna in Eindhoven ben bel ik hem vanuit de auto. Nog voor ik kan zeggen dat ik er binnen 10 minuten ben gooit hij de hoorn er weer op Bij de flat aangekomen zie ik Pap niet staan. Ik rijd naar de andere kant van het gebouw, misschien dat hij daar staat maar ook daar staat hij niet. Er zit niets anders op dan te parkeren en hem binnen op te gaan halen. Ik stap de lift in en hoor zijn stem. Eenmaal boven zie ik hem samen met Buurman in de andere lift naar beneden gaan. Ik ren de trap af. Buurman had mij al gezien en overhandigd Pap aan mij. Na een 'De volgende keer rustig blijven wachten buurman' stapt Buurman weer in de lift terug naar boven. Pap is boos. What's new. 'Waar bleef je nou. Ik stond te wachten en te wachten maar je kwam maar niet. Toen ben ik Buurvrouw maar gaan vragen of zij mij weg wilde brengen'. Aangezien ik zo onderhand ook boos ben, en moe, zeg ik dat wanneer ik zeg dat ik ik ook kom. Dat hij even rustig moeten wachten.

Eenmaal bij Mam moeten we de hele gang door om haar boven te gaan halen. Wanneer ze ons ziet zwaait ze. Ik zwaai terug. Zeg tegen Pap, 'Kijk, daar zit ze te zwaaien. Waarom zwaai je niet even terug'. Hij kijkt mij boos aan en met een 'Hurrrrmmmp' zwaait hij een fractie van ene seconde terug. We gaan naar beneden om koffie te drinken. Pap wil liever een ijsje. Binnen een minuut zit hij er weer helemaal onder. Mam zegt er wat van en krijgt een grauw. Ik zeg er wat van en krijg een snauw. Ik heb er bijna spijt van dat ik hem opgehaald heb. Omdat het er niet gezelliger op wordt breng ik Mam terug naar boven en Pap terug naar huis.

Woensdagmiddag belt hij, waar ik blijf. Ik antwoord dat ik geen tijd heb en gisteren pas ben geweest. 'Harrummmppp'. Ik vraag hem wat hij gaat doen. Niks. Hij klaagt dat zijn benen zo'n pijn doen dat hij niet meer kan lopen, niet meer kan fietsen en dat het voor hem onmogelijk is om zelf de boodschappen te doen. Dan verteld hij dat hij een Staatslot is gaan kopen. 'Dan had je ook de boodschappen bij AH kunnen doen Pap, want daar kom je voorbij op weg naar de boekhandel. En waarom neem je de rollator niet mee?'. Ik krijg geen antwoord. Met een 'Harrumpp' wordt de hoorn op de haak gegooid.

Donderdag bel ik hem zelf. Even vragen hoe het met hem gaat. 'Wat denk je zelf', krijg ik als antwoord. 'Ik kan niet lopen, ik kan niet fietsen, ik kan geen boodschappen doen en die van thuiszorg waren er pas na elf uur dus ik ben niet gedoucht'. Ik begin boos te worden van al het gekneuter en zeg dat wanneer hij zo doorgaat hij de kans loopt dat hij opgenomen wordt in een verzorgingstehuis. 'En dan niet zo een als Mam, dat je kunt komen en gaan wanneer je wilt, maar eentje waar je achter gesloten deur wordt weggestopt'. Aansluitend aan dit gesprek bel ik Schoonzus voor overleg. Zij zal even bij Pap langs gaan om samen met hem de boodschappen te doen en ook even in het schrijft van thuiszorg kijken wat de dames over de situatie zeggen.

Boodschappen doen bleek niet nodig te zijn; hij was zelf al boodschappen gaan doen. 'Waarom zeg je dan tegen Zij van dat je niets in huis hebt en niet kunt lopen?', vraagt Schoonzus. Zij kijkt in het boek van thuiszorg. "En waarom laat jij je niet douchen? Waarom weiger je dat?'. Er volgt een tirade. In zijn woede zegt hij meer dan de bedoeling is. Verraadt hij zijn plan. Hij geeft aan er alles aan te doen de mensen van thuiszorg de deur uit te werken, ons over de flos te jagen zodat hij, wanneer er niemand meer is om voor hem te zorgen, lekker naar Mam in het verzorgingstehuis kan. Dat er dan ook voor hem gezorgd wordt. Schoonzus kijkt hem even strak aan, herhaalt dan mijn woorden. Dat de kans dat hij bij Mam in het verzorgingstehuis komt klein is, dat hij waarschijnlijk naar een ander tehuis moet. Naar een gesloten afdeling omdat dat de enige plek is waar iemand die thuis niet te hanteren is nog verzorgd kan worden. Hij ontsteekt in gemopper. Moppert nog steeds wanneer Schoonzus na de koffie weer vertrekt.

Wanneer ik 's-avonds de was naar de flat breng is hij vriendelijker en spraakzamer dan in tijden. Ik ruim de schone was in de kast, zoek een nieuwe was uit en stop die daar in het wasmachine. De machine staat net aan als Pap de badkamer oploopt en vraagt waar die ene handdoek is gebleven die over de stang hing. 'In het wasmachine Pap'. Dat was niet de bedoeling geweest. Het is een schone handdoek, klaar gehangen voor wanneer hij gaat douchen. Donderdag. Want dan komt de thuiszorg om hem te douchen. Kijk maar, het staat op de kalender.

Eenmaal bij Mam is hij nog steeds spraakzaam. Wanneer hij en ik koffie en ijs gaan halen sis ik Mam toe niets te zeggen wanneer hij met zijn ijs gaat knoeien maar dat was niet nodig. Genietend eet hij zijn magnum keurig op. Hij lust daarna ook nog wel een colaatje. Zich niet bewust van het plan van Pap vertelt Mam hoe graag ze naar huis. Dat zij helemaal genoeg heeft van het gebrek aan privacy hier in het verzorgingstehuis. Van het wachten, het niet zelfstandig zijn.

We zijn al dik twee uur bij Mam op bezoek wanneer Pap aangeeft naar huis te willen. Ik loop nog even mee naar boven, hang de was op, zoek wat rekeningen uit.

Soms helpt het wanneer je even je boosheid uit. Maar men, wat is dat lastig, je vader toespreken alsof hij een klein kind is…

15 juni 2011 - 20:00 uur

Net Pap even gebeld om het er op te attenderen dat zijn medicijnen morgenochtend geleverd worden. 'Dat weet ik', zegt hij monter, 'Dat staat op de kalender. En ik trek morgen mijn mooie pyjama aan. Je wet weel, die rode blouse met de geblokte broek, dan sta ik er netjes op wanneer de Zuidzorg komt om mij te douchen'…


De charmeur is terug!

22 juni 2011 - Ik zorg goed voor mijzelf...

Door een kapotte kroon waar een vette ontsteking onder bleek te zitten ben ik, in overleg met Schoonzus, even niet bij mijn ouders geweest. Zij en Broer nemen de honneurs waar. Na de tweede serie reparatiewerkzaamheden van vandaag vind ik dat ik lang genoeg niet in Eindhoven ben geweest.


Wanneer ik bij Pap aanbel veert hij op uit zijn stoel. Ik zwaai met de sleutel die ik in mijn hand houd en laat mijzelf weer binnen. Hij is al weer gaan zitten. Ik vraag hoe het met hem gaat. Meteen staat hij op en drentelt naar de koelkast om te laten zien welke lekkere maaltijden hij voor zichzelf heeft gekocht. We vouwen samen de schone was weg. Ik controleer hoe vol de wasmand zit maar het is niet de moeite. Schoonzus heeft zondag nog een was gedraaid en persoonlijke hygiene is niet langer Pap's sterke punt. 'Morgen moet ik douchen', vertelt hij. Ik kijk hoe hij door de flat loopt om zijn schoenen uit de slaapkamer te pakken. Ik zeg dat hij er goed uit ziet, veel rustig dan de laatste tijd. 'Begin je aan het alleen zijn te wennen?', vraag ik hem. Hij knikt. 'jaha, en ik zorg goed voor mijzelf hoor, ik kom niets te kort'..

Ik zorg goed voor mijzelf.. Wie had dat kunnen bedenken van Pap die zich al 85 jaar heeft laten verzorgen en nu, nu hij het allemaal niet meer precies weet, nu kan hij het ineens. Voor zichzelf zorgen. Wel met een beetje hulp, maar toch.

Ik wil de kamer al uitlopen wanneer Pap terug de koelkast in duikt en er een doos druiven uit haalt. 'Die nemen we mee voor je moeder, dat vindt zij zo lekker'. Hij wikkelt de doos in een plastic zak en we lopen aan. Ik ben een beetje van mijn geloof gevallen. Pap de iets meeneemt voor Mam…

Tijdens de rit naar het verzorgingstehuis babbelt hij honderduit en wijst mij ondertussen, als een soort Mrs Bucket, op andere weggebruikers. Ik parkeer mijn auto bij het verzorgingstehuis. Wanneer wij naar de ingang lopen vertelt hij dat hij hier laatst met kennissen is geweest. '… En toen liepen we door de lange gang en ik mijn hand op om naar je moeder te zwaaien (hierbij zwaait hij even) en dat vonden ze maar vreemd. Maar toen zagen ze je moeder zitten, dat zat ook te zwaaien..'. Pap kijkt tevreden.

Binnen lopen we de lange gang door. Voordat ik haar, en zij ons, ziet zwaait Pap al. Echt zwaaien. Niet even snel zijn hand omhoog doen terwijl hij zelf naar beneden kijkt. Ik kan mijn ogen nauwelijks geloven. We nemen de lift naar boven en hij loopt snel naar haar toe. Vol trots geeft hij Mam de druiven. Mam moet duidelijk wennen aan en attente Pap. Ze is er even verlegen mee. Ze kletsen wat en dat wordt besloten de druiven te delen, want zo'n hele bak, die krijgt ze echt niet alleen op. Ik haal een bordje in de keuken, leg er de uitgezochte tros druiven op en breng deze naar haar kamer. Dan gaan we met z'n drieën naar de ontmoetingsruimte om wat te drinken.

Mam vraagt mij het hem van het lijf en Pap zit aandachtig mee te luisteren. Hoe gaat het met de voorbereidingen op de verhuizing? Hoe doet Zoon het tijdens zijn stage? Ze glimmen beide van trost wanneer ik hen vertel dat Zoon, ondanks het feit dat hij in november al wist dat deze opleiding niet zijn ding is het schooljaar toch heeft afgemaakt en zelfs over is. Ze glunderen nog harder wanneer ik verteld dat hij deze stage, als voorproefje op zijn nieuwe opleiding, wel leuk vindt. Dat hij elke dag vrolijk van huis weg gaat en weer vrolijk thuiskomt.

Rond drieën wordt Pap onrustig. Zijn tijdsbesef is niet meer wat het geweest is en voor zijn gevoel is het zo half vijf en dan komt Zuidzorg. Ik breng Mam naar boven en neem afscheid terwijl pap beneden op mij wacht. Ik zeg dat ik vind dat Pap het goed doet en Mam antwoord: 'Hij doet het ook goed. Hij heeft zijn draai gevonden'.

24 juni 2011

Broer sprak mij aan op MSN. Hij was net terug van het verjaardagsfeestje van zijn schoonvader en die had hem verteld dat Pap hem gebeld had om te feliciteren. 'Maar jongen, je vader praat ineens honderduit, maar wel op een kinderlijke manier'.


Dat was ons ook opgevallen. Gek hoe mensen kunnen veranderen. Van rustig, stil en teruggetrokken naar een vrolijke babbelaar. Alleen is de overgang van het een naar het ander zo snel gegaan.

We hebben het over de auto van Pap. Die staat al sinds Mam's valpartij uit voorzorg (en omdat het voor mij even goed uitkwam) bij mij voor de deur en moet verkocht worden. Via een klant heeft Broer een prijs doorgekregen. De vrouw van onze neef heeft wel belangstelling voor de auto en daarom mag Tante als eerste ja of nee zeggen.

De caravan staat ook al te koop. Gek hoor om je te bedenken dat ze vorig jaar nog gingen kamperen. Nu kunnen ze dat beide, om verschillende redenen, niet meer.

Voor Mam wordt een scootmobiel aangevraagd. Eerst wilde zij dat niet maar de ergotherapeut heet haar weten te overtuigen door aan te geven dat zij het idee heeft dat Mam nog graag op stap gaat, maar dat door de ziekte van Pap en haar eigen immobiliteit haar wereldje wel erg klein aan het worden is. 'Met een scootmobiel krijgt u een stukje van uw vrijheid terug mevrouw W'. Daar heeft Mam wel oren naar, zeker nu Pap het steeds minder erg vindt om alleen thuis te zijn.

Ik vraag Broer of hij 12 juli aanstaande tijd heeft om met Mam naar het ziekenhuis te gaan. Er staan dan twee afspraken op de planning (Röntgen en orthopeed) en het is de enigste dag die maand dat ik geen vrij kan krijgen. Broer zal zien wat hij kan doen. Broer kennende weet ik dat het goed gaat komen. Mam zal het er niet mee eens zijn, maar soms zijn de dingen zoals ze zijn en niet anders.

Broer eindigt het gesprek met de opmerking dat Pap hem momenteel bij elke brief die hij ontvangt belt, de brief voorleest en dan bedrukt vraagt: 'Is het een rekening?' Want rekeningen moeten naar Mam die ze tekent waarna Tante zorgt dat de opdrachten bij de bank komen. Pap mag zelf ook tekenen, maar omdat Mam altijd de financiën heeft verzorgt zou hij niet weten hoe dat moet. Ik zeg dat ik Mam afgelopen woensdag de enigste rekening die er lag heb laten tekenen. 'Weet ik', zegt Broer. 'Pap heeft meteen toen je weg was gebeld om dat te vertellen'.

Het nadeel van het laten tekenen van de rekeningen door Mam is dat ze alles ziet, alles meekrijgt. Wanneer ze de telefoonrekening ziet wordt ze boos. Bijna tweemaal zo hoog als normaal. 'Dat belt maar naar mobiele nummers. Daar moet hij mee stoppen. Dat moet hij niet doen'. Ik sus haar met de woorden, 'Mam, hij zit de hele dag alleen thuis. Alles is nieuw, alles is vreemd. Hij is ziek. Laat hem bellen. Als we geen tijd hebben om de telefoon op te nemen laten we hem rinkelen. Als we tijd hebben, praten we een paar minuten met hem. Meer dan een paar minuten is het nooit…'. Mam kijkt me even aan en zegt, 'je hebt gelijk. Voor hem is het allemaal ook niet makkelijk'.

Pap moet alleen afleren om ruzie te maken met onze voicemail. Een of ander brutaal mens neem soms onze telefoon op en die reageert niet op wat hij zegt. Erger nog, zij luistert niet eens naar wat hij zegt. Zij praat zo maar door zijn vragen heen…
Dat is ook de rede waarom Broer momenteel het favoriete 'bel-slachtoffer' van Pap is. Als vertegenwoordig brengt hij veel tijd in zijn auto oor en dan heeft hij tijd voor Pap. Schoonzus en ik hebben nog al eens een vergadering en dan staat de telefoon op stil of zelfs uit.

23:45 uur

Het lijkt of alle ergernissen van vroeger weg vallen. Soms denk ik dat ik niet genoeg doe, en vertel mijzelf 'Maar ik doe mijn best'. Dan realiseer ik mij dat mijn ouder ook hun best hebben gedaan vroeger. Dat ik andere wensen en dromen had, het zij zo.

Ik zie mijn ouders veranderen. Mijn vader vanwege zijn beginnende dementie, mijn moeder… Waarom weet ik niet, maar ze wordt zachter, staat meer open voor anderen… Moet en kan nu (schoorvoetend dat wel) hulp vragen. We praten over wezenlijke dingen. Niet altijd maar wel vaak.

En soms, soms kan ik ze achter het behang plakken. Een week of drie geleden vertrok ik snel van mijn werk naar huis met de bedoeling om naar Eindhoven te gaan omdat Pap maar bleef bellen. Zeg ik tegen mijn collega 'Wanneer je morgen in de krant lest dat de thuiszorg in een senioren complex in Eindhoven een bejaarde man achter een dikke laag behang gevonden heeft .. Dan is dat mijn vader..'.

29 juni 2011

Eens in de vier weken, op woensdag tussen 8 en 1 uur, komt iemand van de trombosedienst om bloed te prikken. Meestal is Trombosedienst er rond half tien. Vandaag niet. Dus is Pap gaan bellen want hij wil niet langer wachten. 'Dan komt u zelf toch even langs', zei de jongedame aan de andere van de lijn. Langskomen? Langskomen!. Wat denkt zij wel niet. Hij is 88 (not), kan niet meer lopen 'en jullie hebben volgens afspraak langs te komen'. Of de jongedame alles heeft kunnen volgen weet ik niet maar om half elf was Trombosedienst er. Meteen na het prikken trok hij zijn jas aan en zei tegen Trombosedienst 'Zo,  nu kan ik eindelijk mijn boodschappen gaan doen'. 'Oh', had Trombosedienst gezegd, 'Dus u kunt wel lopen!'.  'Harrumpp'.


Tussen de bedrijven door heeft hij Schoonzus gebeld om zijn beklag te doen. 'U gaat niet zelf naar de Trombosedienst toe', heeft zij hem gezegd. Daarna heeft zij mij ingeseind. Maar volgens Pap wilde ook Schoonzus dat hij naar de Trombosedienst zou wandelen. 'En nu wil jij dat ook', beet hij mij toe toen ik vanmiddag even bij hem langs ging.

Het duurt even voordat hij gekalmeerd is. Dan verteld hij dat 'ze' hem maandag waren vergeten te douchen. 'De jongedame heeft mij mijn medicijnen gegeven en is toen weer vertrokken'. Nog steeds geïrriteerd vraag ik, 'Had je je weer aangekleed?'. Foute opmerking van mij. Hele foute opmerking. Het lag niet aan hem. Zij waren hem vergeten. Maar hij had gebeld '.. en binnen een kwartier was die zelfde jongedame weer hier om mij te douchen..'. Ik probeer hem nogmaals duidelijk te maken dat hij er op maandag en donderdag beter aan doet in pyjama de deur open te maken. Dan zien de dames dat hij nog gewassen en aangekleed moet worden. 'Als jij je kleren al aan hebt denken zij dat jij al gewassen bent'. Volgens hem weet ik er niets van. Ze hebben zelf tegen hem gezegd dat hij het beste in zijn overhemd en broek (en niet meer dan dat) op hen moet wachten.

Ik zie het voor me. Pap staat om zes uur op, drentelt tot zeven uur rond, trekt zijn pyjama en vuile ondergoed uit, trekt zijn overhemd en broek aan, legt schoon ondergoed klaar op de badkamer en gaat zitten wachten tot hij gedoucht wordt. Dat deze volgorde niet helemaal logisch is ziet hij niet meer. Net zo min als hij door heeft dat zijn tijdsbesef minder wordt.

Omdat ik er toch ben zet ik een was in, drink nog even wat en tegen half vier vertrek ik. Pap prikt alvast wat gaatjes in de folie van het magnetronmaaltijd. Het lijkt of er een mitrailleur afgaat. In de gauwigheid hoor ik de vork wel 15 keer door het plastic gaan. Ik zeg nog 'Een keer per folie is voldoende', maar hij hoort mij niet. Ook de folie die de rijst afdekt wordt enthousiast een keer of 15 met de vork doorboort.

Morgen de Trombosedienst maar even bellen om uit te leggen hoe de vlag er bij hangt. Vanavond gaan Broer en Schoonzus even bij hem langs. Kan Schoonzus meteen checken of hij de was heeft opgehangen.




14 juli 2011

Vorige week donderdag heeft Pap bezoek gehad van zijn zorgtraject begeleidster. Wij mochten van hem niet bij dit gesprek aanwezig hij. Hij kon het wel zelf. De ZT-begeleidster heeft voorgesteld dat hij, wanneer Mam weer thuis is, tweemaal per week naar de dagopvang gaat. Hij vindt het wel een goed idee. Opluchting alom. Nu nog zoeken naar een dagopvang waar ze aan schilderen en houtbewerking doen. Dat vindt hij leuk om te doen.


Dinsdag is Mam naar het ziekenhuis geweest. Er zijn foto's gemaakt van de breuk in haar bovenbeen. De orthopeed was tevreden over het ingezette herstel, de chirurg die de pin heeft geplaatst niet. Over drie weken moet zij nogmaals naar het ziekenhuis en Mam mag voorlopig nog niet beginnen met revalideren. Mam baalt als de welbekende stekker.

Vandaag kan ik zo maar een extra middag vrij krijgen en rijd naar Eindhoven. Eerst naar IKEA, dan Pap ophalen om samen naar Mam te gaan. Terwijl ik op de IKEA-bus sta te wachten (iets met verder weg dan normaal moeten parkeren in verband met werkzaamheden op en rond het parkeerterrein) belt Schoonzus. We praten bij. Zij vertelt dat Broer vandaag met Pap naar de huisarts is geweest. Hij heeft een steenpuist die niet goed doorkomt. De huisarts heeft Pap een antibiotica kuur voorgeschreven. Driemaal daags een pil. De huisarts vraagt hem hoe het met Mam gaat. 'Niet zo best', heeft hij geantwoord. 'Ze hebben van de week röntgenfoto's gemaakt en zijn er toen achter gekomen dat er nog een pin in haar heup zit. Da's natuurlijk niet zo best'. De huisarts moet er om grinniken en wisselt blikken van verstandhouding uit met Broer.

Ik bedenk mij dat Pap genoeg actie voor en dag heeft gehad en rijd na mijn IKEA bezoek meteen door naar Mam. Die is blij verrast mij te zien, vooral omdat zij alleen nog maar Pap aan de lijn heeft gehad over zijn huisartsen-avontuur. Uit principe belt Mam geen 06-nummers (Da's veel te duur) en Pap en telefoneren is nooit een succes geweest en sinds hij begint te dementeren helemaal niet meer. Bovendien had hij net een pil ingenomen. 'Nu moet ik goed opletten want precies een uur later moet ik eten', had hij gezegd voordat hij ophing.

Ik vertel wat de huisarts heeft gezegd, dat Pap een antibiotica kuur heeft gekregen, dat Broer een bericht voor Thuiszorg heeft achter gelaten, dat ik Pap morgenavond op zal halen en samen met hem op bezoek zal komen en vertel over 'de pin'. Mam schiet in de lach. We praten wat. Dat Mam baalt omdat ze nog niet mag beginnen met revalideren is duidelijk. Ze wil zo snel mogelijk naar huis en dit bericht gooit roet in het eten. Het verlengde verblijf in de zorginstelling heeft ook positieve kanten. Omringd door vele mensen die al veel verder in het dementie/alzheimerproces zijn dan Pap begint zij te leren hoe er mee om te gaan.

Ze verteld over Buurman L die tijdens het eten bij haar aan tafel zit. Over hun gesprekken. Zijn afhankelijkheid van de agenda. 'Van de week zat ik 's-nachts op het toilet toen de deur open ging (de bewoners mogen de wc-deur niet op slot doen maar moeten een bordje naast de deur van 'vrij' naar 'bezet' veranderen) en Buurman L naar binnen stapte. Dus ik zeg, 'Meneer L, dit toilet is bezet'. Hij liep naar buiten, keek naar het bordje, stapt de ruimte weer binnen en zegt 'U heeft gelijk mevrouw W. Excuses. Hij draait zich om en loopt de toiletruimte weer uit'. Ik denk, nu komt er een tirade. Zo lang ik haar ken gaat de badkamerdeur zelfs op slot wanneer zij haar tanden gaat poetsen. Maar nee, ze proest van het lachen. De tranen lopen over haar wangen. 'Hij kan er niets aan', zegt ze wanneer ze wat tot bedaren is gekomen. 'Net zo min als je vader… die heeft hier ook niet om gevraagd'.

15 juli 2011

Terwijl ik een witte was uitzoek vraag ik Pap hoe het met hem gaat. Niet zo goed. De antibiotica haalt hem helemaal uit zijn dagritme. Elke acht uur een pil. Een uur voor of twee uur na het eten. Hij kan het allemaal niet bijhouden. Wanneer ik doorvraag blijkt zijn avondeten nog in de magnetron te staan. Ik reken even met hem mee en zeg dat hij het nu wel mag opeten. Hij aarzelt. Uiteindelijk zet hij toch de magnetron aan (gelukkig pas nadat ik het bestek van het bord heb gepakt). Hij eet met lange tanden. Klaagt dat hij van de bijsluiter contact op moet nemen met de huisarts en de apotheker wanneer hij klachten krijgt. Maar er staat niks bij over wat die klachten zouden moeten zijn. 'Hoe weet ik nu dat ik moet bellen?'. Na een tiental happen stopt hij met eten. Hij lust de rest niet meer. Ik gooi het eten weg en spoel zijn bord af. Daarna lees ik de bijsluiter. 'Met klachten bedoelen ze huiduitslag', zeg ik hem. Beslist antwoord hij dat hij daar geen last van heeft. Dan gaat hij twijfelen. 'Ik heb een rode streep onder op mijn buik, onder mijn navel'. Ik adviseer hem om maandag, wanneer hij onder de douche gaat Thuiszorg even naar die streep te laten kijken. 'Harrumpp', zegt hij. 'Of ik maandag douche, dat beslis ik zelf wel. Daar heb ik niemand voor nodig'.  Ik reageer niet op zijn gekneuter maar zoek de spullen waar Mam om heeft gevraagd bij elkaar en stop ze in mijn tas. Pap duwt mij twee poststukken in de hand. 'Die moeten mee naar je moeder'.


Tijdens de wandeling naar mijn auto klaagt hij steen en been over het lopen. Dat dat hem zo zwaar valt. Hij heeft inderdaad een tempo van lik-me-vestje. Met een van pijn vertrokken gezicht stapt hij in mijn auto. De steenpuist die niet door wil komen bezorgt hem vel last. In het verzorgingstehuis aangekomen stel ik hem voor dat hij alvast aan in het cafetaria gaat zitten om een plaatsje voor Mam en mij vrij te houden. Met een tevreden gezicht gaat hij zitten. Nu hoeft hij mooi dat hele stuk naar de kamer van Mam niet te wandelen. Ik loop door om Mam te gaan halen. Ik tref haar slapend in haar rolstoel aan. Voorzichtig maak ik haar wakker. Omdat Pap niet is meegelopen kan ik haar even rustig bijpraten. Over de pijn aan zijn benen, zijn slechte eten. Ik geef haar de post die beslist mee moest. Het ene is een kaart voor haar, het andere een reclamefolder van de waterleidingmaatschappij. Aan Pap gericht. 'Och', zegt ze, 'Daar had hij het van de week al over. 'Ze hebben het naar mij gestuurd maar het is echt wel voor jou bestemd', had hij gezegd'.

Beneden zit Pap al op ons te wachten. Hij lust wel wat fris. Ik haal drinken voor ons. Ik zit net wanneer Mam vraagt of er gebak in de vitrine lag. Nee dus. 'Maar ik zag wel iets van gevulde koeken liggen', reageer ik.  'Zou jij misschien een gevulde koek lusten?', vraagt Mam. Jaha een gevulde koek lust hij wel dus ga ik een gevulde koek halen. Als we toe zijn aan een tweede drankje vraagt Mam of Pap niet liever een ijsje heeft dan een drankje. Zijn ogen beginnen te glimmen. Een ijsje lust hij wel.  Slim van Mam. Het mag niet het meest gezonde voedsel zijn, Pap heeft zo wel een bodem voor de antibiotica van elf uur.

Al pratende zwaait Mam met haar handen. 'Verhip', zeg ik, 'Zie ik dat goed. Heb jij je nagels gelakt?' Mam knikt. 'Dat doen ze hier voor je. Elke vrijdag worden de nagels geknipt en gevijld en daarna van een mooi kleurtje voorzien'. 'Doe eens ruig', zeg ik, 'Vraag volgende week eens om gothic zwart'. Mam kijkt zuinig, vindt dit roze eigenlijk al aan de donkere kant hoewel Buurvrouw B hele mooie rode nagellak op heeft gekregen.

Vanaf half negen zit Pap constant op zijn horloge te kijken. Een kwartier later stel ik voor om naar huis te gaan. Een prima idee vindt hij. Ik breng de glazen en lege flesjes terug en de vrijwilligster die vandaag de bar dienst heeft zegt dat ik het er maar zwaar mee heb. Beide ouders opgenomen. Een andere vrijwilligster knikt mij vriendelijk toe. Ik leg uit dat Mam hier tijdelijk zit en dat Pap alleen thuis woont. 'Dat meen je niet', zegt de tweede vrijwilligster. 'Ik dacht echt dat hij hier een vaste bewoner is en dat jij samen met je moeder bij hem op bezoek bent. Hij past er zo tussen…'.

Ik breng Pap naar huis en samen hangen we de was op. Die hangt binnen no time. Aan zijn kant wel wat scheef en diagonaal, maar wat maakt het uit. Hij geeft mij 100 euro benzine geld en legt uit dat er veel geld in huis is. Hij pint telkens 70 euro 'want dan krijg ik ook een briefje van 20 en dat is zo makkelijk om mee te betalen bij de supermarkt. Dan heb ik overzicht op mijn wisselgeld'. Ik beloof de volgende keer wat 'klein geld' mee te nemen zodat ik wat om kan wisselen, neem afscheid en vertrek. Beneden realiseer ik mij dat ik vergeten ben de bonte was mee te nemen en ga terug naar de derde verdieping. Pap kijkt mij vragend aan. 'De was vergeten', zeg ik en hij lacht. Ik neem nogmaals afscheid en hij zegt 'Salut'. Als ik de voordeur achter mij dicht trek is hij al helemaal verdiept in wat er op TV gebeurt.

'Salut Pap', fluister ik zachtjes.

25 juli 2011

Iets na zessen bel ik bij Pap aan. Langzaam staat hij op, langzaam komt hij aangelopen. Ik pak de sleutel en maak zelf de deur open. Pap begint meteen te vertellen. "De schoonmaakster is niet geweest, die komt woensdag pas. Ik heb van de dokter zalf gekregen voor mijn billen. Heb je een overschrijvingsboekje bij je want dat heeft je moeder nodig. Heb je mijn was bij je? Weet je dat Trombosedienst morgen komt. En woensdag de schoonmaak. Donderdag komt 's-morgens de apotheker en 's-middags de ergodinges. Je weet wel, van waar je moeder nu zit. Die komt kijken of er aanpassingen aan het huis moeten gebeuren'. Mijn oren tuiten.


Een half uur later heb ik de uitgebreidere versies van de verhalen gehoord, biedt hij mij wat te drinken aan. Hij ziet er goed uit. Hij lijkt meer bij de tijd te zijn dan hij in tijdens is geweest. Tijdens het kletsen en TV kijken valt hij wel met enige regelmaat in slaap. Het zijn vermoeiende dagen voor Pap. Als ik opsta om naar Mam te gaan vraag ik of hij mee gaat maar nee. 'Ik ben zaterdag al geweest. Ik heb daar niets. Ken daar niemand. Hier bij de Groot Grutter op de hoek kom ik tenminste bekende tegen'. Ik dring niet aan.

Mam is blij verrast dat ik er al zo vroeg ben maar zij kan nog niet mee naar het cafetaria want… Er komt een heel verhaal. Volgens mij heeft zij zich als de Moeder Overste van de afdeling opgeworpen. Een half uur later loopt Tante binnen en dan heeft Mam wel tijd om beneden koffie te gaan drinken. Ze vertelt over de ergotherapeut die aanstaande donderdag bij Pap op bezoek gaat om te zien wat voor aanpassingen er in huis aangebracht dienen te worden voordat Mam naar huis kan. 'Ik heb gevraagd of een van jullie bij het gesprek en de controle aanwezig moeten zijn maar dat was niet nodig zei Ergotherapeut. Toen heb ik gezegd dat als ze koffie wil ze dit zelf moet maken omdat Pap haar niets zal aanbieden'. Mam hapt naar adem en vervolgt haar verhaal. 'Daarna is Ergotherapeut bij Schoonzus binnengelopen (Schoonzus werkt voor dezelfde zorginstelling en werkt een dag per week op de locatie waar Mam verblijft).  Die vroeg eerst of een van jullie tijdens het bezoek aanwezig moest zijn en zei toen 'Als je koffie wilt dan moet je die zelf zetten want mijn schoonvader biedt je niets aan'. Ergotherapeut is in het lachen uitgebarsten en zei dat ik dat ook al had gezegd'.

Twee tevreden en vrolijke ouders. Het is wel eens anders geweest.

4 augustus 2011

Tussen het mantelzorgen door teken ik een koopcontract, pak dozen in, verhuis en pa dozen uit. Vier dagen. Ik ben al vaak verhuisd maar nog nooit zo snel. Dat niet alles af is, is niet erg. Met nog twee weken vakantie voor de boeg komt het allemaal goed.


8 augustus 2011

Vandaag met Pap bij de cardioloog en de pacemaker technicus geweest. De pacemaker hoeft nauwelijks meer in te grijpen. 1,5 % nu tegen 88% in maar. Dat is dus goed nieuw.

Verder worden een aantal medicijnen afgebouwd. Medicijnen waarvan je enorm kunt worden. Misschien dat Pap dan weer wat meer energie krijgt.

Mam heeft al rondjes gescheurd op een scootmobiel. En ze loopt weer. Achter de rollator, met begeleiding, maar ze loopt. Het gaat de goede kant op.

12 augustus 2011

Om kwart voor acht sta ik met de schone was bij Pap voor de deur. Ik hoef niet te bellen, jij komt de gang al ingelopen. 'Had je mij aan zien komen?', vraag ik hem. 'Nee hoor. Het is bijna acht uur, bedtijd, en ik was even alles aan het klaar leggen'. Voorzichtig vraag ik of acht uur niet wat vroeg is om al naar bed te gaan maar hij schudt van nee. 'Dan heb ik voor twaalf uur al uurtjes er op zitten. Ik ben 's-morgens altijd heel vroeg wakker'. Ik denk bij mijzelf 'Dat is niet vreemd' maar zeg niets.


Ik rommel wat in de badkamer maar wordt naar de huiskamer gesommeerd. 'Dat rode ding daar, met die bril er in, is dat van jou?'  Ik kijk in de brillenkoker en zie er een bril van Mam uit het jaar nul in liggen. 'Nee Pap, die is van Mam'. 'Dan moet-ie blijven liggen'. beslist hij.

Hij loopt naar de kleine kamer en komt terug met een plastic tas met inhoud. 'Is dit van jou?'. Ik kijk in de tas. 'Nee Pap, dit zijn schoenen van Mam'. 'Dan moeten ze blijven liggen', beslist hij.

Ik moet mee komen naar de badkamer. Vol trots showt hij de douchestoel en beugel die daar voor Mam zijn geïnstalleerd. Daarna moet ik mee de koelkast inspecteren. Er staat niet veel meer in. 'Dit is de boter van je moeder', wijst hij. 'Daar ben ik niet aan geweest dus die staat er nog als ze woensdag thuis komt'. Ik kijk hem verbaas aan. 'Komt Mam woensdag al naar huis?'. Hij knikt blij. Ik kijk op de verpakking. De te gebruiken tot datum is twee maanden geleden al verstreken. 'Dan moet-ie weg', zegt Pap en neemt de boter uit mijn handen. Hij kijkt bedenkelijk. Mompelt wat over boodschappen. Ik zeg hem dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Dat ik er woensdag ook zal zijn en dat ik de boodschappen voor Mam zal doen. Hij kijkt opgelucht.

Daarna moet ik het bed van Mam inspecteren want zitten de dekens wel goed. Pap laat mij zijn pyjama zien. Een blauwe. 'Die doe ik dadelijk aan. Dit stuk is voor boven en dit is voor mijn benen'. Hij trekt zijn pyjamablouse al aan, zo over zijn kleren. 'Zou je niet beter je trui en overhemd uitdoen Pap? Je hebt nu wel heel veel kleren aan'.  Hij schudt van nee. Volgens hem wordt het koud en dan kan je nooit genoeg kleren aan hebben.

hoofdschuddend neem ik afscheid. Hij sluit de deur achter mij. Klaar om naar bed te gaan.

Ik rijd door naar het verzorgingstehuis. Mam ziet mij aan komen lopen en roept dat zij er aan komt. Ik loop naar de lift en blijf daar op haar wachten. Met een behoorlijke vaart scheurt zij in haar rolstoel naar het cafetaria. Ik haal drinken voor ons beide. 'Zo', zeg ik, 'Wat heb ik gehoord. Mag je woensdag naar huis?'. Mam knikt. 'Proefverlof. Ik mag van woensdag tot vrijdag proberen of ik mij thuis kan redden. Als dat zo is kan ik mij vrijdag uit laten schrijven. Zo niet, dan moet ik nog zeker twee weken hier blijven'. Mam is er aan toe om naar huis te gaan, Ze geeft zo'n sik van de gebrek aan privacy, het 's-nachts wakker worden van gillende medebewoners, de onmogelijkheid om met de meeste bewoners een gesprek aan te knopen. Wel maakt zij zich een beetje zorgen want 'wie smeert nu de boterham van Buurvrouw B wanneer ik naar huis ben. De zaalhulpen weten niet eens wat Buurvrouw B 's-morgens op haar boterham wil, dat zij geen korstjes kan eten of dat zij geen vermicelli in de soep lust'.

17 augustus 2011


Om een minuut over twee loop ik met de grootste weekendtas die ik heb het verzorgingstehuis binnen. Mam zit, in gezelschap van bijna al het aanwezige personeel, op mij te wachten. 'Die tas is te klein', zegt een van de verpleegkundige. 'Je bent net op tijd', zegt een Verpleger. 'Twee minuten later en je had haar niet meer meegekregen..'. Deze laatste opmerking gaat vergezeld van een knipoog over Mam's hoofd heen.  Mam wil snel naar haar kamer, de laatste spullen inpakken en naar huis. Het is duidelijk dat Mam niet van plan is om hier terug te komen. Alles moet mee.

Mam neemt van de laatste mensen afscheid en bepakt en bezakt lopen we naar mijn auto. Het gaat tergend langzaam maar Mam loopt rechter dan voordat zij haar bovenbeen brak.

Tegen half drie zijn we in de flat. Ik zet de tassen in de slaapkamer en loop achter Mam de kamer in. Moeizaam gaat zij in haar eigen stoel zitten. Ik vraag hen of ze koffie willen Beide knikken van ja. Terwijl ik in de keuken sta zegt Pap, 'je telefoon is weer kapot. Ik belde net en die verschrikkelijke vrouw die nooit antwoord geeft begon zich er weer mee te bemoeien'.

Tijdens de koffie zitten beide oudjes door elkaar heen te praten. Ik reageer op geen van beide. Mam klaagt over Buurman, Pap over de TV.  'Al weer die vervelende Rutte en dat gezeur over Noorwegen'. Mam lust een tweede kopje koffie. Ik maak dit voor haar klaar. Het is kwart over drie. pap staat op en loopt naar de keuken. Een voor een haalt hij de spullen uit de koelkast, verteld wat het is  en wat de uiterste houdbaarheidsdatum is. Mam reageer geïrriteerd. 'Het gaat al lekker', denk ik. Pap is bij de laatste maaltijd aangekomen, scheurt de wikkel er af en begint in de folie te prikken. Ik kan dat zien, Mam alleen horen. 'Wat doe je?!', snerpt ze. 'Mijn eten klaar zetten', antwoord Pap onschuldig. 'Rond kwart voor vier komen ze (thuiszorg) en dan moet het eten warm zijn'. Mam zegt dat hij best wel wat later mag eten maar Paps i niet voor reden vatbaar. Met een handgebaar leg ik haar het zwijgen op. Nijdig kijkt ze mij aan.

Om kwart over vier komt Thuiszorg. Vijf minuten later zit Pap aan tafel. Mam en ik gaan de tassen leeg halen en alles terug in de kast leggen. Er komt een doos celebrations en een halve doos bonbons uit haar tas. Ik zet deze op de salontafel en ga net als Mam weer zitten. Pap stop acuut met eten. Ruim de helft van de maaltijd wordt weggegooid. Even ben ik bezorgd. In de keuken spoelt hij zijn bord en bestek af en zet en legt het terug in de kast. Mam zit bijna te kokhalzen. Pap komt bij ons zitten en ziet de bonbons. Hij pakt er een uit de doos, bekijkt deze aandachtig, legt hem terug en pakt de volgende. 'Zit niet aan alle bonbons', snauwt Mam, 'Kies er eentje en eet die op'. Pap gaat vrolijk verder met het keuren van elke afzonderlijke bonbon.

Tegen kwart voor zes heeft Mam haar boodschappenbriefje klaar en kan ik boodschappen gaan doen. Zij heeft besloten dat zij eieren met spel gaat eten. Daar droomt zij al een week of zes van. Terwijl zij in de keuken rondscharrelt houd ik haar in de gaten. Zij krijgt het gas niet aan. Logisch want Pap heeft uit veiligheidsoverwegingen de gaskraan dicht gedraaid. Een kwartier later zit zij achter haar eieren met spek. Ze eet met smaak.
Als Mam klaar is met eten ruim ik de rommel op. Morgen moet ze dat zelf doen, vandaag kan ik het doen. Daarna zoek ik alle medicijnen die in huis zijn op en stop alles waarvan de datum verlopen is in een plastic tas. Die neem ik mee naar huis om bij de apotheek af te geven. Mam gaat weer op haar eigen plekje voor de TV zitten. Pap is aan het zappen. Elke drie seconden flitst er een ander programma voorbij. Ondertussen mompelt hij wat voor zich uit, 'Waar is Joke Bruis, waar is Joke Bruis.. '. Mam pakt de TV gids en gaat zoeken. 'Zet maar op Nederland 2. Het begint over tien minuten. Pap luistert niet, zapt door. En maar mopperen.
Na vijf minuten heeft Mam hem zo ver dat hij de afstandbediening aan haar geeft. Met moeite zet Mam de TV op Nederland 2. Ik vraag mij af hoe vaak de afstandsbediening de laatste maanden gevallen is. 'Dat is het foute programma', zegt Pap. Rustig legt Mam uit dat de reclame nog bezig is maar dat daarna zijn programma begint. Dan begint 'Toen was geluk nog heel gewoon' en gaat Pap tevreden zitten. Mam houdt de afstandsbediening wijselijk bij zich

Tijdens het journaal drinken we koffie. Pap wil ook een kopje. 'Mooi', denk ik, 'Dan ga je vanavond in ieder geval niet om acht uur naar bed'. Wanneer het journaal is afgelopen zet ik de koffiekopjes in de vaatwasser (waar ook al de bovenste 5 borden van elke stapel serviesgoed in staat) en neem afscheid. Mam strompelt achter haar rollator mee naar de galerij om mij uit te zwaaien.

Fysiek kan zij het thuis zijn waarschijnlijk wel aan. Maar gaat het haar lukken om Pap te handelen. Ik hoor het morgen. Morgen beslist zij of ze thuis blijft of vrijdagochtend terug gaat.
Ik ken mijn moeder. Die blijft thuis.

Zaterdag ga ik maar weer die kant op om de was en de boodschappen te doen. En om Mam even te ontlasten.

20 augustus 2011

Zaterdag vroeg in de middag rijd ik van Hier naar Daar. Het valt mij op dat de natuur de schade die zij de afgelopen herfst opgelopen heeft aan het herstellen is. Bomen groeien niet zo snel, maar door de grote groene varens ziet het stukje Peel waar de snelweg doorheen loopt er ondanks de omgevallen bomen gezond en fris uit.


Bij mijn ouders is het minder fris. Ondanks het mooie weer staat alleen het slaapkamerraam op een kier. De deur naar het balkon zit dicht. De TV staat aan. Een of ander programma over Rene Froger. Pap puzzelt. Wegstreep puzzels niveau 1. Heel wat anders dan de logikwizz niveau 6 die hij voor zijn ziekte maakte, maar hij puzzelt. Mam zit met een verveeld gezicht TV te kijken. Ik heb de post uit de brievenbus gehaald en geef deze aan Mam. De reclameblaadjes worden aan de kant gelegd, de post meteen open gemaakt. 'Hier', zegt Mam en steekt Pap een brief toe. 'Reclame van Peugeot voor jou'. Pap pakt de brief aan en steekt hem achter zich in de stoel. Da's voor later. Ik zeg 'Aan de inruilprijs die ze noemen heb je niets meer want je hebt niets meer om in te ruilen'. 'Gelukkig maar', antwoord Pap met een grote grijns. Hij puzzelt weer verder. Soms, wanneer een muziekstuk hem aanspreekt, kijkt hij even op.

Mam schiet in de paniek. Er zit een rekening van Thuiszorg bij, maar wie moet de betaalopdracht wegbrengen, voor wanneer moet de rekening betaald zijn? Tante, haar zus, die het laatste jaar de betaalopdrachten naar de bank heeft gebracht is nog met vakantie. Mam kan de uiterste betaaldatum nergens ontdekken. Ik pak de brief uit haar handen, kijk even en zeg, 'Factuurdatum plus veertien dagen. De rekening is op 19 augustus verstuurd dus…'. Mam is gerustgesteld. Dan is Tante weer terug van vakantie. Ze leest de brief nog eens. 'Zal ik hier een automatische machtiging voor afgeven?', vraagt zij. 'Daar kan ik voor bellen'. Ik zeg dat ik dat een goed idee vindt. Nu is het weer nog goed en loopt Tante regelmatig binnen, maar van de winter? Mam knikt. Maandag zal ze meteen bellen.

Ze begint weer te vertellen over het verzorgingstehuis. Dezelfde verhalen als woensdag, als vrijdag, als zondag, als… Op een geven moment neem ik haar verhaal over. 'Owwww, heb ik dat al eens verteld?'. Ik knik van ja.

In de badkamer zoek ik de was uit. Een halve machine bont, een halve machine wit. Ik begin met de bonte was. In no time is die klaar. Ik zet het droogrek op het balkon, hang de was op en laat de balkondeur open staan. Mam fleurt op, Pap kijkt chagrijnig. Terwijl de witte was staat te draaien maakt Mam een boodschappenbriefje. Haar plan om samen met mij boodschappen te doen gaat niet door. Het lopen gaat te moeizaam. Doet te veel pijn. Aangezien Pap niet wil zeggen wat hij wil eten beslist Mam dat hij mee moet om de boodschappen te doen. Gelukkig is ondertussen de documentaire over de Sleeswijk revue afgelopen. Hij was anders beslist niet mee gegaan.

Samen lopen we naar de Groot Grutter. We lopen langs de bibliotheek. Naast de weerspiegeling van ons twee (ik met trekkar, Pap achter de rollator) zie ik een prentenboek met als titel 'Mijn sterke pa'. Triest bedenk ik dat sterke pa's ook kunnen veranderen. Ik kijk nog een keer naar het plaatje. Ik moet even slikken. Mijn sterke pa. Voltooid Verleden Tijd.

Bij de Groot Grutter aangekomen gaat alles voor Mam en / of wat op mijn briefje staat in de kar die heb gehaald. Alles wat voor hem is stopt Pap in het mandje van zijn rollator. Bij de kassa legt hij het bordje 'volgende klant' tussen de spullen die hij op de band heeft gelegd en die ik op de band leg. Ik zeg tegen hem dat dat niet nodig is, dat ik alles zal betalen met de pinpas van Mam. Dat het makkelijker is alles bij elkaar af te rekenen. Even kijkt hij boos, dan haalt hij het bordje weg. Wanneer we aan de beurt zijn geeft hij de bonuskaart aan de caissière. Die wil de kaart aan mij geven maar Pap grist hem uit haar hand.  Zij wil protesteren maar ik zeg dat het goed is.

Pap pakt zo veel mogelijk boodschappen in het mandje van de rollator. Met moeite kan ik hem er van overtuigen dat de rest best in de trekkar kan. De laatste paar spullen mogen in de trekkar. Terwijl ik het karretje wegzet loopt hij in hoog tempo de winkel uit, naar de flappentap. Mam wilde dat ik geld zou halen maar ik had al besloten dat Pap te laten doen. Ik zeg dus niks en zie hoe hij snel en gedecideerd alle commando's uitvoert. Het pasje wordt meteen in zijn binnenzak gestopt. Even denk ik 'He, hij is weer normaal' maar dan houdt hij zijn handen gespreid onder de gelduitgifte opening en met de tong een stukje uit de mond wacht hij tot het geld 'uitgespuwd' wordt zodat hij het kan opvangen.

Thuis gooit hij het geld op tafel en gaat de boodschappen uitpakken. Wanneer hij daar klaar mee is pakt hij zijn placemat en een bord. 'Maar Pap', zegt Mam, 'Het is nog niet eens half vier. Dat hoeft toch nog niet'. 'Ze kunnen elk moment komen', gromt pap, 'En dan moet ik er klaar voor zijn'. We horen hem driftig in de folie van de magnetron maaltijd prikken. Om iets over vieren wordt er gebeld door Verpleger van Thuiszorg. Pap is dol op Verpleger en fleurt helemaal op. Verpleger geeft Pap zijn medicijnen en Mam haar trombose spuitje en weg is hij weer. Ik heb ondertussen wat stukjes worst gesneden en zet die op de salontafel. Even is Pap van zijn warme maaltijd afgeleid. Hij eet een stukje worst, springt dan op en zet de magnetron aan. Een kwartier lang staat de Foe Young Hai te spetteren in de magnetron. Als ik zeg dat dat veel te lang is wordt hij boos. Na de ping verdwijnt hij in de keuken. Hij doet er bijna 10 minuten over om de maaltijd op een bord te scheppen. Het is ondertussen kwart voor vijf. Hij eet al weer een half uur laten dan de dag waarop Mam thuis kwam.

Tegen half zes is de was droog. Ik vouw de was weg en ze de wasmand met schonen was op de droogtrommel. Die staat met de witte was er in te draaien. Ik zeg dat ik weer naar huis ga. Mam duwt zich overeind en zegt dat ze met mij mee zal lopen tot aan de lift. Zij heeft vandaag nog niet geoefend  met 'lange afstand lopen'. Samen lopen we over de galerij. Ik geef aan dat ik haar niets benijd. 'Ach', zegt zij, 'Leuk is anders maar hij gaat niet meer om acht uur naar bed en is 's-morgens dus niet meer zo vroeg wakker. Dat heb ik al gewonnen…'. We zijn bij het einde van de galerij aangekomen en keren om. Bij de lift aangekomen nemen ik afscheid. 'Tot zien en sterkte', zeg ik. Mam lacht dapper.

Ik loop drie trappen af, de flat uit, het parkeerterrein over naar mijn auto. Daar aangekomen kijk ik nog even omhoog. Ik zie haar net de flat in gaan. Maximaal 50 meter in 5 minuten…




8 september 2011

Mam belde net. Het herstel gaat langzaam, heel langzaam. Ze kan lopen maar het doet wel veel pijn. Of ik weet dat Broer in het ziekenhuis ligt. 'Nee, dat weet ik niet. Wat is er gebeurt, wat is er aan de hand?'. Iets met een schaar en een duim die ruzie kregen. Bleek achteraf dat de schaar er van voor naar achteren doorheen is gegaan en er een aantal pezen door zijn. Vandaag is hij geopereerd, morgen maar hij waarschijnlijk weer naar huis..

'Maar daar bel ik niet voor', zegt Mam. 'Hoe zit het nu met Pap zijn medicijnen? Trombosedienst komt een keertje extra omdat zijn medicijnen veranderd zijn maar Thuiszorg weet van niets. Ik heb nog gezegd dat de cardioloog dit zo beslist heeft en dat jij altijd alles opschrijft maar volgens Thuiszorg zijn zij hier niet van op de hoogte'.

Ik ontplof bijna richting Thuiszorg. Vertel Mam dat ik het hele verhaal omtrent het afbouwen van de medicijnen op de oude medicijnlijst heb gezet, dat er een briefje van de cardioloog bij ligt waarop hetzelfde verhaal staat, dat er een nieuwe medicijnlijst is en dat er 2 doosjes liggen met voor 4 dagen medicijnen ter overbrugging van de ene baxter-rol naar de andere. Alles gedateerd op 8 augustus. Dan gaat er een lichtje branden. Ik de doosjes anderhalve week geleden op tafel zien liggen. Met inhoud. Zou Pap de briefjes soms weggegooid hebben? Het zou zo maar kunnen. Hij heeft er een hekel aan wanneer mensen over hem schrijven (hij moest eens weten).

Mam luistert aandachtig. 'Ik zal het de verpleegkundige die zaterdag komt wel vertellen', zegt zij. Ik zeg dat ze, wanneer zij niets kunnen vinden zaterdag, mij best even mogen bellen. 'Nee, nee, ik ga jou niet wakker bellen', zegt Mam. 'Doe maar wel. De telefoon staat in de huiskamer. Wanneer ik slaap hoor ik hem niet. Neem ik de telefoon op ben ik dus wakker'. Mam belooft te bellen maar ik moet het nog zien.

15 september 2011

Net een half uur met Mam aan de lijn gehangen. Vandaag is zij samen met de fysiotherapeut boodschappen gaan doen. 'En', vroeg ik, 'Hoe ging het?'. 'Best goed, maar wat is het vreemd om na vier maanden weer met een beurs in je handen bij en kassa te staan'.


Voorlopig mag ze alleen onder begeleiding op pad. Ik vraag of Pap als begeleiding telt. Dat heeft zij niet gevraagd. 'Morgen loop ik met hem mee naar de Groot Grutter', zegt zij. Het eigenwijze kreng.

Mam zit in de lift omhoog. Pap staat op de roltrap naar beneden. Vrijdag is Schoonzus met hem naar de huisarts geweest. Vanwege de steenpuist die geen steenpuist blijkt te zijn maar een doorzit plek. De arme ziel.

3 oktober 2011

Mam belde vanavond. Gewoon om te vragen hoe het gaat en hoe het in Groningen was. 'In Groningen', vraag ik verbaasd. 'Ja, jij zou toch naar Groningen gaan en toen je van het weekend niet langs kwam zei ik tegen je vader, 'Die heeft mooi weer in Groningen'. Zucht, klok en klepel. Ik antwoord dat ik van het weekend gewoon thuis was, genietend van een rustig weekend en de zon. 'Eind oktober, begin november ga ik ergens een paar dagen naar Groningen'. 'Dat is mooi', zegt Mam afwezig.


'Maar wat ik vragen wilde, wanneer kom je weer eens?'. 'Ik had in gedachten om woensdag te komen', antwoord ik. Dat kwam mooi uit want pap moet naar de huisarts. Nu had ze al tegen de huisarts gezegd dat het deze niet kon, maar als ik toch naar Eindhoven kwam. 'Ik bel morgen meteen om een afspraak te maken'. 'Vraag je wel voor een afspraak zo laat mogelijk? Ik heb 's-avonds een ouderavond en ..'. Mam laat me niet uitpraten en kwekt er vrolijk doorheen. 'Ja zeker, zo vroeg mogelijk. Ik zal zeggen dat jij 's-avonds naar een ouderavond moet en dus op tijd weer moet vertrekken'. Ze ratelt verder. Ik onderbreek haar. 'Weet je nog dat Zoon tegenwoordig in Eindhoven naar school gaat. Dus graag zo laat mogelijk'.  Oh ja, zo laat mogelijk. Maar niet te laat want ze wil ook nog boodschappen te doen.

Dan vertelt ze over de Zorgtraject begeleider van Pap. Die zou donderdag komen maar dat lukt niet en nu wil ze volgende week maandagochtend komen. Maar dat heb ik afgebeld kind, want dan komt Trombosedienst en dan moet ik van alles vragen en is je vader overstuur dus daar kan ik geen vreemde bij gebruiken. Nu staat de afspraak voor maandagmiddag maar dat ga ik ook afbellen want dan is Thuishulp hier en ik wil geen vreemde bij dat gesprek.
Enigszins pissed zeg ik 'ZT begeleider is er om Pap te observeren in dit soort situaties. Zodat een inschatting kan maken hoe hij er echt aan toe is. Dus laat haar gewoon maandagochtend komen als Trombosedienst er ook is. Kan ze meteen zien hoe jij je een slag in de rondte moet werken als er iets niet klopt'. Mam denkt even na. 'Ik ga de afspraak niet terugzetten naar de ochtend maar dan moet ze maar gewoon de middag komen'. Lijkt mij ook.

Nu dit besproken is begint ze over een melding die op de kalender staat. In mijn handschrift. Over een afspraak met de orthopeed. Maar daar weet zij niets van af. Zij moet naar de chirurg. Op 2 november. Ik grom even. 'Wat is er?', vraagt ze. 'Ik zeg net gedag tegen Groningen. Daar hoef ik niet naar toe wanneer ik op 2 november met jou naar de chirurg moet. Je hoeft dan trouwens nog niet naar de orthopeed. Wel moet je een afspraak met de orthopeed maken voor december..' Ik merk dat Pap onrustig wordt en dan wordt Mam ook onrustig. 'Ik ga even je vader helpen, daarna bel ik wel terug'.

Een half uur later belt ze terug. Ik leg uit dat de orthopeed haar een jaar na de operatie weer wilde zien en dat ze nu tijd wordt om te gaan bellen voor een afspraak in december. 'Vraag dan ook of ze een afspraak met Röntgen in willen plannen want de orthopeed wil foto's zien'. Ik ben even stil, vraag dan, 'Moet je voordat je naar de chirurg gaat ook foto's laten maken?' Mam pakt de spullen er bij en gaat voorlezen. Ze weet  niet wie ze moet bellen voor de afspraak. Het is allemaal zo lastig. Broer is ook al een tijd niet meer langs geweest want die zit met zijn hand in een spalk en kan niet werken zonder dat iemand met hem mee gaat. En met Pap gaat het steeds minder… En ooohh, je moet woensdag ook even kijken want er liggen hier papieren voor een alarm. Dat vinden ze (lees Thuiszorg) nodig. Maar de indicatie staat op Pap's naam en dan krijgen we subsidie. Maar als Pap hier niet meer woont dan moet ik het zelf betalen tenzij ik ook een indicatie krijg. Die zal ik wel krijgen want de huidige is met twee jaar verlengd want mijn heup wordt nooit meer goed…

Ik hoor het aan haar stem. Het wordt haar te veel. Pap gaat har achteruit. Zij wordt nooit meer de oude. Ze kan het allemaal niet meer aan. Maar we blijven de schone schijn ophouden. Er mag niemand op bezoek komen want Mam kan niet voor koffie zorgen en het bezoek mag niet voor hun eigen koffie zorgen. Dat hoort niet.

Mam hangt op. Zoon komt binnen. Ik vraag hem binnenkort na schooltijd even bij zijn grootouders binnen te lopen. Misschien even boodschappen doen met Oma. Want dat mag zij niet alleen (al doet ze dat wel nu Pap last heeft van een bult in zijn lies, vandaar het huisartsen bezoek). Hij belooft het binnenkort een keer te doen.

Hij kijkt mij aan. 'Gaat het?', vraagt hij. Ik geef even een imitatie van mijn moeder. 'Ga maar sparen', reageert hij, 'Want als jij later net zo als oma wordt dan kan je een verpleegster inhuren. Ik ga dat alleen niet trekken'. Ik schiet in de lach om zijn praktische oplossing en neem mij voor woensdag even geducht met Mam te praten over 'pottenkijkers' en hun rol in de zorgverlening en wanneer ik met Pap bij de huisarts ben maar even aankaarten dat Mam het allemaal niet trekt en er extra hulp nodig is.

5 oktober 2011

Ruimschoots op tijd loop ik bij Pap en Mam binnen. Ik ga zitten en Pap vindt het tijd om de bedden op te gaan maken. Moeizaam staat hij op en langzaam loopt hij naar de slaapkamer. Ik vraag Mam hoe het gaat. 'Niet al te best', geeft ze aan. Ik stel wat vragen of Pap's gedrag van de laatste dagen zodat ik, indien nodig, met de huisarts kan bespreken. 'Hij heeft het de laatste tijd telkens over Hendrik, de broer van Eelco. Dat hij niet weet waar Hendrik is gebleven. Dat hij hem niet meer kan vinden. Dan leg ik hem uit dat Hendrik en Eelco beide broertjes van hem zijn en dat Hendrik al in september 1944 is overleden. Ik vertel waar Hendrik begraven is en dan weet hij het weer'.


'Van de week had hij halfvolle koffiemelk gekocht in plaats van volle. Toen ik tegen hem zei, 'Maar Gerben, we hebben toch altijd volle koffiemelk' is hij tegen mij uitgevallen en schreeuwde 'Je denkt toch niet dat ik gek ben. Ik heb een half vol pak koffiemelk gekocht. Dat pak zit vol'. Wat moet ik daar nu mee'. Ik moet er om grijnzen. Mam nu eigenlijk ook wel.

Met Pap als TomTom arriveren we keurig op tijd bij de huisarts. We moeten nog even wachten. Pap probeert makkelijk te gaan zitten maar dat lukt niet. Hoe hij ook draait, hoe hij ook gaat zitten, het doet pijn. Eenmaal binnen bij de huisarts gaat hij voorzichtig zitten. De huisarts vraagt hoe het gaat. Pap vertelt en onder mijn adem zeg ik 'Zo kom je hier nooit, en zo…'. Ik maak mijn zin niet af. Kan het niet zeggen, wil het niet zeggen. Vind het te moeilijk om te zeggen '.. en zo ben je een lichamelijk wrak'. Het hoeft niet. Pap maakt mijn zin af…. 'En zo moet je om de haverklap een auto met chauffeur regelen'. Hij kan er nog om lachen. Even later niet meer. Vrijdag heeft hij weer een auto met chauffeur nodig. De huisarts vermoed een liesbreuk en Pap moet zo snel mogelijk geopereerd worden. Vrijdag om tien over negen mag jij zich op de poli Heelkunde melden. Ik dus ook. Het vliegtuig wat Broer en Schoonzus naar de zon brengt is net opgestegen.

7 oktober 2011 - Rondje ziekenhuis

Dankzij het drukke verkeer sta ik iets later dan gepland bij mijn ouders voor de deur. Pap staat al buiten te wachten en stapt snel in. Op naar het ziekenhuis, op naar de poli Heelkunde. Ondanks dat we iets te laat zijn moeten we toch even wachten. Dan wordt Pap naar een kleine spreekkamer gebracht en wachten we verder. Er loopt een aardig meisje binnen. Ze stelt zich voor. Co-assistent. Of zij het eerste onderzoek mag doen en daarna met de chirurg nog een keer. Pap kijkt mij vragend aan. Ik vraag hoeveelste jaars zij is. Vierde jaars. Ik knik naar Pap dat het goed is en hij zegt ja. Zij begint met het stellen van vragen. Pap weet niet alle antwoorden maar samen komen we een heel eind. Co vraagt of zij de breuk mag zien en zonder probleem laat Pap zijn broek zakken. 'Een duidelijke liesbreuk', is haar professionele menig. Zij vraagt Pap te gaan liggen en doet nog wat kleine testjes. Pap mag zich weer aankleden en het wachten is op de chirurg. Een stief kwartiertje later 'vliegt' er een Arts In Opleiding tot Specialist binnen. Dezelfde vragen, hetzelfde onderzoek, een andere uitslag. Hij kijkt mij aan. De pijn komt niet overeen met de grote van de breuk. 'Ik wil een echo laten maken'. Hij pakt de telefoon en regelt een echo.

We wandelen naar het diagnostisch centrum. Pap is redelijk vlot aan de beurt. Omdat het om een echo gaat laat ik hem alleen naar binnen gaan. Na iets wat een eeuwigheid lijkt te duren komt Pap weer naar buiten. We kunnen terug naar de poli Heelkunde voor de uitslag.  Boos zegt Pap, 'Ze smeren een vies, koud, plakkerig spil op je buik..'. Ik snap waarom het zo lang heeft geduurd. Pap is niet de makkelijkste patiënt en niet iedereen heeft meteen in de gaten dat zijn hersenen een tik hebben gekregen.

Als we bij de balie van de poli Heelkunde staan komt de AIOS voorbij. 'Ik ben weggeroepen naar de SEH', zegt hij. 'Mijn collega neemt het over'. Al snel mogen we weer in het kleine spreekkamertje gaan zitten… wachten. En wachten. De Co verschijnt weer, op de voet gevolgd door de volgende arts-assistent. De verschillende gezichten beginnen te veel te worden voor Pap. Er volgt weer een onderzoek, de echo wordt bekeken. Dan volgt de uitslag: Pap heeft een ontstoken bijbal en die zorgt voor de heftige pijn. De liesbreuk is bijzaak. Er wordt overleg gepleegd met een uroloog en Pap krijgt een antibiotica kuur voor 14 dagen voorgeschreven. Daarna mag hij terugkomen bij de uroloog. Pap mag zich weer aankleden, wij mogen ons weer bij de balie melden en ik krijg papieren in mijn handen gedrukt die ik nodig heb om een afspraak op urologie te maken.

Pap zat ondertussen al een tijdje smakkende geluiden te maken, wat betekend dat hij dorst heeft. Natuurlijk zie je geen koffiemachine wanneer je er een nodig hebt. Wel een toilet. Ook dat is nodig. Geduldig wacht ik tot Pap weer naar buiten komt. Ik bekijk de overige patiënten en hun begeleiders die door de gang lopen. Het valt mij op dat er veel kinderen (mijn leeftijd) met een of twee ouders zijn. Pap komt naar buiten en we lopen verder. Aangekomen bij urologie licht zijn gezicht op. Er staat een watertank met bekertjes. Helaas, de tank is leeg. Ik maak bij de poli een afspraak met de uroloog. Het lukt natuurlijk niet om die afspraak op deze dag te plannen als waarop Pap al naar de cardioloog moet. Ik krijg de papieren en vraag om een beker water voor Pap. 'Daar staat een watertank', zegt de spreekuurassistente. 'Die is leeg', zeg ik. Zij haalt haar schouders op. 'We zijn al vanaf 9 uur van hot naar haar aan het rennen', sis ik, 'Mijn vader is moe, heeft pijn en dorst'. Snel staat zij op en vult een beker met water die ze aan Pap geeft. Hij drinkt het bekertje in een keer leeg'. 'En nu naar huis', zegt hij. Ik moet hem teleurstellen. We moeten nog naar het priklaboratorium. Opdracht van de cardioloog en nu we hier toch zijn…

Bij het priklab aangekomen zet ik hem op een stoel en loop alleen naar de balie. Ik geef aan dat Pap bloedverdunners gebruikt, geriatrisch patiënt is en dat we al sinds 9 uur in het ziekenhuis rondhangen en dat Pap's humeur niet om over naar huis te schrijven is en aan het verslechteren is. Ze begrijpt me. Pap wordt al snel opgeroepen en neemt plaats in het aangewezen kamertje. En dan komt er niemand. Wel zie ik de balie medewerkster een paar maal voorbij lopen. Dan komt de beste bloedprikster die ik ooit heb meegemaakt binnen Zij stelt Pap op zijn gemak. Babbelt met hem, geeft hem complimenten. Pap fleurt helemaal op. Wanneer ze hem na het bloed afnemen ook nog helpt om het knoopje van zijn overhemd dicht te maken me de woorden 'Service van de zaak voor een knappe jongeman' is hij weer helemaal blij en gelukkig.. en konden wij eindelijk naar huis.

Zoon is ondertussen ook vrij en met de bus naar Opa en Oma gegaan. Hij en ik gaan boodschappen doen en tegen enen zitten we met z'n vieren aan tafel. Beide oudjes glunderen. Een volle tafel, dat vinden ze altijd leuk. Het gebeurt tegenwoordig alleen te weinig. Zoon blijft Pap melk bijschenken en Pap drinkt dapper door. Ineens zegt Mam tegen Zoon, 'Heb jij de theorieboeken nog die je hebt gebruikt toen je met je brommer rijbewijs bezig was. Ik zou die graag eens inzien. Wanneer ik denk dat ik dat nog kan wil ik mijn brommer rijbewijs halen. Dan kopen we een 45 km karretje en dan kunnen we weer zelf overal naar toe gaan'. Pap zit te knikken. Dan hoeft hij niet telkens een auto met chauffeur te regelen.
Maar helaas. Zoon heeft alles via internet geregeld en heeft geen boeken maar hij denkt dat hij wel wat kan regelen en begint wat vrienden te mailen. Ik beloof ook rond te vragen in mijn netwerk. 'Met de trein en zo gaat niet meer', zegt Mam, 'Maar ik dacht, met zo'n karretje kunnen we in de zomermaanden ook bij jullie komen'. Ik wil haar enthousiasme niet indammen maar vraag wel 'En de trap dan Mam?'. Daar is zij al mee bezig. De fysiotherapeut weet wat ze wil gaan doen en heeft beloofd haar te helpen met leren traplopen.

Ik heb Mam in tijden niet zo strijdvaardig gezien. Zij heeft er weer zin in.

18 oktober 2011

Na een barre tocht van dik 2 uur sta ik bij mijn ouders voor de deur. Veel vroeger dan afgesproken maar ik weet ondertussen hoe de tijd vliegt wanneer ik daar ben. Bovendien heb ik Zoon even bij zijn school afgezet. Waarom zou hij treinen als ik ook die kant op moet.

Nog voor de koffie krijg ik het eerste probleem voorgeschoteld. De telefoon doet het niet. Beide lijnen zijn dood. 'Zou dat komen omdat Thuishulp gisteren de trap uit de meterkast heeft gehaald?'. Ik duik de meterkast in maar zie geen loshangende kabels. Trouwens, de TV doet het wel dus aan het modem kan het eigenlijk niet liggen. Ik bel naar Ons Net en krijg te horen dat het wel degelijk aan het modem kan liggen. Op last van Ons Net trek ik de stekker van het modem uit het stopcontact, wacht drie minuten, steek de stekker er weer in. 'Dan zouden ze nu weer contact moeten hebben' en meteen hoor ik mijn moeder vanuit de kamer jubelen. Het eerste probleem is opgelost. Ging het allemaal maar zo snel.

Na de koffie gaan Mam en ik aan de slag met het opruimen van de hun beider klerenkasten. Omdat tegenwoordig Jan en Alleman in die kasten zit te rommelen kunnen ze niets meer terugvinden. Pap rent voor ons uit naar de slaapkamer om de bovenste plank van zijn kast leeg te halen. Pap is meteen al helemaal gelukkig. Hij vindt een aantal favorieten terug: 2 truien en 3 pyjama's. Mam keurt elk kledingstuk waarna ik mag gaan vouwen en stapeltjes maken. Logische stapeltjes. Wanneer de plank er weer netjes uitziet is het hanggedeelte aan de beurt. Minder tijdrovend, want de sortering is duidelijk. Zomerbroeken bij zomerbroeken, zomerhemden etc. Het stapeltje 'Dit heeft z'n beste tijd gehad' is al snel geen stapeltje meer.

Wanneer Pap's kast weer netjes opgeruimd is beginnen we aan de kast van mam. Maar eerst werk ik Pap de slaapkamer uit. Bij elk kledingstuk wat ik in mijn hand neem vertelt hij wanneer hij dat voor het laatst aan heeft gehad, wat hij toen heeft gedaan. Ik word horendol van hem en Mam staat bijna op springen.  Net als bij de kast van Pap ruim ik eerst de plank leeg. Mam is nogal van de bewaarderige maar tot mijn verbazing hoor ik haar al snel, eerst aarzelend maar steeds zekerder, zeggen 'Dat kan weg, dat kan weg, dit wil ik bewaren, dat kan weg'. Nadat we de eerste stapel hebben doorgenomen vraagt ze of ik maandag weer kom. Ik knik. 'Dan kunnen we samen naar de markt, naar het broekenmannetje. Ik heb nieuwe broeken nodig'. Ik knik weer. Tegen de tijd dat we de hele kast doorgespit hebben weet Mam dat zij geen nieuwe broeken nodig heeft. Haar kast is leeg, zo leeg dat ruimte is om haar favoriete truien op te hangen zodat zij er makkelijker bij kan. Maar broeken heeft zij voldoende. In elke maat, van 40 tot en met 46 heeft zij minimaal 4 winter- en 4 zomerbroeken.

Na nog een kopje koffie genuttigd te hebben ga ik met Pap naar de cardioloog. In de auto zegt hij, 'Ik heb geen pijn meer dus ik hoef niet naar de huisarts toe'. 'We gaan niet naar de huisarts Pap, we gaan naar de cardioloog. Die gaat je hart controleren'. Volgens Pap is dat niet nodig want 'sinds ik dit ding heb, die toerenteller, klopt mijn hart goed'. Ik leg uit de cardioloog hem toch regelmatig even wil zien om te controleren of de pacemaker het goed blijft doen. 'Oh ja', zegt hij, 'Zo heeft de toerenteller echt'.

Ondanks een voorspelde wachttijd van drie kwartier is Pap binnen een kwartier aan de beurt. In de spreekkamer zegt de spreekuurassistente, 'Trek uw bovenkleding maar uit, ik ga even een hartfilmpje maken'. Pap kijkt mij vragend aan. 'Dat is een verrassing', zeg ik, 'Maar het is geen probleem'. Pap trekt zijn overhemd uit en weer valt het mij op hoe mager hij is geworden. Overal hangt loshangend vel. De elektrodes worden geplakt, het filmpje wordt gemaakt. Binnen vijf minuten is het gepiept en mag Pap zich weer aankleden. We hoeven niet eens heel lang op de cardioloog te wachten. Hij neemt Pap's status door en bekijkt het filmpje. Alles ziet er goed uit zegt hij. Dan gaat hij vragen stellen….

'Hoe gaat het met traplopen?', vraagt hij. 'Goed', antwoordt Pap. 'Euh Pap, volgens mij heb jij al heel lang geen trap meer gelopen', zeg ik. 'Klopt', reageert Pap. Hij kijkt de cardioloog aan en zegt, 'Ik woon in zo'n seniorending met een lift. Daarom gaat traplopen goed'. Hij knipoogt er nog net bij bij. De cardioloog schrijft: Meneer kan goed traplopen.
'En fietsen?', vraagt de cardioloog. Er volgt een wazig verhaal van Pap's kant en ik grijp in door te zeggen dat hij op Hemelvaartsdag van dit jaar voor het laatst gefietst heeft. De cardioloog schrijft: 'Fietsen gaat prima'.
'Lopen dan?', vraagt de cardioloog. Pap begin hem omslachtig te vertellen over de breuk, de pijn, de.. De cardioloog kan er geen touw aan vastknopen dus ik zeg, 'Pap heeft een liesbreuk, een ontstoken bijbal inclusief de bijbehorende pijn en beweegt zo min mogelijk'. 'De pijn is nu over', zegt Pap. 'Mooi', zegt de cardioloog. 'U moet  blijven bewegen meneer W. U moet elke dag een stukje wandelen'. Pap knikt braaf. 'Mooi', zeg ik, 'Dan kan je weer samen met Mam of alleen de boodschappen gaan doen'. De cardioloog vindt dat een prima idee. Wandelen met een doel. Ik krijg een recept in mijn handen geduwd en mag een nieuwe afspraak voor over een half jaar maken. Ik plak de pacemaker controle er ook maar meteen aan vast. Op 24 april volgend jaar heeft Pap een dubbeldate in het ziekenhuis.

In de auto op weg naar huis is Pap stil. Eenmaal thuis gaan we lunchen en ineens zegt hij. 'Ik heb dan wel een hele druk week hoor. De 24ste naar die meneer, de 30ste ben ik jarig en 1 mei moet ik naar die mevrouw. Arrrrggghhhh, hij zit zich al sinds de brief met daarin de datum voor de volgende afspraak met de geriater binnen is druk te maken over die afspraak. Het korte termijn geheugen mag dan aan het verdwijnen zijn, het lange termijn geheugen werkt nog perfect.

Na de lunch stop ik alle kleding die weg mag in vuilniszakken. Met veel proppen krijg ik het in drie vuilniszakken. Samen met Pap breng ik de zaken naar de kledingcontainer. Ik breng Pap terug naar boven en ga dan met Mam naar de winkel in huishoudelijke artikelen op het pleintje. Er moet een nieuwe Senseo komen maar zij wil hem wel zelf uitzoeken. Tergend langzaam lopen we naar het pleintje. Haar oog valt op een 'vierkant' exemplaar. Die vindt zij mooi, maar hoe werkt dat ding. Ik pak het kijkmodel van de plank en laat het haar zien. 'Net als die we nu hebben. Deze wil ik', zegt Mam, 'Deze vind ik mooi'.

Met een grote doos onder mijn arm lopen we naar huis. Daar maak ik het apparaat schoon en gebruiksklaar. Mam wil nogmaals weten hoe het werkt dus onder haar toeziend oog zet ik een kopje koffie. Ik stop het oude apparaat in de doos en zet deze op de slaapkamer. De volgende keer dat ik kom zal ik dat ding, en diverse andere niet meer (goed) functionerende apparaten, opruimen. Ik drink het ene kopje koffie op, neem afscheid en ga dan Zoon van school halen. We zijn Eindhoven nog niet uit of rijden een file in. De terug weg duurt lang, maar niet zo lang als de heenweg. Thuis merk ik pas hoe moe ik ben. Het was een enerverend en druk dagje. Maandag mag ik weer. Pfff.

24 oktober 2011

Van hebben beide oudjes een drukke dag voor de boeg. In de ochtend moet Pap onder de douche, er komt iemand langs van de trombosedienst om bloed te prikken en hij moet naar de huisarts. Mam krijgt bezoek van de fysiotherapeut. 's-Middags komt de thuishulp en heeft Pap een afspraak in het ziekenhuis. Dit keer moet hij naar de uroloog.


Het is weer een fris en fruitig jong ding bij wie het even duurt voordat het kwartje valt dat Pap's antwoorden niet altijd uit de mond van een volwassene komen. Dus wanneer zij hem vraagt hoe het plassen gaat legt hij uit dat hij zijn broek en onderbroek uit doet en dan gaat zitten. Wanneer zij vraagt of hij nog een krachtige straal heeft zegt hij dat hij zijn broek en onderbroek uit doet en dat dat dus geen belemmering is. En nee, de bijbalontsteking doet geen pijn meer.  Ze wil onderzoeken waar de ontsteking vandaan is gekomen. Er wordt twee afspraken voor verder onderzoek gemaakt en Pap wordt doorgestuurd naar het diagnostisch centrum voor bloed- en urine afgifte.

Pap was zes toen hij vanuit Friesland naar Eindhoven verhuisde. Sprak hij in eerste instantie geen Nederlands, tegen de tijd dat hij volwassen is is hij het Fries volledig verleerd. Ooit heeft hij, toen hij samen met mijn moeder op de motor naar Friesland ging, aan een klein jongetje in het Fries de weg gevraagd. Het jochie reageerde zo verschrikt dat mijn moeder tot op de dag van vandaag volhoudt dat Pap in zijn onschuld het manneke een oneerbaar voorstel heeft gedaan.

Prikzuster legt Pap geduldig uit wat hij met het urinepotje en -staafje moet doen. Wazig knikt hij wat voor zich uit. Ik voorzie een probleem. Dan vraagt zij zijn geboortedatum en naam. Die geeft Pap braaf en zegt vervolgens,  'Dat is een plaats in Friesland'. 'Dat weet ik', antwoord Prikzuster, 'Ik kom zelf uit Tjietjerkstradeel'. Pap schakelt over op het Fries en vertelt dat hij al sinds zijn zesde in Eindhoven woont en hoe moeilijk hij het heeft gehad de eerste tijd omdat hij geen woord Nederlands spreekt. 'Nou', reageert Prikzuster (in het Fries), 'Voor iemand die al zo lang uit Friesland weg is spreekt u nog goed Fries'. Ik moet slikken. Pap is vandaag verder terug in de tijd dan ik had gedacht. 


Als het bloed is afgenomen vertrekt hij met potje en staafje naar het toilet. Tot mijn grote verbazing plast hij netjes in het potje en haalt het staafje door de urine heen. Zonder instructies van buitenaf. Hij is weer 85…

Eenmaal thuis bel ik Broer en Schoonzus en vraag of zij, naast de afspraak met de chirurg die broer al in zijn agenda heeft staan, nog een paar arts-bezoeken over kunnen nemen. Ik begin aan het einde van mijn latijn te raken. Het grootste deel van mijn vakantie en de extra gekochte vakantie uren is al in beide oudjes gaan zitten en het einde is nog niet in zicht. Broer neemt een aantal ziekenhuisbezoeken over en Schoonzus gaat met Pap naar de huisarts.




9 november 2011 - De blaadjes vallen weer.. 


De blaadjes vallen weer en het gaat gelijk weer een stuk minder met Pap. Al vier nachten op rij heeft hij, en daardoor Mam ook, nauwelijks geslapen. Hij ziet weer dingen die er niet zijn. Hij rammelt 'snachts aan de deur, wil naar buiten. Vannacht heeft hij op de rand van zijn bed zitten dommelen en is gevallen. Nu doet zijn schouder pijn. Achter de rollator van Mam banjert hij door het huis waardoor Mam zonder rollator loopt. Iets wat zij niet meer mag en eigenlijk ook niet meer kan.

Vrijdag is Schoonzus met hem naar de huisarts geweest. Eenmaal daar wist hij echt niet waarom hij daar zat en kon geen enkel normaal antwoord geven. 

De Zorgtraject begeleider zit er bovenop. Gisteren is zij bij Pap en Mam op bezoek geweest, nu gaat Mam haar bellen hoe de nacht is gegaan. Er wordt nu aan gewerkt om Pap in overleg met de geriater over te dragen naar de GGZ ouderzorg.

Gisteren liep hij met kleren en toiletartikelen te sjouwen, legde ze op de bank, en ging op zoek naar een tas. 'Ik ga met de motor naar Friesland', had hij gezegd. Hij praat ook weer regelmatig Fries. 

Vandaag staat er een gesprek met twee personeelsleden van de dagbesteding van een zorginstelling in de buurt op de agenda. Dit betekent hopelijk dat er vrij snel een plaatsje voor Pap is, zodat hij een paar keer per week 'uit huis' is. Vraag is alleen of dagbesteding nog wel voldoende is voor Pap zoals hij nu is. Misschien moet het wel een dagopname worden, misschien zelfs wel meer. 

Mam heeft ondertussen te horen gekregen dat zij in aanmerking komt voor een scootmobiel. Pap is het er niet mee eens. 'Zo'n ding heb jij toch niet nodig'. Mam durft het huis niet uit te gaan. Zij is bang dat wanneer er gebeld wordt over de scootmobiel Pap zegt dat het niet nodig is en zij er geen krijgt. 

14 november 2011

Zondagavond belt Mam. Of ik er aan denk dat Pap maandagochtend naar de dokter moet. Ik bevestig dat ik daar aan denk. Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan komt het hoge woord er uit. Pap is vrijdagmiddag weggelopen. Mam dacht dat hij naar het toilet was en toen het wel heel lang duurde voordat hij terugkwam is zij polshoogte gaan nemen. Zijn jassen hingen aan de kapstok maar Pap is weg. In paniek heeft zij haar jas aangedaan, is naar beneden gegaan om in de hal te kijken of hij wellicht de post is gaan halen. In de hal was hij niet. Terug boven stond Mam net met de telefoon in haar hand om Broer en de politie te bellen toen er werd aangebeld. Voor de deur staat een onbekende man met Pap aan zijn arm. 'Ik zag hem in zijn trui lopen en hij zag er wat verward uit', zei de man. 'Ik vroeg hem waar hij woont maar dat wist hij niet. In zijn beurs vond ik een kaartje met dit adres, zodoende wist ik dat ik hier moet zijn …'.
'Waarom ben je naar buiten gegaan', vraagt Mam hem.
'Nou, de kinderen kwamen vragen of ik mee kwam spelen, en dat heb ik gedaan'.

Hoewel Mam van zowel de zorgtrajectbegeleider als de huisarts heeft om te bellen als er iets is heeft zij niet gebeld. Het is vrijdagmiddag en iedereen heeft recht op weekend. Zaterdag belt ze toch Broer om het hem te vertellen. Zondag krijg ik het verhaal dus te horen. 

Maandagochtend, nog voordat ik bij de oudje binnen loop, heb ik contact met Schoonzus over het voorval van vrijdag en dat het tijd is dat wij Mam even overrulen. Ik haal Pap op en samen rijden we naar het ziekenhuis, voor wat urologische onderzoeken. 'Vorige week ben ik ook in het ziekenhuis geweest', zegt Pap, 'Samen met mijn vader'. Met mijn aandacht voor het verkeer floep ik er uit, 'Dat lijkt mij stek'. Pap denk even na en zegt dan, 'Het kan ook Broer zijn geweest'. Inderdaad Pap, Broer is vorige week met je naar het ziekenhuis geweest.

Ik ben blij dat we meer dan op tijd bij het ziekenhuis zijn. De wandeling van de parkeerplaats naar de poli neemt veel tijd in beslag. Pap moet regelmatig stil blijven staan om even op adem te komen. Ondanks dat zijn we toch iets te vroeg voor zijn afspraak. Pap neemt plaats in de wachtkamer en ik vraag de spreekuurassistente om de uroloog even bij te praten over Pap. Dat Pap aan het dementeren is en dat hem in makkelijke woorden uitgelegd moet worden wat er tijdens de onderzoeken gebeurt'. Zij beloofd het aan haar collega door te geven. Ik ga naast Pap zitten en hij klaagt dat hij het zo koud heeft. Ik kijk naar zijn handen. Zijn vingertoppen zijn blauw/zwart. Ik neem zijn handen in die van mij en wrijf ze warm. Dan wordt Pap opgehaald voor het eerste onderzoek. Ik zie de arts-assistent en leg ook haar nog even uit dat Pap het allemaal niet meer zo goed weet en snapt.  

Na de plas-test volgen er nog twee echo's en een onderzoek. Een dik half uur na het eerste onderzoek is hij klaar en zitten wij tegenover de arts-assistent urologie. Ik pak mijn schrijfblok en ga mee schrijven. 

'Uw vader heeft een cysten in beide nieren maar omdat hij er verder geen last van heeft, doen we daar niets aan'. 'Mooi', zeg ik.

'Uw vader heeft een verwijdde lichaamsslagader. Daarvoor moet hij naar de vaatchirurg die het verdere plan van aanpak zal bespreken. U moet dadelijk meteen een afspraak maken'. Ik antwoord haar dat ik eerst alles met de huisarts bespreek. Zij knikt en schrijft een verwijskaart.

'Uw vader plast met te weinig kracht en hij plast zijn blaas niet helemaal leeg. Hij moet aan zijn prostaat geopereerd worden'. Ik schud van nee. 'Dan schrijf ik medicijnen voor', zegt zij. Zij kijkt Pap aan en zegt 'Van die medicijnen kunt u wel licht in uw worden'. Pap kijkt haar nietszeggend aan, buigt zich naar mij en zegt, 'Ik ben vandaag ergens onder de douche geweest, maar waar was dat? Wat dat op de kazerne?'. 'Nee Pap, dat was bij jullie thuis', zeg ik tegen hem en ik vraag haar: 'Is er niet iets waar hij niet licht van in zijn hoofd wordt want hij heeft al genoeg aan zijn hoofd'. Voor de assistent antwoord kan geven breekt Pap in het gesprek in. 'Dat ik problemen heb met mijn blaas komt van het motorrijden'. Hij strekt zijn armen schuin voor zich uit, grijpt een denkbeeldig stuur vast en zegt met een gelukzalige uitdrukking op zijn gezicht, 'Vroem vroem'. Aan de reactie van de assistent zie ik dat het nu pas tot haar doordringt hoe ver Pap heen is en zij schrijft hem medicijnen voor zonder de bijwerking 'licht in het hoofd'.

Als laatste geeft zij aan dat Pap's prostaat aan een kant verhard is. 'Dat kan komen door de vorige operaties', zegt zij, 'Maar het is waarschijnlijker dat hij prostaatkanker heeft. Dat wil ik graag onderzoeken'. Ik voel Pap onrustig worden. Ik vraag haar wat ze gaan doen mocht Pap… 'Niet', antwoord zij. 'Dan laten we het ook niet onderzoeken', zeg ik. 'Pap moet al zo veel en hoewel hij het niet allemaal meer begrijpt vindt hij al die onderzoeken wel vervelend dus… laat maar'. Met een blik op Pap zegt zij het te begrijpen.  Ik krijg een stapel papieren mee en we maken een controle afspraak voor over drie maanden. 

Weer in de wachtkamer spreekt de spreekuurassistente die hem bij het eerste onderzoek geholpen heeft mij aan. 'Het linkerbeen van uw vader is dik en gezwollen en zit vol vocht'. Ik bedank haar en zeg dat ik de huisarts er naar zal laten kijken. 

Eenmaal thuis ga ik op verzoek van Mam geld halen terwijl ik Schoonzus bel. Zij is het helemaal eens met mijn beslissing de prostaatkanker niet te laten onderzoeken maar weet mij ook te vertellen dat die verwijdde lichaamsslagader een aneurysma is en dat dat gevaarlijk kan zijn. Terug in de flat zeg ik dat ik even bij hun huisarts langs wil gaan om hem bij te praten. Mam belt en krijgt te horen dat ik al om half 12 bij de huisarts terecht kan.

Ik vertel de beste man alles. Hij heeft al contact gehad met de crisisdienst van de GGZ maar besluit nogmaals te bellen, zo geschrokken is hij van het feit dat Pap is weggelopen, is gaan dwalen. Hij schrikt nog meer wanneer hij de brief voor de vaatchirurg leest en gaat meteen een verwijzing klaarmaken. Pap heeft een verwijding van 5,9, vanaf 6 is het kritiek. Je leert van alles bij. De huisarts belt de apotheek om Pap's medicatie aan te passen.

Weer buiten bel ik eerst Schoonzus, daarna de poli Heelkunde om een afspraak met de vaatchirug te maken, en dan weer naar Schoonzus. Ik vertel haar wanneer de afspraak is en ik ben dan vrij maar ik geloof dat ik het wel heel erg prettig zou vinden wanneer Broer of jij er bij bent. Iets zegt mij dat er dan keuzes gemaak moeten worden'. Schoonzus begrijpt mij meteen.

Via de apotheek ga ik terug naar mijn ouders. Ik geef Pap zijn eerste pil wanneer de telefoon gaat. Het is de assistente van de huisarts. De crisisdienst is ingeschakeld en wordt zo snel mogelijk contact opgenomen. Ik vertel het goede nieuws aan Mam. Die wil pas dat er iemand komt praten na Pap's bezoek aan de vaatchirurg. Zij staat te tollen op haar benen. Pap slaapt niet pas een paar dagen niet meer best, het zijn al een paar weken. Ik vertel haar dat wachten bij een crisisdienst niet slim is. Dat zij de eerste de beste beschikbare optie aan moet pakken.

We hebben ons even teruggetrokken op de slaapkamer om rustig te kunnen praten. Ik vraag haar of ze weet hoe het alarmsysteem werkt. 'Ik hoef alleen maar op deze zwarte knop te drukken', zegt ze. 'ook doen he, wanneer het nodig is'. Ze knikt maar ik weet dat er heel wat moet gebeuren voor zij op die knop drukt.

Ik ben nog maar net thuis wanneer ik gebeld wordt. De crisisdienst van de GGZ. Ik vertel wat er zich het laatste jaar allemaal heeft afgespeeld rondom Pap. De verpleger die ik aan de lijn heb zegt dat Pap niet bij hen onder behandeling zal komen. Hij is al onder behandeling van de geriater en Pap's psychoses kunnen van lichamelijk klachten vandaan komen. Ik praat door. Vertel over Mam.  Voeg er aan toe dat ik niet het idee heb dat de geriater veel met/voor Pap doet. 'Tot nu toe zijn er enkel wat geheugentests gedaan en dat was het'. De verpleger kijkt in het computersysteem en zegt, 'Ik zie hier dat het nog een aantal maanden kan duren voordat jij in aanmerking komt voor een plaats op de dagbehandeling. Waarom duurt dat zo lang? Als ik jou zo hoor zouden zowel je vader als je moeder er bij gebaat zijn wanneer je vader een week of twee opgenomen wordt op de GAAZ. Ik ga de huisarts bellen en ga meteen even bij je vader langs. 'Maar doet hij de deur open?", vraagt de verpleger. Ik antwoord, 'Mijn vader misschien niet, maar mijn moeder wel'. Hij moet lachen be belooft mij na het bezoek te bellen.

Ik bel Schoonzus en praat haar weer bij. 'Ik sta net bij ze in de lift', zegt zij. Ik vertel haar dat er vanmiddag iemand van de GZZ crisisdienst langs komt voor Pap en of zij kan blijven totdat de verpleger is geweest omdat Mam de neiging heeft om op het moment supreme de problemen met Pap kleiner te maken dan ze zijn. Schoonzus snapt wat ik bedoel en belooft te blijven. Dan staat zij bij de oudjes voor de deur en hangt op.

De verpleger was niet alleen. Er was ook een psychiater bij. Pap heeft op dit moment duidelijk een delier. Daarnaast is zijn dementie het stadium beginnend ruimschoots voorbij. De psychiater vermoedt dat het om vasculaire dementie gaat, beslist (nog geen) Alzheimer, en hij snapt niet dat de geriater Pap niet beter begeleidt en hem maar zo zelden ziet.

Pap heeft wat testen ondergaan. Een aantal heeft hij met glans doorstaan, van een aantal andere bakte hij niets. Alles probeert hij met een grapje af te doen. Totdat hij in het verleden bleef hangen. Toen was het geen grapje meer.

Vanaf dinsdag wordt er gestart met de dagbehandeling. Weliswaar in een andere instelling dan waar hij ingeschreven staat, maar de psychiater wil dat Pap zo snel mogelijk start om de schade nog enigszins in te dammen. Mam wilde eigenlijk wachten met de dagbehandeling tot na de behandeling van het aneurysma maar de psychiater was onverbiddelijk. Zo snel mogelijk beginnen was het beste. Dat hij vanwege een doktersafspraak meteen de tweede dag al niet kan was niet erg. Verder is de psychiater geen voorstander van opereren (aneurysma) vanwege de algehele narcose.  De vraag (die Schoonzus en ik elkaar ook al gesteld hebben) is hoe Pap daar uit gaat komen.

Daarnaast heeft de psychiater extra medicijnen voorgeschreven in de hoop dat hij vanaf morgen, wanneer hij meerdere sufmakers tegelijkertijd gaat krijgen, weer gaat slapen.

Ik ben blij dat de GGZ weer eens is geweest. Dan gebeurt er tenminste weer iets.

15 november 2011

Mam belde. Zij had een redelijk nachtrust gehad. Niet dat ze veel had geslapen, maar ze had er niet uit gehoeven om achter Pap aan te gaan.

Haar verslag van de dag van gisteren was beduidend anders dan het verslag van Schoonzus.

Later Schoonzus nog aan de lijn gehad. A.s. donderdag om half 3 hebben we een intakegesprek bij de dagbehandeling. De instelling ligt vlak bij de plek waar Pap 42 jaar heeft gewerkt. 'Dus ik moet weer gaan werken?', heeft Pap aan de psychiater gevraagd. 'Ja', ze de psych, 'Zo kan je het wel stellen. 'Dat is goed', heeft Pap geantwoord. 'Werken is goed'.

Op naar de volgende fase: Bejaardenarbeid! ;-)

17 november 2011

Ik ben als eerst bij het verzorgingstehuis waar Pap dinsdag met de dagbehandeling mag gaan beginnen. Even later rijdt Schoonzus de binnenplaats op, laadt beide oudjes uit de wagen en rijd de binnenplaats weer af, op zoek naar een parkeerplaats. Mam neemt de tijd om over de afgelopen nacht te vertellen. Zij heeft geslapen, maar Pap's medicatie is nog steeds niet zwaar genoeg. Toen Mam wakker werd was Pap weg. Hij was gelukkig wel in huis maar was aan het verbouwen geweest. Alle koffiepads lagen in de gootsteen en hij had de kraan aangezet. Het Senseo apparaat stond in de slaapkamer vol met water en als extraatje stond er ook nog een glas water bovenop. Daar kwam Mam pas achter toen ze het apparaat optilde om terug naar de keuken te brengen. Met pijn en moeit, de oudjes krijgen natuurlijk niet voor niks Thuishulp, heeft zij de rommel opgeruimd. Eenmaal in de huiskamer zag zij een plas water in de hoek van de kamer liggen. Mam ging weer dweilen. Pap zat ondertussen met het alarm te spelen. De alarmcentrale nam contact op en mam vertelde wat er gebeurt was. Of ze even iemand moesten sturen om het op te ruimen? Mam heeft nee gezegd. 'ik heb het onder controle'. Dat zei zij later ook tegen de assistente van de huisarts. Die belt elke dag even om te horen hoe de nacht is verlopen. Wat ze tegen niemand vertelt heeft is dat Pap de rollator uit haar handen heeft getrokken waardoor ze over de tafel is gevallen. 'Want dat meent hij niet zo, dus dat hoeft niemand te weten'. Dat zij weer de halve nacht heeft gehuild hoeven de de mensen ook niet weten.

Schoonzus en ik reageren beide boos. De volgende keer dat Pap het huis verbouwd ga je niet opruimen Mam, je drukt op het alarm. Het gaat dan niet goed met Pap en daar is het alarm voor. Haar verweer: 'Dadelijk bellen ze jullie wakker, en wat kunnen jullie doen? '. '112 bellen', antwoord Schoonzus.

Onze afspraak meldt zich. Hij praat wat met Pap en Mam, neemt de papieren door, legt uit dat wanneer Pap daar in de dagbehandeling zit hij regelmatig onderzocht gaat worden door de psycholoog, de tehuis arts en de fysiotherapeut. Dan begint de rondleiding. We lopen buiten om naar het paviljoen waar de dagbehandeling is gehuisvest. Een hoog gebouw torent boven ons uit. Het is de oude Philips bedrijfsschool, waar Pap zijn loopbaan is begonnen. Nu is het ROC waar Zoon op zit er in gevestigd.

In de gezamenlijke huiskamer zitten vooral vrouwen en maar een paar mannen aan tafel. Pap's gezicht betrekt. Dan komt er een doos chocolaatjes voorbij en hij fleurt helemaal op. De vrijwilligster die de koffie rond brengt vertelt dat ze normaal over twee zalen en het lokaal koffie drinken. Dat deze drukte uitzonderlijk is. Het handenarbeid lokaal is voorzien van schildersezels en … een draaibankje. Pap is verkocht. Hier wil hij naar toe. Ik vraag of het goed is wanneer Zoon een keertje meekomt. Onze begeleider vindt dat een topidee. 'Misschien is Zoon hier zelfs al wel eens binnen geweest', zegt hij. 'Niet in dit lokaal, maar voor in de ontvangstruimte. De snacks en het snoep zijn hier goedkoper dan bij de frituur en aardig wat studenten van het ROC hebben de weg naar hun ontvangstruimte gevonden. Hun 'buit' eten zij buiten, op de bankjes de rond de binnenplaats staan, op. Binnendoor lopen we terug naar de hoofdingang. Pap voelt zich even goed en loopt stevig door; ik vorm samen met Mam de achterhoede.

We zijn weer terug in de ontvangstruimte. Pap krijgt een formulier mee wat ingevuld moet worden en de begeleider adviseert ons om meteen een zwaardere indicatie (met verblijf) boor Pap aan te vragen. Beter voorkomen dan genezen. Wanneer het dan ineens veel slechter gaat kan er meteen actie ondernomen worden.

Mam is een beetje van de wap. Het menske is kappot van weer een nacht slecht slapen om over alle emoties rondom de ziekte van Pap nog maar te zwijgen. De begeleider ziet het en zegt, tijdens het afscheid nemen, 'Het zal uw Mam goed doen om hier 3 (!) dagen per week naar toe te komen. Wij houden hem wel bezig. Het het zal u ook goed doen. Dan kunt u een beetje uitrusten en uw eigen ding doen'. Mam knikt dapper.

We rijden naar hun huis. Schoonzus rijdt meteen door naar huis, ik ga nog even de boodschappen voor Pap en Mam halen. Daarna blijf ik nog even plakken. Wanneer ik weg ga loopt Mam mee de gang in. 'Ik hoop dat we het nog lang kunnen rekken met 3 dagen per week dagbehandeling. Ik kan hem nog niet missen… '. Arme vrouw.

Pap mist de vrouw waar hij in een grijs verleden mee trouwde al heel lang. Van de week vroeg hij aan Mam wanneer hij weer eens naar huis ging, naar die andere twee. "Maar dit is je thuis', had Mam gezegd. 'Wij wonen hier samen'. Thuiszorg heeft hem dat bevestigd. Maar hij gelooft haar niet, wil weten wanneer hij eindelijk naar huis mag, naar zijn moeder en zijn vrouw. Weg van die vreemde vrouw die nu naast hem ligt.

Zestig jaar samen, 57 jaar getrouwd… en hij kent haar niet meer. Maar zij kan hem nog niet missen..

18 november 2011

Vandaag zelf contact gezocht met de crisisdienst van de GGZ om Pap's medicatie aan te laten passen.   Hij heeft weer een nacht slecht geslapen maar dit keer gelukkig geen al te gekke dingen gedaan. Tenminste, Mam heeft er niets over gezegd. Wel heeft hij tot tweemaal toe kans gezien de stroom van het alarmsysteem af te halen. Mam dacht dat het alarm kapot was, maar Pap had gewoon de stekker uit het stopcontact getrokken. Het halsalarm werkte gelukkig wel. jaja, die pa van mij is mij er eentje.


Vanaf vanavond krijgt hij een Haldol extra. Ik hoop echt dat hij nu weer eens normaal gaat slapen zodat Mam ook weer kan slapen.

Mam heeft groot nieuws. Maandagmorgen moet zij haar proeve van bekwaamheid op de scootmobiel afleggen. Als zij daar voor slaagt krijgt zij een scootmobiel aangemeten.

21 november 2011

Vandaag weer even contact gehad met de verpleger van de crisisdienst. Of Pap al weer slaapt nu hij meer medicijnen krijgt. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik dit weekend geen contact met het thuisfront heb gehad, '.. maar ik verwacht van niet want anders had ik wel een blije moeder aan de lijn gehad'. We spreken af dat ik vandaag mijn moeder bel en dat de crisisdienst mij morgen belt. Bovendien plannen we alvast een afspraak met de psychiater in voor woensdag middag. Pap is dan 's-morgens bij de vaatchirurg geweest en kan ik de psychiater bijpraten.


Wel praat ik de verpleger bij over de slechte nachten van de vorige week, het bezoek aan de dagopvang en dat Pap daar waarschijnlijk binnen een paar weken kan beginnen. 'Mooi', zegt de verpleger,  'Maar als ik dit zo hoor zou het kunnen dat dit niet voldoende is. Maar daar hebben we het van de week wel over'.

Ik bel Mam en vraag eerst naar het scootmobiel examen. Buiten op het parkeerterrein was het goed gegaan, binnen vond ze nog wat lastig. Mam heeft gevraagd of ze nog wat vaker mag oefen en dit is haar toegezegd.

Ik vraag naar het slapen van Pap. Dat gaat nog steeds knudde. Vannacht heeft hij anderhalf uur in bed gelegen, voor de rest is hij aan de wandel geweest. Nu ligt hij te slapen in zijn stoel. Mam is op. Ik vraag of hij nog 'gekke' dingen heeft gedaan, of boos is geworden. 'Neuh', zei Mam. Hoewel… Zondag heeft hij het dekbed uit de overtrek gehaald en heeft de overtrek gebruikt om in te zaklopen. Ik schiet in de lach. We praten nog even verder en ik kom tot de conclusie dat het elke nacht hommeles is. Ze ruziën wat af. 'Maar dat komt ook door mij', zegt Mam, 'Ik ben zo moe dat ik chagrijnig aan het worden ben'. Begrijpelijk Mam, volkomen begrijpelijk.

Ik geef door dat de psychiater woensdagmiddag weer komt. We spreken af dat ik haar morgenochtend even bel. Hierna bel ik mijn schoonzus om even bij te praten. Ik vraag of ze woensdag over twee weken tijd hebben om 's-avonds naar Pap en Mam te komen. Ik ben dan jarig. De laatste jaren gingen we dan wokken. Vorig jaar heb ik mijn verjaardag niet gevierd omdat Pap in het ziekenhuis ligt. Wokken is geen optie meer. Dus wil ik Chinees halen zodat we toch allemaal even bij elkaar zijn. Schoonzus belooft dat ze komen. Nu maar hopen dat Pap dan nog thuis woont.

22 november 2011

In de ochtend heb ik een huilende Mam aan de lijn. Ze hebben er weer een nacht van niet slapen op zitten. Pap wil niet meer naar bed, gaat niet meer naar bed. Wordt steeds agressiever en Mam is bang. Heel erg bang en doodop. Een zielig hoopje mens.


Ik bel de verpleger van de GGZ. Hij zit in vergadering. Tegen enen bel ik weer. Hij zit weer in vergadering. Ik vraag om teruggebeld te worden. Tien minuten later heb ik hem aan de lijn. Ik leg de situatie uit. Hij is het met mij eens dat het zo niet verder kan. Dat het ongelooflijk is zoals mijn vader niet reageert op de medicijnen. We gaan niet meer wachten op wat de vaatchirurg te zeggen heeft. Hij gaat contact opnemen om een opname te regelen. Een veilig plekje voor Pap zoeken.

Ik ben Schoonzus, praat haar bij en vraag of zij standbye wil zijn mocht Pap vandaag al naar de GAAZ kunnen gaan. Zij zit in de buurt, ik 65 kilometer verderop. Het is geen probleem. Haar collega's zijn al op de hoogte. Zij kan en mag weg mocht de nood aan de man zijn. 'Wel bijzonder', zegt zij dan. 'Mam belde net. Zij vertelde honderduit over de scootmobiel (die zij weer mee heeft laten nemen want in de stalling is er geen plaats en binnen is het toch maar een sta in de weg en het manoeuvreren bij de lift vindt zij eng) maar heeft niets over de afgelopen nacht vertelt.

De verpleger van de GGZ belt weer. Dit keer omdat ik een verzoek tot terugbellen bij een collega had achtergelaten. Kan hij mij mooi vertellen dat hij contact heeft met de GAAZ en dat hij teruggebeld wordt over een mogelijke opname. Als ik hem goed begrepen heb, maar ik begin ook aardig wazig te worden, is het in ieder geval zo dat we Pap na het bezoek aan de vaatchirurg bij de GAA af kunnen leveren.

Ik ga zo maar even boodschappen doen. Even de wind in mijn gezicht voelen. Misschien dat de waas dan optrekt.

En dan loopt het tegen vijven en krijg je bericht dat de geriater Pap niet wil opnemen alvorens hem gezien te hebben. Zij heeft aan de crisisdienst voorgesteld dat Pap volgende week maandag naar de poli komt. De crisisdienst heeft aangegeven dat dit te laat is en nu mag Pap donderdag al naar de geriater.  Morgenochtend gaan Broer en ik met Pap naar de vaatchirurg, morgenmiddag gaan Schoonzus en ik in gesprek met de psychiater en donderdag gaan Schoonzus en ik met Pap naar de geriater.

Mam is al op de hoogte en zei, 'Dat zal Pap fijn vinden want hij snapt ook niet waarom hij 's-nachts zo vreemd doet.




24 november 2011

11:00 uur: Van Hier naar Daar ga je en passant nog even van het kastje naar de muur en weer terug. Maar gelukkig hebben we de interne post nog. Pfff.

Gisterenmorgen zijn Broer en ik samen met Pap naar de vaatchirurg geweest. Alleen was het geen afspraak met de vaatchirurg maar met een Gespecialiseerd Verpleegkundige die erg zuinig keek toen wij aangaven niets aan het aneurysma van Pap te willen doen. Ook na onze uitleg bleef zij zuinig kijken. Nou ja, zij heeft wel onze gedachten omtrent operaties en onderzoeken opgeschreven en dat wij (en daarmee de hele familie) er beide hetzelfde over denken. Zij gaat het nog met de vaatchirurg bespreken en daarna zal de vaatchirurg contact met mij opnemen.

Gisterenmiddag stond het gesprek met de crisisdienst. De psychiater die er bij was hadden we nog niet eerder gezien. Ik had hem al wel eerder gesproken. Vrijdag, toen ik Pap's medicatie aan wilde laten passen. Dat was geen prettig gesprek. Uiteindelijk ben ik tegen hem uitgevallen, 'Jij bent de psychiater, kijk in zijn dossier dan zie je welke medicijnen hij nu voorgeschreven krijgt. Ik ben zijn dochter, niet zijn behandelaar'.  Omdat ik net als Marie wijzer word had ik de medicijnlijst van Pap al opgeschreven en heb die samen met de Psychiater doorgenomen. 3 Pillen er af, 1 nieuwe pil er bij. Dan zou Pap zeker slapen vannacht. Wij hopen dat, want hij breekt de tent 's-nachts steeds verder af. Nu is het even afwachten wat de geriater morgen zegt maar we hebben een afspraak staan om morgen om vier uur sowieso even contact te hebben. De verpleger hield de optie van een crisisbed open en de psychiater zal nog contact opnemen met de geriater. Toen ik beide heren naar de deur begeleide bood de psychiater zijn excuses aan vanwege het gesprek van vrijdag. 'Je hebt gelijk, ik ben de behandelaar, ik moet op de hoogte zijn van het hoe en wat. Ik wil je wel mijn complimenten geven. Voor iemand zonder zorg achtergrond weet je de weg in zorgland aardig te vinden'. Tja…

Aan het eind van de ochtend belt Schoonzus. Mam had haar zojuist gebeld. Mam was even in slaap gevallen en toe ze wakker werd stond de balkondeur open en stond Pap dreigend over haar heen gebogen.  En oh ja, de begeleider van de dagbehandeling had gebeld. Alles was rond, het wachten was nu alleen op de papieren. 'Hum', zeg ik, 'Die heeft Zoon vrijdag persoonlijk afgegeven'. Ik klim weer in de telefoon. Dit keer naar de begeleider van de dagopvang. Ik leg uit dat Zoon de papieren vrijdag bij de receptie van de locatie waar Pap geplaatst gaat worden heeft af gegeven. Hij beloofd daar even langs te gaan. 'Ik werk normaal op een andere locatie dus wellicht hebben ze het met de interne post deze kant opgestuurd'. Ik herken het fenomeen. Mijn werkpost zwerft tegenwoordig tussen 3 vestigingen.

Dan heb ik nog even tijd om wat te eten en vertrek naar Eindhoven voor het zoveelste gesprek met een zorgverlener. Wel een heul belangrijk gesprek.

22:00 uur - Van Hier naar Daar wordt van Hier naar Elders..
Wanneer ik binnenloop zit Pap vrolijk lachend een boterham te eten. Tijdens het lachen en onder het eten valt hij in slaap. De balkondeur achter hem zit nog steeds niet goed dicht maar daar kijk ik later wel even naar.  Als hij zijn boterhammen op heeft vraag ik hem zijn schoenen aan te zodat we naar het ziekenhuis kunnen. 'Gaan ze weer in mij prikken', vraagt hij met een zielig stemmetje. 'Nee', zeg ik, 'Vandaag prikken ze niet in je'.

In de auto vraagt hij mij of ik hem na het ziekenhuisbezoek naar Loes wil brengen. Hij wil niet meer terug naar die tang. Ik zeg, 'Maar we komen net bij Loes vandaan'. Hij kijkt mij dromerig aan en zegt, 'Loesje is zo lief voor mij..'. Hij verandert van onderwerp. 'Ik moet vanmiddag goed mijn best doen, een goede indruk maken en niet in slaap vallen, dan kan ik zo naar huis'.

Het is druk bij het ziekenhuis en we moeten op grote afstand van het gebouw waar geriatrie in gevestigd is parkeren. Langzaam lopen we naar daar waar we naar toe moeten. Om de tien meter blijft Pap stilstaan om uit te hijgen. Zijn benen zijn enorm opgezwollen. De wandeling die normaal 5 minuten duurt neemt nu een kwartier in beslag. De geriater is naar de afdeling geroepen dus wij mogen in de wachtkamer plaats nemen. Er staan makkelijke stoelen, speciaal voor de oudere medemens maar daar wil hij niet zitten. 'De vorige keer zat ik daar, daar wil ik nu weer zitten. Gelukkig worden we snel bij de geriater binnen geroepen.

Haar blik gaat van Pap naar Schoonzus, naar mij. 'Hoe gaat het met u?', vraagt zij aan Pap.
'Heel goed, dank u wel'.
'Ik lees hier dat u slecht slaapt en dingen ziet die er niet zijn'.
'Ik slaap prima', zegt Pap. 'Alleen vannacht heb ik wat minder geslapen maar dat komt omdat ik gisteren jarig was..'.
'U was gisteren jarig?', vraagt de geriater en kijkt in het dossier. 'Welke dag is het dan vandaag?'
'De dag na 30 april', zegt Pap, '30 april ben ik jarig'.
'Maar het is geen mei', zegt de geriater, 'Het is november'.
Pap reageert niet.
'Vind u het goed dat ik even met de dames praat?', vraagt zij hem.
Pap vindt het best maar waarschuwt haar wel dat wij dingen vertellen die niet kloppen.
Wij doen onze kant van het verhaal. Het weglopen, het niet meer slapen, Mam niet meer herkennen, agressief worden. De balkondeur die open stond. 'Oh ja, en hij heeft enorm opgezwollen benen vertelde Thuiszorg vanmorgen aan Mam'.
Omdat zij vindt dat Pap wat kortademig is vraagt zij hem om even mee te gaan naar de andere kant van het gordijn voor een lichamelijk onderzoek.

Slechts gescheiden door een gordijn krijgen Schoonzus en ik het hele gesprek mee en moeten ons best doen om niet in het lachen uit te barsten. Pap doet enorm zijn best maar…
'Wilt u even uw broek uitdoen en op de tafel plaatsnemen?'
Pap morrelt aan zijn riem. 'Lukt het niet, moet ik uw riem even losmaken?'.
'Zo, dan kunt u nu uw broek uitdoen en op de tafel plaatsnemen. U mag uw onderbroek aanhouden hoor, alleen de lange broek uit is voldoende'. Pap mompelt wat.
Het onderzoek duurt maar even. Pap's armen en benen staan strak van het vocht en hij heeft vocht achter de longen'. De geriater moet hem helpen met aankleden zo weinig mobiel is hij nog.

De geriater kijkt ons aan. 'Ik denk dat het het beste is wanneer we hier opnemen en hem verder onderzoeken en proberen hem stabiel te krijgen'. Schoonzus vraagt hoe lang de wachtlijst is. De geriater kijkt van haar naar mij en zegt, 'Wanneer ik zo naar u en uw zus kijk zijn jullie aardig aan het eind van jullie latijn. Wanneer ik jullie verhaal hoor is jullie moeder helemaal op. Bovendien maak ik mij zorgen over al dat vocht'. Even is zij stil en zegt dan: 'Ik neem hem meteen op'. Ze pakt de telefoon en belt naar de afdeling om een bed voor Pap te regelen. We krijgen de papieren mee en lopen het ziekenhuis in. Pap's tempo is zo laag dat we hem in een rolstoel zetten en naar afdeling 4 Oost rijden.

De verpleegkundige die ons opvangt is een oude bekenden. Pap krijgt een kamer toegewezen, er worden meteen wat slik-testen gedaan (met pudding en met appelsap) maar dat gaat hem gelukkig nog goed af. De zaalarts komt Schoonzus en mij halen om een en ander door te spreken. Na mijn verhaal over de fysieke klachten van de afgelopen paar maanden vraagt ze naar ons standpunt inzake reanimeren, om daar aan toe te voegen dat zij als arts een mening heeft en die ook met ons zal delen. Ik vertel haar dat Pap vorig jaar een niet reanimeren verklaring heeft ondertekend en dat wij als familie besloten hebben die wens van hem te ondersteunen. Zij is duidelijk opgelucht. Gezien alle kwalen van Pap en het progressieve verloop van zijn dementie is dat ook haar medisch standpunt.

Tegen half vijf nemen we afscheid van Pap. Nadat wij de verpleging hebben ingelicht over Pap's  nachtelijke spooktochten, professionele ontsnappingstechnieken en klimmanoeuvres om belmatjes te ontwijken  wordt besloten voor Pap's veiligheid een andere kamer voor hem te zoeken. Eentje dicht bij de verpleegsterspost zodat schotten en matjes niet nodig zijn.

Schoonzus gaat naar huis, ik ga naar Mam. We eten samen. Ik maak de balkondeur dicht, pak de tas van Pap in en om half zeven lopen Broer en Schoonzus binnen. Zij vertrekken met Mam en de tas van pap naar het ziekenhuis en ik ga naar huis.

25 november 2011

Schoonzus is eerste contactpersoon voor het ziekenhuis en heeft de zaalarts al aan de lijn gehad met het verzoek of wij maandag om half vier op willen komen draven voor het familiegesprek. In de tijd tussen opname en het telefoontje zijn er röntgenfoto's gemaakt en vandaag wordt er nog bloed geprikt. Verder staat er voor het weekend niets op de planning, behalve hem instellen op de medicijnen. 


Omdat Schoonzus toch iemand van de afdeling aan de lijn had heeft zij meteen gevraagd hoe Pap vannacht geslapen heeft. De zaalarts ging het even navragen en kwam terug met de melding, 'Hij heeft geslapen als een roosje'. 'Dat meen je niet!', had Schoonzus gezegd. Inderdaad, de zaalarts meende het niet. Pap had de hele nacht lopen spoken, was geen minuut in bed gebleven en de verpleging heeft grote bewondering voor het feit dat Mam het zo lang heeft volgehouden met hem. Hij vliegt van delier naar hallucinatie, naar waan en weer terug naar delier.


Ik heb ondertussen contact gehad met de zorgtraject begeleidster. Die gaat een ZZP5 indicatie voor Pap aanvragen inclusief een voorkeurslocatie voor opname. Aansluitend aan dat gesprek heb ik de begeleider van de dagbehandeling informeel op de hoogte gebracht van de ziekenhuisopname van Pap, de aanvraag van een zwaardere indicatie en de voorkeurslocatie en formeel mede gedeeld dat Pap a.s. maandag nog niet zal starten aan de dagbehandeling. Omdat wij nu nog niet kunnen inschatten of Pap straks echt een ZZP5 nodig heeft, wordt de dagbehandeling nog niet gecanceld. 


Tijdens ons gesprek heeft de zorgtrajectbegeleider aangegeven dat zij nog maar zelden als Mam had getroffen. 'U moet niet boos worden dat ik dit zo zeg, maar ik heb nog maar zelden iemand meegemaakt die zichzelf zo wegcijfert. Op het enge af'. Ik kan niet anders dan haar gelijk geven. Dat is mijn moeder ten voeten uit. 


Mijn ouders zijn al 60 jaar bij elkaar maar kennen elkaar nog veel langer. Als kinderen zijn zij een paar jaar buren geweest  Ondanks al die jaren van samen zijn is Mam pas een van deze laatste nachten achter een van Pap's demomen gekomen.


Ik heb al eens geschreven over dat kleine, alleen maar Fries sprekende jongetje wat ineens in Eindhoven woonde, daar naar school moest en geen woord Nederlands sprak. Daar vertelde Pap wel eens over. Wat hij er nooit bijverteld heeft, wat Mam nooit geweten heeft is dat toen Opa geen werk meer kon vinden in Friesland en zijn geluk in de grote stad die Eindhoven heet ging beproeven, hij niet zijn hele gezin mee nam maar alleen zijn oudste zoon van zes. Terwijl Opa aan het werk was zat mijn vader als zes jarig jochie op school of was alleen thuis. Pas later heeft het gezin zich herenigd. 


Wat mijn moeder zich wel wist is dat later, wanneer Oma maandenlang op familiebezoek in Friesland ging, de andere kinderen met haar meegingen, maar Pap noot. Ook toen moest hij zich, als acht jarige, tien jarige, twaalfjarige de hele dag alleen zien te redden. Maar toen speelde kinderen nog op straat dus viel het niet zo op. Bovendien sprak hij toen al Nederlands.


Vol ongeloof kijk ik Mam aan. 'Het waren andere tijden kind', zegt zij, 'En voor de familie van je vader heel normaal. Opa  is als twaalfjarige van Friesland naar Duitsland gewandeld, op zoek naar werk


30 november 2011 - Update


Na de eerste beroerde nacht ging Pap ineens met sprongen vooruit. Alle verschillende slaap- en kalmeringsmiddelen zijn uit het raam gegooid en hij zit weer aan de Seroquel, 75 mg per keer. Daarnaast krijgt hij pleisters tegen de dementie, geplakt op een plaats waar hij niet bij kan zodat hij de pleister er niet af kan trekken. 


Hij gaat in de huiskamer van de afdeling eten, doet mee aan spelletjes en gaat weer genieten.


Zijn benen zijn gezwachteld en binnen no time is hij 6 kilo aan vocht verloren. Maar, en dat is het aller, aller, allerbelangrijkste: Hij ziet geen gekke dingen meer en hij slaapt. Gisteren zijn er steunkousen aangemeten, gisterenavond is hij naar huis gekomen en vannacht heeft hij, dit keer echt, als een roosje geslapen in zijn eigen bed.


Thuiszorg komt weer tweemaal daags om hem zijn medicijnen te geven en de steunkousen van beide oudjes (hoewel beide momenteel ingezwachteld zijn) aan en uit te trekken. Mam hoeft er alleen maar voor te zorgen dat Pap de medicijnen van 5 uur inneemt.


Morgen wordt de zorgovereenkomst getekend vet de dagopvang zodat Pap vanaf volgende week drie dagen per week onder de pannen is. Gezien de resultaten in het ziekenhuis denken wij, hopen wij dat het leuk zal vinden in een groep activiteiten te ondernemen en gezamenlijk te eten. Het geeft Mam de tijd om drie dagen 'op zichzelf' te zijn. Verder ligt de zwaardere indicatie klaar zodat er, mocht hij ineens hard achteruit gaan, meteen naar een opvang adres voor hem gezocht kan worden. 


De geriater staat achter onze beslissing Pap niet te laten helpen aan het aneurysma. Ook de vaatchirurg kan zich helemaal in het advies en onze wens vinden. De diagnose 'dementie' is nu officieel vastgesteld en de medicijnen (pleisters) die hij nu krijgt gaan de ergste uitingsvormen van dementie tegen. Verder neemt zij contact op met de cardioloog om hem bij te praten over de periode van hartfalen die Pap net weer achter de rug heeft en zij gaat het verzoek bij hem neerleggen om in dit geval in het vervolg beter naar de familie en minder naar de patiënt te luisteren omdat de patiënt in een dusdanig ver gevorderd stadium van dementie verkeerd dat hij de antwoorden geeft waarvan hij denkt dat de arts het wil horen. 


De grote vraag is natuurlijk voor hoe lang maar op dit moment is er een last van mijn schouders gevallen. 

9 december 2011


Sinds dinsdag gaat Pap naar de dagopvang. Hoewel het wennen is om weer op tijd op te staan, en nog meer wennen om op tijd klaar te staan, vindt hij het leuk. Dinsdagochtend bleek dat hij niet de enigste flatbewoner is die naar de dagopvang gaat. Hoewel hij deze mevrouw nog nooit heeft ontmoet, schept het wel meteen een band en voelt het vertrouwd. Gezellig samen in de bus. 

Dinsdag hebben ze een geheugenspelletje gespeeld en mochten de geachte aanwezigen praten over vroeger. Kaasje voor Pap natuurlijk. Kunnen vertellen zonder dat iemand hem constant, al dan niet terecht, corrigeert of zuchtend zegt 'Ik heb dat verhaal al zo vaak gehoord'.

Woensdagochtend starten de oudjes met bejaardengym en 's-middags hij gekiend. Vol trots liet hi 's-avonds zijn gewonnen beker zien. Het was wel even slikken om het overdracht schriftje te zien. Mam wist niet wat het was, ik wel. Dat had Zoon ook toen hij nog op het kinderdagverblijf zat. 

Terwijl Pap hoge ogen gooide bij het kienen zat ik met Mam bij de huisarts. Zij wil van het zwachtelen van haar benen af, de huisarts wil nog even door gaan. Bij het weg gaan zei de huisarts, 'Wanneer u belt voor een afspraak, vraag dan of ik naar u toe kom. Het is niet nodig dat uw kinderen telkens vrij moeten regelen om met u deze kant op te komen terwijl ik er ruimte voor heb tijdens het spreekuur'. Mam heeft hem plechtig beloofd de volgende keer om een huisbezoek te vragen.

's-Avonds vieren we mijn verjaardag. Ik heb Chinees gehaald. Pap eet als een dijker en ook Mam verstouwd een aardige portie. Na het eten gaat Pap voor de TV zitten slapen. Broer, Schoonzus, Zoon, Mam en ik blijven aan de eettafel zitten en hebben de grootste lol. Om verhalen van vroeger, maar ook door het herhalen van de diverse ervaringen die we de laatste tijd met Pap bij de artsen hebben  gehad.

Volgende week woensdag mag ik met Mam naar de orthopeed. Het is een gewone controle afspraak maar we hebben er een hard hoofd in. Het lijkt er op dat haar lichaam minimaal een van de schroeven aan het afstoten is. 'Je zegt er niets van', verzucht Mam. Ondanks de pijn moet ze niet aan weer een operatie denken. Ik zeg dat ik niets hoef te zeggen. Een blinde kan het zien. 

14 november 2011

Onze angst over loszittende schroeven was ongegrond. Het is een uitstekende wervel, veroorzaakt doordat de wervels er onder er tijdens de operatie afgeslepen zijn. De orthopeed is erg tevreden over het herstel van Mam's rug. Wel liet hij doorschemeren niet helemaal tevreden te zijn over de pin in haar been. Collega Traumachirurg had wel mooi werk geleverd, maar hijzelf had het beslist anders gedaan.




1 januari 2012

1  januari vraagt om een telefoontje naar Eindhoven. Mam neemt op en ik roep vrolijk, 'De beste wensen voor 2012'. Mam jubelt terug. Mam? Jubelen? 'Alles goed?, vraag ik haar. Ja, alles is goed. Of ik al weet wat de geriater afgelopen vrijdag gezegd heeft? Mam begint te ratelen. Het gaat goed met Pap. Hij reageert goed op de zwaardere Exelon pleisters. 'Ik dacht het 2e kerstdag al, toen hij zelf ging gourmetten en nu heeft de geriater het bevestigd. Het gaat elke dag beter. Hij ruimt het aanrecht weer leeg, brengt het oud papier en het vuilnis naar beneden, gaat de post halen'.

Ik ben het met Mam eens dat het enorm goed nieuws is. 'De geriater zei dat maar een hoogstens twee van de tien mensen zo goed op de pleiters reageren. Hij wordt wel nooit meer beter, zoals hij nu is is waarschijnlijk het maximaal haalbaar maar oh, wat is dit fijn'. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Leven met een zombie is niet leuk.

Mam vertelt verder. Dat haar benen weer zo gezwollen zijn. Dat de morgen de huisarts meer weer belt. Dat Pap zijn tekenspullen bij elkaar aan het zoeken is zodat hij morgen bij de dagopvang kan gaan tekenen. Oh, en ze hadden het op de dagopvang over de Elfstedentocht gehad en Pap wist alle steden op te noemen. Niet meteen, maar uiteindelijk wist hij ze allemaal weer. 

Ik hoor Broer en Schoonzus binnenkomen en wens hen, via Mam, nogmaals een goed 2012 toe. Ik rond het gesprek af en denk '2012 is goed begonnen'.

12 januari 2012

Mam maakt al dertig jaar deel uit van een club knutselende dames op leeftijd. Deel uitmaken is een groot woord. Door al het getob is Man al zeker twee-en-een-half jaar niet meer naar de hobbyclub geweest. Maar de halfjaarlijkse uitjes, die mist zij niet. Behalve vorig jaar januari, want toen kon zij zelf nog niet lopen, en in september was Pap ziek en kon ze hem niet meer alleen thuis laten. Maar eigenlijk was dat niet echt erg want  de uitstapjes zijn iets te actief voor Mam. Dat kan zij niet meer aan. 

Nu staat er weer een uitstapje op de agenda. Een etentje dit keer. Tijdens het kerstdiner hebben we het al besproken hoe we het gingen regelen. Want dat Mam er naar toe zou gaan stond als een paal boven water, dat Pap niet alleen thuis kon blijven ook.  De eerste optie was dat Schoonzus Mam wegbrengt waarna Broer en Schoonzus met Pap zouden eten maar helaas, Broer heeft een vergadering. Optie twee was iets ingewikkelder. Zoon zorgt dat hij op tijd bij Pap is en eet samen met hem, Schoonzus brengt Mam weg en ik haal Mam na het etentje weer op. 

Dinsdag brak er paniek uit. Zoon wist niet zeker of hij op tijd bij Pap kon zijn, Schoonzus moest overwerken. Vol bravoure zei ik, 'Dan zorg ik dat ik op tijd in Eindhoven ben'. Keurig op tijd sta ik op de stoep. 'Wat fijn', zegt Man, 'Pap is al de hele dag onrustig of het allemaal wel zou lukken'. Vijf minuten later is ook Zoon present. Nu kan er niets meer fout gaan. 

Ik moet van Pap zijn overdrachtsboekje lezen. Daarna praat ik wat met Mam. Pap zit naar buiten te kijken. Ineens springt hij op. 'Daar is het busje. Nu gaat het keren en ja, het stopt voor de deur'. Enthousiast gaat hij zwaaien. De mevrouw uit de flat gaat 5 dagen in de week naar de dagbehandeling. Zij kijkt omhoog en zwaait terug. Het is al een ritueel aan het worden.

Mam geeft Pap zijn pillen en dan breng ik haar weg. De dames van de hobbyclub zijn blij haar weer te zien. Ik rijd terug naar de flat. Pap zit te slapen. Om zes uur begin ik aan het eten. Nou ja, ik maak voor ons alle drie een magnetron maaltijd warm. Pap wil in zijn eigen stoel, met het bord op schoot eten. Van mij mag hij. Keurig netjes eet hij zijn bord leeg. Zoon zorgt voor een toetje en ook dat is zo verdwenen. Dan dut hij weer in. De Seroquel doet haar werk. 

Zoon pakt zijn laptop, ik pleeg wat telefoontjes. Dan is het al weer tijd om Mam op te gaan halen.  Diverse dames bedanken mij. Ze waren allemaal zo blij Mam weer te zien. Ik breng haar naar huis en beslis om meteen door naar huis te rijden. Ik ben moe. Onderweg verteld Zoon dat Pap de vuilniszak weggebracht heeft. Ik vraag, 'Alleen?'. Pap vindt het niet prettig in het donker alleen naar buiten te gaan. Zoon knikt. 'Ja. Ik stond boven op de galerij te kijken of het goed ging en hij deed het prima'. Ik glimlach. Kleine kinderen worden groot. Dan prikken de tranen… Oude mensen worden weer kleine kinderen.

13 februari 2012 

Het is weer zo ver. Pap mag zich weer eens bij de arts-assistent uroloog melden. Omdat ik een beetje moe wordt van hulpverlenend die niet door lijken te hebben hoe dement mijn vader is, heb ik gisterenavond een briefje voor haar geschreven.


Geachte Dokter,
Tijdens het vorige bezoek van mijn vader aan u heeft u, naast wat andere mankementen  een aneurysma bij hem vastgesteld. In overleg met diverse zorgverleners van mijn vader, waaronder de psychiater van de ambulante ouderenzorg GGZ en Dr. Geriater in dit ziekenhuis en sinds november 2011 de hoofdbehandelaar van mijn vaders, is besloten hem niet aan het aneurysma te opereren. Het risico dat door de operatie cq de verdoving zijn geestelijke vermogens nog sneller achteruit gegaan is te groot. Daarnaast zal hij door zijn ziekte de noodzaak van een langdurig en zwaar revalidatietraject niet begrijpen.
Om hem niet onnodig onrustig of bang te maken zou ik het op prijs stellen wanneer u het niet meer over zijn aneurysma heeft of over andere, in uw ogen mogelijk noodzakelijke operaties. U mag deze informatie aan Dr. Geriater doorgeven zodat haar dossier over mijn vader compleet is.
Alvast bedankt voor uw medewerking.
Met vriendelijke groet,

Iets over de klok van negenen loop ik bij mijn ouders binnen. Aangezien Pap een plas-test moet ondergaan en dus met een volle blaas in het ziekenhuis moet verschijnen, spoort Mam hem aan om nog wat te drinken. Dan gaat zij even naar het toilet. Het valt mij op dat zij 100% beter loopt dan de laatste keer dat ik haar zag. Ik ben de papieren door aan het nemen als Pap de kamer uitloopt. Even later hoor ik twee wc's die doorgespoeld worden. Pap gaat duidelijk niet met een volle blaas bij de uroloog verschijnen. Om een ruzie te voorkomen zeg ik niets tegen Mam.


Ik krijg koffie en Mam verteld over het tandartsbezoek van een dag eerder. Pap's ondertanden beginnen af te brokkelen en hij heeft gehapt voor een gebitje. Alleen, halverwege het happen wist Pap niet meer wat hij daar aan het doen was. Mam is er aan te pas moeten komen om hem gerust te stellen. Pap begint er tussendoor te praten. Dat het niet erg is wanneer hij een paar tanden mist. Op de dagopvang zitten mensen die wel een heel ondergebit missen.

'Wanneer moeten we gaan', vraagt Pap. Ik zie dat hij onrustig wordt. 'Nu', antwoord ik. Snel staat hij op om zijn jas te pakken. Bij de deur naar de hal draait hij zich om en zegt tegen Mam, 'Plassen hoeft niet meer, dat heb ik net gedaan'. Ik zie het ontstelde gezicht van Mam en zeg haar zich geen zorgen te maken. 'Ik regel het wel met de uroloog'.

In het ziekenhuis moeten we wachten. pap is nog steeds onrustig. Kijkt op de klok, kijkt naar de mensen die zich aan de balie melden. Na een half uur wachten is hij aan de beurt. Hij mag een plast-test gaan doen, daarna volge teen gesprek bij de uroloog. Zij heeft mijn brief gelezen.  Zij vraagt Pap hoe het met hem gaat. 'Goed', antwoord hij. 'Hoe gaat het met plassen?', is haar vervolgvraag. 'Moeizaam', antwoord Pap. De uroloog vraag wat er moeizaam gaat en Pap steekt van wal. 'Nou, soms moet ik zo nodig dat ik maar net op tijd mijn broek uit heb voordat ik ga plassen'. De uroloog vraagt of hij vaak moet plassen. 'Als ik op de cursus ben dan moet ik soms wel elk uur maar dan zeg ik zo (hij houdt zijn hand half oor zijn mond en begint zachtjes te praten) tegen de leidster dat ik even ga plassen en dan is het goed'. Met een glimlach zegt de uroloog hem dat hij voor zijn plas-test is geslaagd. Dat hij zijn blaas goed leeg plast en dat er geen reden meer is voor een vervolgonderzoek. 'Over zijn bekkenbodemspieren zullen we het mar niet hebben, nietwaar?', zegt zij. Ik vind dat een puik idee.

Nu hij weet dat hij niet meer terug hoeft te komen gaat Pap op zijn spreekstoel zitten. 'Ik heb een dochter die in het ziekenhuis werkt', begint hij. Ouch, denk ik. Normaal is het 'mijn dochter hier'. De uroloog onderbreekt hem, steekt haar hand uit en neemt afscheid. We verlaten de afdeling en het ziekenhuis. Ik breng hem naar de dagopvang. Hij wordt door de andere dagbezoekers enthousiast begroet. Pap begint te stralen. Ik zeg, "Dag Pap', maar hij hoort mij al niet meer. Hij is thuis.

Ik ga naar mijn moeder om de rest van de dag met haar door te brengen, te luisteren naar haar verhalen over Pap. Over hoe hij nu is, hoe hij het afgelopen najaar was (en toen vond ik hem in bed met zijn dikke jas aan en zijn pet op). We doen boodschappen en halen geld. Om half vijf neem ik afscheid van haar. Nog even dan komt Pap thuis en moet zij hem beneden in de hal opwachten.

1 maart 2012 - 10 minuten gesprek

Een paar weken geleden belde Schoonzus. Zij was benaderd door de dagopvang met de vraag of een van ons het MDO over hem op 1 maart wilde bijwonen. Of ik dan kon? Met een afspraakloze agenda was het schuiven van mijn roostervrije dag van woensdag naar donderdag geen probleem. Niet dat ik weet wat een MDO is maar ik ga er van uit dat ik daar tijdens het gesprek wel achter ga komen,


Nadat Schoonzus had doorgegeven dat ik zou komen vond ik ineens een hele riedel formulieren met vragen over mijn vader in mijn mailbox. Na het doornemen van de vragen ben ik tot de conclusie gekomen dat MDO staat voor 10 minuten gesprek. Een soort van in ieder geval. Dat stelt een mens gerust. Zoon, nu 18, gaat al vanaf zijn 4e naar school er zijn gemiddeld twee van die gesprekken per jaar wat betekent dat ik minimaal 25 van die gesprekken heb bijgewoond.

Ondertussen weet ik waar MDO precies voor staat. Multi Disciplinair Overleg. Eerlijk is eerlijk, dat klink veel beter dan '10 minuten gesprek'. Het dekt de lading ook veel beter kwam ik vandaag achter. Daarbij duurde het gesprek zeker een half uur dus…

Het was wel, net als bij de Zoon-gesprekken, complimenten vangen. Pap doet het goed op de dagopvang. Hij vindt de gym, het tekenen/schilderen en de geheugentraining leuk. Hij doet leuk mee in de groep, al gaat zijn voorkeur duidelijk uit naar samen zijn in kleinere groepjes. Dan komt hij het beste tot zijn recht. Hij verteld vaak en enthousiast over zijn 42 Philips-jaren, over zijn jaren als vrijwilliger bij de sociale werkplaats, over de uitzending naar Philips Singapore toen hij al met pensioen was. Over zijn liefde voor Friesland. Ik vind het prettig om te horen.

Na een half uur sta ik weer buiten. Ik weet nu wat we moeten doen wanneer we Pap een keer een weekje of een weekendje willen laten logeren. Ik weet dat er een organisatie is waarmee Alzheimer patiënten op vakantie kunnen en ik heb wat opdrachten voor mijn moeder op zak. Ik rijd naar mijn ouders toe om door te geven wat er vandaag allemaal verteld is. Dat hij het goed doet, dat weet hij al zegt Pap zonder valse bescheidenheid. Ik zeg maar niet dat hij waarschijnlijk het minst ziek is van alle medebezoekers aan de dagbehandeling. Van mij mag hij trotst op zichzelf zijn.

Samen met Mam ga ik boodschappen doen. Vanwege de griep is zij een week de deur niet uit geweest dus boodschappen doen is hard nodig. Ze heeft te weinig geld bij zich. Dat is mooi, want nu weet zij dat pinnen in een winkel net zo makkelijk als bij de flappentap. Ik lunch nog mee en dan vertrek ik naar huis.

4 maart 2012

Vandaag zijn mijn ouders bij mij op bezoek geweest. Het is in ieder geval de eerste keer en waarschijnlijk ook de laatste keer. De verhuizing is nu zes maanden geleden en vandaag voelde Mam zich goed genoeg om de trap op te klauteren. Het is haar zowaar nog gelukt ook. We hebben met z'n zessen (Broer en Schoonzus waren er ook bij) een heerlijke middag gehad. Ik hoop dat Mam morgen niet te veel pijn heeft van twee lange autoritten en het op- en aflopen van de trap.


7 april 2012

Afgelopen donderdag belde Mam. Ik dacht, 'Ze gaat vast vragen of wij 1e Paasdag komen eten', maar nee, ze belt zo maar, zonder doel.

Broer en Schoonzus zijn in Friesland en de boot wordt uit de stalling gehaald.
Twee dames van de hobbyclub hebben vanmorgen een heerlijk Paasontbijt gebracht.
Tante is aan gaar knie geopereerd en vrijdag al uit het ziekenhuis komt.
Ze vraagt hoe het mij gaat en luistert geïnteresseerd naar mijn verhaal over Zoon die gisteren voor het eerst in de bediening in een cafe heeft gewerkt. Het was een bescheiden succesje.

Tussen neus en lippen door vertelt zij dat ze enorme pijn aan haar been heeft (het been met de pin) en er niet meer op kan staan. De pin brandt in haar been. Dan wil zij het gesprek afronden maar ik niet. Ik vraag haar het hemd van het lijf en laat haar beloven vrijdag de huisarts te bellen. Ik vraag of ik zaterdag even langs moet komen om boodschappen te doen en de was te draaien. Ik hoef niet te komen. Er is genoeg te eten in huis en zij is bij met wassen. En ja, zij zal de huisarts bellen. De dames van Thuiszorg hebben daar ook op aangedrongen.

Vrijdagavond belt zij weer. De huisarts is op bezoek geweest en ook hij is bezorgd. Hij heeft haar zware pijnmedicatie voorgeschreven en wanneer het dinsdag niet beter gaat gaat hij contact opnemen met de chirurg. 'Meende je gisteren wat je zei, dat je morgen even langs kunt komen? Want er ligt een hele stapel was en de boodschappen moeten gedaan worden'. Ik antwoord, 'Ja Mam, ik meende wat ik zei'.

Tegen het middaguur rijd ik naar Eindhoven. Mam kan inderdaad niet meer lopen van de pijn. Zelfs zitten valt niet mee. Zij vertelt dat pap weer wat dingen opgepakt heet zoals drinken voor haar halen, voor zijn eigen eten zorgen, het aanrecht leegruimen en vrijdag is hij alleen naar het busje toegelopen wat hem naar de dagbehandeling brengt en hij is 's-avonds weer alleen naar de flat gekomen. Dat klinkt goed.

Ik vraag of ze koffie wil. 'Graag', zegt zij. Ze heeft sinds donderdag geen koffie meer gehad, want koffie zetten, dat kan Pap niet. Het is toch fokking &^%^%. Stik je al de moord van de pijn, kick je ook nog eens cold turkey van de koffie af. We drinken koffie terwijl Pap dut. Ik zet een was in, geef de bloemen water, kortwiek een orchidee, vul een enquete over de kwaliteit van de dagbehandeling van Pap in, leg een kussen in het bed van Mam om er voor te zorgen dat haar hakken geen contact met het matras maken en blijf koffie aan dragen.

Tegen vijven neem ik afscheid. Ik druk haar op het hart om vanavond aan Thuiszorg te vragen om haar voeten, na het uittrekken van de steunkousen, lekker in te smeren met vaseline en haar een paar dikke sokken aan te doen zodat haar hakken pijnvrij en soepel blijven. Ik zeg haar morgenochtend aan Thuiszorg te vragen om even een kopje koffie voor haar te zetten. Dan vertrek ik. Het zal mij benieuwen hoe dit af gaat lopen.

8 april 2012

Net even contact gehad met Broer en Schoonzus. Net als ik hebben zij er geen goed gevoel bij en zijn, net als ik, bang dat mam of weer opgenomen moet worden of rijp is voor verzorging. Pap is dat eigenlijk al.


Ik ga morgen de dagbehandeling van Pap eens bellen om te informeren naar een (tijdelijk) logeerplekje op korte termijn.

10 april 2012

Ik mag weer werken. Om 9 uur heb ik Pap's begeleider op de dagopvang al aan de lijn over mijn vraag hoe een logeerkamer voor Pap te regelen. Ik vertel hem kort wat er aan de hand is. Hij leeft mee en geeft naam en nummer van de persoon die mij kan helpen. 'Maar je kan het ook via de zorgtrajectbegeleider regelen'. Na dit gesprek bel ik Mam. Ik bel haar wakker. Da's balen.  Ik praat haar bij en ga aan het werk. Het gaat allemaal niet van een leien dakje. Tegen half elf heb ik mijn eerste vergadering en ik praat drie dames bij over de situatie thuis. Na de vergadering is het lunchtijd. Ik vertel de overige collega's wat er aan de hand is. Ik word een emo-kip en houd het niet droog. Al snel hebben we het weer over het werk. Ik vertel wat er allemaal op de planning staat en een van de dames zegt, 'Dan heb je een drukke week voor de boeg'. Ik beaam dat en zeg, 'Daarom neem ik vanmiddag vrij om naar mijn ouders te gaan'. Iedereen is het er mee eens. In de auto bel ik Schoonzus die belooft aansluitend aan het werk ook even binnen te lopen.


Mam is blij mij te zien en niet allen omdat ik meteen koffie voor haar zet. Ik vertel haar wat ik voor Pap aan het regelen ben en vraag wat de huisarts heeft gezegd. 'Die is iets aan het regelen met het ziekenhuis', antwoord zij. Schoonzus loopt binnen. Dan is het drie uur en mag Mam de huisarts wederom bellen. We horen Mam zeggen. '16 april'. Schoonzus en ik kijken elkaar aan en roepen in koor, 'Dat is veel te laat'. De assistente hoort ons roepen en vraagt aan Mam waarom dat te laat is. Weer roepen wij in koor, 'Omdat zij geen eten en drinken krijgt, niet naar het toilet kan, niets kan'. Mam herhaalt onze woorden braaf. De assistente zegt dat zij weer even gaat bellen. Tien minuten later belt zij terug. Morgen om vijf over twee kan Mam in het ziekenhuis terecht. Mam heeft de telefoon niet niet neergelegd of Broer belt Schoonzus en krijgt te horen, 'Je mag morgen met Mam naar het ziekenhuis'. Broer kan dat soort laatste moment dingen altijd wat makkelijker regelen dan wij. Mam's gezicht betrekt. Zij heeft liever een van ons bij zich. Schoonzus ziet het ook en zegt, 'Ik ben er om twee uur ook'. Opluchting alom. Je laten uit- en aankleden door je zoon, dat ziet Mam niet zitten.

We vragen Mam of ze extra thuiszorg krijg, zodat ze gewassen wordt, iets te eten krijgt, niet meer achter Pap's medicijnen aan hoeft. 'Neuh, dat ging allemaal wel. Bovendien, donderdag komt de zorgtrajectbegeleider en die kan dat regelen. Schoonzus en ik kijken elkaar aan en Schoonzus pakt weer de telefoon om de huisarts te bellen. De assistente zegt dat Mam het zelf met thuiszorg mag regelen dus thuiszorg wordt gebeld. Even lijken ze daar moeilijk te gaan doen, maar de dame aan de andere kant van de lijn beloofd de vraag voor te leggen aan het kantoor waar Mam onder valt. En dan, dan krijgt Mam van Schoonzus en mij op haar falie omdat het halsalarm op tafel ligt. Braaf doet Mam het alarm om. Schoonzus neemt afscheid, ik drink nog een kopje koffie met Mam. Dan komt Pap al weer thuis. Het dringt niet tot hem door hoe slecht Mam er aan toe is. Hij vertelt honderduit. 'Ik heb achter de, euh, de, euh, zo'n duur ding, je weet wel gezetten'. We weten het niet. Hij kijkt de kamer rond, ziet de computer staan, wijst er naar en zegt 'Zo'n ding. Ik ben de naam vergeten'.

Mam zegt dat hij zijn pillen moet pakken en dat doet hij braaf. Al snel vertoefd hij weer in zijn eigen wereld. Een wereld waarin geen zieke echtgenotes voorkomen, een wereld waarin hij een kleine jongen is.

Ik ga naar de apotheek om extra pijnstillers op te halen, doe boodschappen voor de rest van de week en maak eten voor Pap en mij klaar. Mam heeft geen trek. Ik ruim de schone was van zaterdag op, leg voor Mam schone kleren voor morgen klaar (ze krijgt vanaf morgenochtend extra hulp) en haal twee toilettassen te voorschijn, just in case. Ik vul de vaatwasser en zet deze aan. Dan neem ik afscheid. Even is het zoeken naar mijn leesbril maar de staat gewoon op mijn hoofd. Ik word ook een dagje ouder, dat is wel duidelijk. 'Bel je me morgen vraagt Mam en ik beloof dat te doen. Op weg naar huis realiseer ik mij dat alle praktische zaken voor zover we dat nu kunnen doen geregeld zijn. Emo-kip has landed.

11 april 2012 - Gebroken

De pin in Mam's been is gebroken en daardoor is ook haar been weer gebroken. Ergens volgende week wordt zij geopereerd. De verwachte rust- en revalidatietijd bedraagt minimaal drie tot vier maanden.

Meteen nadat Broer het 'goede' nieuws doorgebeld heeft heb ik contact opgenomen met de zorgtrajectbegeleider om te regelen dat Pap liefst nog voor het weekend ergens onder de pannen is. Wat denk je.. De zorgtrajectbegeleider heeft een vrije dag. Gelukkig vertelt haar voicemail mij dat er een spoednummer is. Ik bel naar het nummer en na een hele tijd krijg ik eindelijk een collega aan de lijn die mij vertelt dat de zorgtrajectbegeleider een dag vrij heeft maar dat hij wel even een mailtje kan sturen 'zodat zij morgenochtend op de hoogte is'. Duhuh, een mailtje sturen kan ik zelf ook wel. Ik heb hulp nodig.

Het volgende telefoontje was richting servicedesk van de instelling waar Pap op de dagopvang zit. Dinsdag heb ik de naam van een medewerkster door gekregen die mij zou kunnen helpen. Maar helaas, ook zij is er vandaag niet. Toch maar een mail naar de zorgtrajectbegeleider gestuurd. De situatie uitgelegd, aangegeven dat onze voorkeur uitgaat naar de instelling waar Pap nu zit maar dat elke andere instelling ook goed is, als hij maar opgevangen wordt.

Om kwart over vijf belt Broer weer. Hij is met Mam onderweg naar huis. In het ziekenhuis is alles geregeld. Mam had de operatie nog uit willen stellen maar dat voorstel is door iedereen weggelachen. Ik sta op de speaker en hoor Mam dus ook. Ze klinkt eigenlijk best wel goed. Rustig, helder. Maar ja, door de Tramadol heeft zij de laatste dagen beter geslapen dan zij in een hele lang tijd heeft gedaan.

Ik vraag naar Pap. Mam heeft er aan gedacht de buren in te seinen en hen te vragen Pap op te vangen wanneer hij van de dagopvang thuis komt. Ik beloof haar het weekend lang te komen om het huis op de ruimen, de koelkast leeg te halen, de laatste wassen te draaien en haar koffertje te pakken. Het huis zal een tijdje leeg staan, zoveel is duidelijk.

13 april 2012

De zorgtrajectbegeleider heeft 100% afgedaan voor mij. Hier te lang, daar te kort, maar een plekje voor Pap zoeken of meedenken, ho maar. Deels komt dat natuurlijk ook doordat Mam in al haar wijsheid (not) een tijdje geleden de indicatie van Pap terug naar beneden heeft laten bijstellen. Maar dat had deze mevrouw moeten zien. Daar had zij op moeten acteren.


Net toen ik zorgverlof wilde gaan regelen belde Mam. Pap was met de mededeling thuis gekomen dat hij zich maandagmorgen om 11 uur met zijn koffertje bij de zorginstelling waar hij nu in de dagopvang zit. Hij komt wel in een ander paviljoen te zitten, maar er is vandaag al even iemand met hem naar zijn kamer gaan kijken. Pap is helemaal blij. Mam ook (om over Broer en mij nog maar te zwijgen). Nu hoeft zij zich geen zorgen over Pap te maken terwijl zij in het ziekenhuis ligt en daarna. Dat de voorlopige logeerindicatie slechts 12 weken betreft is van latere zorg.




15 april 2012

Zondag ga ik naar Eindhoven om, zoals beloofd, tassen te pakken, wassen te draaien en alles te doen wat er moet gebeuren. Eenmaal daar begin ik met koffie zetten voor Mam en mij. Pap hoeft niet. Omdat ik alleen maar een sleutel van de voordeur heb krijg ik for the time being Pap's sleutelbos. Hij haalt de sleutelhanger er af. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen hem zonder sleutel weg te laten gaan dus ik geef mij voordeursleutel aan hem zodat er toch wat aan de sleutelhanger zit.  Ik maak een broodje voor Mam klaar, help haar naar het toilet, vul de doos met medicijnen die mee moet, pak haar tas voor het ziekenhuis en hang alvast de kleren klaar die straks mee moeten naar het verzorgingstehuis.


Pap drentelt wat rond. Hij vindt het leuk en spannend om uit logeren te gaan, maar ook een beetje eng. Hij pakt de tas met tekenspullen opnieuw in, zoekt potloten uit. Hij laat mij zijn laatste werk zien. Een reproductie van het werk van Vincent van Gogh. Ook die tekening gaat in de tekentas die naast zijn stoel staat. Verder pakt hij de foto van zijn vader en twee foto's van Zoon in.  Hij gaat zitten en valt in slaap. Zo af en toe wordt hij wakker. 'Is er nog wel een schoon overhemd voor morgenochtend wat niet ingepakt is?'. Ik knik van ja. 'Is er nog schoon ondergoed wat niet is ingepakt?'. Mam knikt van ja. De laatste witte was zit in de droogtrommel.

Tegen half vijf moet ik weg, Zoon ophalen. Ik neem afscheid van beide oudjes en realiseer mij dat dit hoogst waarschijnlijk de laatste keer is dat ik van hen beide hier in dit huis afscheid neemt. Misschien dat Mam ooit weer eens thuiskomt, maar voor Pap is dit de allerlaatste keer. Gelukkig beseft hij dat niet, en misschien ook wel. Met Pap weet je het maar nooit.

17 april 2012

Pap vermaakt zich prima in de uitgebreidere opvang. Hij is vannacht een paar maal zijn bed uitgekomen, maar dat gooien we voor nu op de nieuwigheid. Hij maakt regelmatig een praatje met de andere bewoners, sluit zich aan, rommelt zo af en toe wat op zijn kamer.


Mam is vandaag geopereerd. Volgens Mam is de operatie goed verlopen en heeft zij het morfine-pompje wat binnen handbereik ligt niet nodig, maar zij knijpt er in dat het een lieve lust is en is, als ik het verhaal van Broer en Schoonzus mag geloven, zo stoned als een garnaal.

18 april 2012

Om half twee loop ik de zaal op. Het is er druk. Zes patiënten op zaal en beslist meer dan 2 bezoekers per patiënt. Mam ligt in het hoekje bij het raam. Zuurstof slangetje in haar neus, infuus en morfinepomp in haar hand. In haar andere hand heeft zij een spuugbakje. Ze is misselijk en heeft al meerdere malen over moeten geven. 'De operatie is mislukt', zegt zij tussen neus en lippen door. 'Wat!!!'. 'Oh, heeft Schoonzus jou nog niet gebeld. De zaalarts zou haar een half uur geleden bellen'. Ik stuur een SMS naar Schoonzus. 'Operatie mislukt, zaalarts gaat jou bellen'. Mam legt op haar manier uit dat zij dacht dat alles goed was omdat niemand haar gezegd had dat het foute boel was. Zij legt uit wat er fout is gegaan. Het is een wazig verhaal.


Een uur later stuur ik Schoonzus een SMS en vraag of zij al wat gehoord heeft. Nee dus. Ik ga de zaalarts zoeken. Ik wil even tekst en uitleg. De zaalarts is onvindbaar en een van de verpleegkundige begint met uitleggen wat er fout is gegaan. Dan komt de zaalarts voorbij. 'Oeps ja, ik zou de schoondochter van mevrouw W. nog even bellen, bent u dat?'. Nee, ik ben haar dochter maar vertel maar.

Samen lopen we de zaal op. Zij legt mij uit wat er mis is gegaan. Zowel de oude pin als het bot van mam brokkelde af tijdens het verwijderen van de oude, gebroken pin. De chirurg is er niet eens zeker van dat hij al het metaal uit haar been heeft verwijderd. Vanwege de slechte kwaliteit van haar bot is besloten te stoppen met de operatie. Mam moet nu eerst een week of wat rust nemen en dan mag de orthopeed het nogmaals proberen. De orthopeed moet beoordelen of er weer een pin geplaatst wordt of dat er voor een heupprothese gekozen gaat worden. Ik kijk de zaalarts aan en zeg, 'Ons is de vorige keer verteld dat de breuk net te laag zat voor een heupprothese. Dat het een bovenbeenbreuk betrof'. De zaalarts knikt. Het betrof inderdaad een bovenbeenbreuk en die breuk is keurig genezen. Door het breken van de pin is haar been op een andere plaatst, dichter bij de heup, gebroken.

De naam van de orthopeed waar de chirurg mee heeft overlegd wordt genoemd. Het is een andere dan  de orthopeed die haar aan haar rug geopereerd heeft en ik zeg dat wij het als familie erg op prijs zouden stellen wanneer die betreffende orthopeed voor deze operatie benaderd wordt. Hij kent het lijf en de botkwaliteit van Mam. De zaalarts maakt een notitie.

Het bezoekuur is al lang voorbij maar ik zit nog steeds bij Mam aan het bed. Tussen het kletsen door ligt Mam regelmatig te kokhalzen. Haar maag doet pijn en zij heeft flinke koorts. De verpleging komt binnen voor de middagronde bloeddruk/polsslag meten, temperatuur opnemen. Er is wat mis met het infuus van de overbuurvrouw. Terwijl daar met drie man sterk aan gewerkt wordt kijk ik naar de arm van Mam en zie dat het ziekenhuisbandje in haar vlees snijdt. Haar arm wordt dikker en dikker. Ik roep een verpleegkundige om het bandje er af te halen. Er wordt niet gereageerd. De buurman, een vaste en langdurige logee op de afdeling kijkt naar Mam, ziet haar arm en roept, 'He zus, kom eens snel naar de arm van Loes kijken. Dit gaat niet goed'. De verpleegkundige komt, het bandje wordt doorgeknipt en het infuus wat in die arm zit wordt verwijdert. Waarschijnlijk heeft Mam met haar gedraai en gewiebel het infuus wat losgetrokken waardoor de infuusvloeistof niet haar aderen in is gegaan maar rechtstreeks in haar arm. Er wordt een nieuw infuus geplaatst.

Het is ondertussen vier uur. Tijd om Zoon van school te halen. We eten bij een kebabzaak vlak bij Zoon's school en gaan daarna even bij Pap op bezoek. Die zit tevreden, samen met een nieuwe patiënt van een andere afdeling, te praten en te eten. Voor de tweede keer wam voor die dag want de verschillende afdelingen eten op een ander tijdstip warm. Pap heeft duidelijk geen tijd voor ons. Na een minuut of tie nemen we afscheid. Het rondje ouders zit er op.

21 april 2012

De HB waarde van Mam is gedaald naar 4.1. Omdat de oorzaak niet duidelijk is wordt dat uitgezocht. Voor nu krijgt zij bloed bij gegeven. Tevens wordt haar suiker beter dan ooit in de gaten gehouden dan ooit tevoren. Er wordt haar geen rust gegund.


22 april 2012

Mam hangt een beetje in de kussens. Bewegen doet pijn, niet bewegen doet pijn. Haar rechterarm is nog gezwollen door al de infuusvloeistof die er van de week in is gelopen. Haar linkerarm is blauw doordat het infuus er woensdag wel heel erg lomp in is gestoken. Zij krijgt nog steeds zuurstof.  Dankzij de bloedtransfusie is haar HB waarde weer hoog genoeg. 'Misschien heb je mijn bloed wel gekregen', zeg ik tegen haar. Ze glimlacht. 'Het zou zo maar kunnen, we hebben dezelfde (niet vaak voorkomende) bloedgroep.


Het besef dat de volgende operatie niet automatisch betekent dat zij weer kan lopen is tot haar doorgedrongen. Mam wil nu eerst zelf haar beenvaten laten onderzoeken. 'Het heeft weinig zin dat ik weer geopereerd wordt en dat ik dan vanwege dichtgeslibde van in mijn benen nog niet kan lopen', zegt ze.

Arme Mam, het verzorgingstehuis komt met rasse schreden dichterbij.

Pap voelt zich ondertussen de 'bewaker' van de nieuwe bewoner. De verzorging heeft hem gevraagd een beetje over deze meneer te waken. Net nieuw daar, beginnende Alzheimer. Pap neemt alles letterlijk, dus hij waakt. Hij is gisteren alleen niet mee naar de kerkdienst geweest. Daar heeft hij niets te zoeken vindt hij zelf.
Tegen Broer zei hij, 'Zo sneu, die man heeft Al, al al al, ach je weet wel, wat Achterbuurman ook heeft'.
'Alzheimer', zegt Broer.
'ja', zegt Pap, 'Die bedoel ik.  Je kan beter hebben wat ik heb, dat er iets scheef zit in je hoofd dan dat'.

Arme Pap. Helemaal vergeten dat hij Alzheimer heeft.

29 april 2012

Het blijft op en neer gaan met Mams. De wond is nog open en er komt vuil uit. Omdat haar spieren aan het verslappen zijn van het alsmaar liggen moet zij nu tweemaal daags op een stoel zitten. Het uit bed op een stoel geholpen worden is geen pretje maar maakt dat haar rechterbeen en haar beide armen wel weer wat beweging krijgen. Verder heeft zij spalken boor beide voeten omdat zij spitsvoetjes (aka klapvoeten) aan het ontwikkelen is.

Verder prikken bij elke beweging de los liggende botjes in haar linkerbeen van binnenuit tegen haar vlees aan. Ook niet echt prettig. De na de operatie vastgestelde termijn van opnieuw opereren schuift elke dag mee en staat nog steeds op over twee weken van nu.

Morgen wordt Pap 86. Morgenochtend ga ik op zijn logeeradres lang om 3 vlaaien te bezorgen zodat hij kan trakteren en daarna ga ik weer door naar het ziekenhuis. Later op de dag zullen Broer en Schoonzus hem ophalen zodat hij een keer mee kan naar het ziekenhuis. Tenminste, wanneer hij dat wil en wanneer het goed genoeg gaat met Mams.

30 april 2012

Vandaag is Pap 86 jaar geworden. Voor mijn idee sta ik in alle vroegte (in werkelijkheid is het al 9 uur geweest) bij supermarkt om voor 21 personen gebak in te slaan want ja, hij wil trakteren. het is tenslotte feest vandaag. Zoon en ik rijden net wanneer ik mij realiseer dat ik geen cadeautje voor hem heb. We stoppen bij een tankstation, Zoon rent naar binnen en komt even later met een enorme doos Merci naar buiten. Nu zijn we er echt klaar voor.

Bij het verzorgingstehuis zijn wij maar vooral de 2 vlaaien, de slagroomtaart en 8 koninginnetompoucen meer dan welkom.  We zetten het gebak in de koelkast en gaan naar Pap om hem te feliciteren. Hij neemt de grote, grote doos Merci in ontvangst, kijkt er naar en zegt met een bedrukt gezich, 'Ik denk niet dat dit voldoende is voor iedereen'. 'Ik heb gebak voor iedereen meegenomen. Dat staat hier in de koelkast. Dit is voor jou'. Zijn gezicht klaart helemaal op. Ik kijk zijn kamer rond. Er hangen drie schilderijen van eigen hand aan de wand. De foto's van zijn vader en van Zoon staan op de vensterbank. Hij lacht naar de dame die ons binnen heeft gelaten, wijst van de foto's naar Zoon en zegt, 'Dit is het origineel'. Hij kletst honderuit. Dat zijn jongste broer al tweemaal op bezoek is geweest en puzzelboeken voor hem heeft meegenomen. Dat zijn zus nog niets is geweest omdat zij en zijn broer weer eens woorden hebben gehad. 

Drie kwartier later nemen we afscheid. Op naar de volgende ronde. De flat, om kleren voor Mam te halen. Het is Koninginnedag-druk in Eindhoven. Ik foeter op voetgangers die zich van geen verkeersregels bewust lijken te zijn. In het winkelcentrum bij de flat is een kleine Koninginnemarkt. Nadat we de kleren van Mam hebben opgehaald lopen we er even over heen, genietend van de sfeer en de zon. Dan kunnen we naar het ziekenhuis.

Mam werkt net haar tweede toetje weg. Nu moeten jullie niet denken dat het een luxe hotel is, zo'n ziekenhuis, dat mensen twee toetjes krijgen want dat is niet zo. De dames en heren op kamer 10.07 bestellen voor elkaar. De overbuurman is gek op soep, dus iedereen bestelt soep en hij eet het allemaal op. Mam is gek op toetjes en fruit, dus de andere bestellen dan en Mam doet zich te goed. Het gevolg is dat zij zowaar weer wat kleur in haar gezicht heeft en vol enthousiasme praat over de volgende operatie. 'Ze denken dat ik daarna gewoon weer kan lopen', zegt zij blij. Dankbaar neem zij de haarspelden die ik (eindelijk) mee heb genomen in ontvangst. Zij is al een tijdje niet meer naar de kapper geweest, nu komt het er voorlopig niet van en heur haar groeit als kool. 'Als ik naar huis mag wil ik het in een knotje doen', zegt zij. Ik denk dat dat wel gaat lukken.

Tegen drieën nemen we afscheid, tegen vieren zijn we thuis en zit het rondje Eindhoven er op. 

8 mei 2012


Mam belde. Ze klinkt krachtig maar niet blij. Zij is niet sterk genoeg voor een tweede operatie. Er zit een ontsteking in haar lijf, vermoedelijk in de wind, die de geleerde dames en heren ondanks veel antibiotica niet onder controle krijgen. Het bot in haar been is zo zwaar beschadigd tijdens het verwijderen van de gebroken pin dat zij voorlopig nog niet geopereerd kan worden. Het voorstel van de orthopeed is dat zij eerst een maand of twee naar een verzorgingstehuis gaat om de wond te laten genezen en aan te sterken, en dat daarna gekeken wordt of er nog voldoende bot- en spierweefsel is om een kunstheup te plaatsen. Is dat niet het geval dan eindigt zij in een rolstoel. Is dat wel het geval dan is het nog steeds onzeker of lopen er nog in zit. 'Voor Pap zorgen is er niet meer bij', zegt zij. Voor mij geen nieuws. Voor haar eigenlijk ook niet, maar diep van binnen leefde er nog hoop, net als bij Pap.


Pap mag dan wel elke keer wanneer ik hem zie blij vertellen dat hij altijd met het personeel mee mag om boodschappen te doen en te gaan wandelen, hij de keren dat hij mee is geweest naar het ziekenhuis wel gevraagd wanneer hij naar huis mag.  Het antwoord dat het nog even duurt vindt hij niet leuk.

Daarbij mag Pap nog best wel goed zijn, hij gaat hard achteruit. 'Ongelukjes' zijn meer standaard dan uitzondering. Hij heeft steeds meer sturing nodig bij het verrichten van de alledaagse dingen zoals wassen en aankleden.

'Ik heb begrepen dat je over een week een gesprek hebt over Pap', zegt Mam, 'Wil je dit dan ook aankaarten?' Natuurlijk wil ik dat maar er zijn al bijna 4 van de 12 logeerweken voorbij dus ik wil niet zo lang wachten met de zaken te regelen. Het ziekenhuis gaat de transfer van mam regelen en ik hoop dat er in het verzorgingstehuis van haar wens een plekje vrij is en ik mag de non-transfer van Pap regelen.

Zodra Mam ophangt weet ik wat ik moet doen. Ik stuur een mail naar de zorgtrajectbegeleider van hun beide. Ik leg de situatie rondom Mam uit. Ik vertel dat Pap achteruit gaat en dat er ondertussen een zwaardere indicatie voor hem binnen is. ZZP5. Zwaar genoeg voor een definitieve opname. Ik vraag haar of zij die definitieve opname wil gaan regelen.

Tja, ik ben niet achterlijk. Ik wist dat dit er aan zat te komen, was het niet vandaag dan wel morgen. Maar mag ik het leven toch even ^&&*^*& vinden?

18 juni 2012

Vandaag is de hersteloperatie uitgevoerd. Onduidelijk voor ons, maar ook voor de orthopeed, was of er een nieuwe heupkop in moest, of er voldoende spieren en pezen waren om de prothese aan te bevestigen. Eigenlijk was alles onduidelijk.


Dat is het nu nog steeds maar… de operatie is geslaagd, de orthopeed is tevreden en volgens Mam hebben ze haar eigen heupkop gebruikt. Of het allemaal klopt weet ik niet zeker. Mam slaapt nog veel en zij heeft zich al eens eerder vergist.

Uit voorzorg moet zij minimaal acht dagen, indien nodig langer, aan de antibiotica en daarna moet zij terug naar het verzorgingstehuis om te revalideren. Of zij dit jaar nog thuis komst is niet duidelijk.

21 juni 2012

Waren de artsen gisteren nog van menig dat Mam zeker nog tot maandag in het ziekenhuis moet blijven, vandaag is besloten, nadat zij een bloedtransfusie heeft gehad, dat zij terug moet naar het verzorgingstehuis waar zij tijdelijk bivakkeert totdat zij weer voor zichzelf kan zorgen.


Pap geniet ondertussen van alle aandacht die hij elders krijgt n gaat binnenkort tapas eten. De leiding van zijn afdeling belde Schoonzus met de vraag of hij mee mocht. 'Wat wil hij zelf', heeft Schoonzus gevraagd. 'Mee', antwoordde de leiding. 'Nou, dan gaat hij mee', besliste Schoonzus. Pap is echt nog niet zo ver heen dat hij niet meer weet wat hij wel of niet leuk vindt, dus voorlopig beslist hij zelf.

23 juni 2012 - Herinner mij

Samen met Zoon ga ik bij Mam op bezoek. In het kader van 'een gewaarschuwd mens telt voor twee' zeg ik hem niet te schrikken omdat Mam de laatste maanden hard oud is geworden. We lopen bij Mam binnen. Ze slaapt. Vast. Haar huid ziet er vaal en wasachtig uit. Even zie ik haar eigen moeder liggen tijdens de laatste keer afscheid nemen. Ik zeg wat, maar Mam reageert niet. Ik zeg nog wat en nog wat. Seconden lijken minuten te duren, de stilte is oorverdovend. Dan maakt zij een lieflijk slaapgeluidje. Langzaam wordt zij wakker. Blij verrast ons te zien. Zoon en ik gaan bij haar bed zitten. We zwetsen wat, we kletsen wat. Mam wordt wakkerder en wakkerder. Zij heeft een fotokopie van de röntgenfoto van haar heup in haar handtas zitten.  Ik kijk en schrik. De pin met stukje ijzerdraad en twee schroeven zijn vervangen door een heupkop, een pin, een beugel en een twaalftal schroeven. Ongelooflijk dat dat allemaal in dat smalle kleine beentje past.


Er komt een verzorgster binnen om haar temperatuur op te nemen. 36,5. Vanmorgen was het nog 38,5. Het personeel maakte zich al zorgen. Wanneer we weer onder ons zijn praat Mam honderduit over vroeger. Over de ouders van Pap, over de brommer van Broer, over de tijd dat Pap en zij er nog op de motor op uit trokken. Over toen ze jong was, toen zij er nog toe deed. Het lijkt wel of zij wil zeggen, 'Herinner mij. Herinner mij zoals ik was, vroeger, toen ik nog jong en onbezonnen was. Toen de wereld nog aan mijn voeten lag, er nog een heel leven voor mij lag'. Het lijkt of zij ons probeert te hersenspoelen zodat wij de herinneringen van nu, van een oude vrouw met een wasachtig gezicht, slapend in bed niet opslaan. Of dat de herinneringen aan de kromgegroeide moeder en oma die zich de laatste jaren met pijn achter een rollator voortbewoog, net als de herinneringen aan de vrouw die wegkwijnde in het deels zichzelf opgelegde moeder-keurslijf van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw worden verdrongen.

We lachen veel die middag. Dan is het tijd om te gaan. We nemen afscheid. Haar ogen schitteren. We hebben er een mooie herinnering bij.

24 juni 2012

En toen had Mam vanmorgen weer hoge koorts. Zo hoog, dat zij met een ambulance naar het ziekenhuis is gebracht voor onderzoek. De wond is schoon, wel zitten er ontstekingen bij blaas en longen. De koorts is ondertussen onder controle, haar HB is goed dus… Mam, Broer en Schoonzus zitten in het ziekenhuis te wachten op een ambulance die Mam terug naar het verzorgingstehuis brengt.



28 juni 2012

Gisterenavond tegen de klok van achten ging de telefoon. Mam. Hoe laat ik er vandaag dacht te zijn. 'Euh, rond acht uur vertrekken', zeg ik. 'Kan niet', klink het gedecideerd aan de andere kant van de lijn. 'Vanaf negen uur kan de ambulance komen, dus om negen uur moet je hier zijn'. Ik zicht een keer, zeg, 'ja moe', en hang op.


Om tien voor negen rijd ik het parkeerterrein op. Keurig op tijd. Mam ligt lekker opgefokt op bed. 'Heb jij twee euro voor de rolstoel?', vraagt zij. Ik kijk haar aan en antwoord, 'Jij denkt dat ze je met een ambulance komen halen en je dan in een rolstoel plempen. Volgens mij werkt het zo niet'. Zoals gewoonlijk wanneer Mam zich wat in haar hoofd heeft gehaald weet ik haar niet te overtuigen.

Het wordt negen uur, kwart over negen, half tien. Mam wordt nog nerveuzer dan zij al was. 'Ze zijn het vergeten…', zegt zij. 'We komen te laat'.

'De meiden van de verzorging hadden gisteren moeten bellen om de ambulance te bevestigen', is de volgende opmerking.

Dan staat er een brancard in haar kamer. De ambulance is gearriveerd, dat moge duidelijk zijn. Mam overhandigd de papieren. 'U hoeft alleen naar het ziekenhuis om bloed te prikken', vraagt de ambulance verpleegkundige. 'Nee', zegt Mam, 'Ik moet ook nog naar een arts'. Ja hoor, dat hebben wij weer. De papieren zijn niet volledig. De ambulance verpleegkundige gaat bellen, de ambulance broeder zet de brancard vast naast het bed en begint aan de voorbereidingen om Mam van het bed naar de brancard over te hevelen. Hij wil het bed van Mam wat hoger zetten en haar plat leggen. Helaas pindakaas. De lift van haar bed hapert al een paar dagen en geeft nu, op het moment supreme, de geest. Er zit niets anders op dan haar met behulp van de pat-slide en vijf mensen van bed naar brancard over te hevelen. Dan kunnen we aan onze reis beginnen.

Tijdens het ritje blijft de ambulance verpleegkundige bellen om te regelen dat Mam een dokter te zien krijgt. Het lukt haar niet. Bij het ziekenhuis aangekomen halen ze Mam uit de ambulance en willen haar naar het diagnostisch centrum rijden. We komen voorbij de SEH en ik zeg, 'Zij moet zich hier melden'. De ambulance verpleegkundige loopt de SEH op, blijft een minuut of vijf weg en komt dan vertellen dat Mam op de SEH kan blijven. Hier zal bloed worden geprikt en er wordt voor een arts gezorgd.

Mam wordt van de brancard overgeheveld naar een SEH bed en een kamertje ingereden. Het ambulance personeel neemt afscheid en wenst Mam veel sterkte. Al snel komt er iemand om bloed af te nemen. Het valt niet mee in de blauwe, kapot geprikte armen van Mam nog een geschikt plekje te vinden maar het lukt. Dan wordt Mam met bed en al overgebracht naar een gipskamer, in afwachting van een orthopeed.

De orthopeed komt driemaal kijken. De eerste keer is na dik drie kwartier wachten. Hij maakt een babbeltje (hij heeft haar ooit aan haar rug geopereerd) en vraagt wat precies de bedoeling is. Het bezoek van afgelopen zondag staat niet goed geregistreerd. De uitslag van het nieuwe bloedonderzoek is er nog niet. De uitslag van het onderzoek van zondag wel. 'Hebben ze u zo terug naar het verzorgingstehuis laten gaan?', vraagt hij verbaasd. 'Ik kan u nu alvast vertellen dat wanneer de waarden niet gedaald zij ik hier houd'. Mam kijkt niet blij. De orthopeed wordt opgepiept. 'Ik kom zo bij u terug', zegt hij, 'Dan kijk ik naar de wond. En u mag pas terug naar het verzorgingstehuis wanneer ik de uitslagen heb gezien en deze goed zijn'.

Een kwartier later heeft een gipsmeester de pleister van haar been verwijdert zodat ik foto's kan maken om Mam de wond op haar been te laten zien. Het is een behoorlijk jaap maar ziet er wel hoed uit. Dat vindt de orthopeed ook. Bovendien heeft zijn collega het plaatsen van de heup keurig verzorgd. Een arts-assistent in opleiding tot huisarts die met de orthopeed 'meeloopt' en ik krijgen uitleg wat er precies is gedaan. De orthopeed benadrukt nogmaals dat Mam de eerste zes weken beslist niet op het been mag steunen, of op die heup mag liggen, want dan kan het alsnog fout gaan, 'maar voor nu ziet het er allemaal prima uit'. Mam glundert alsof zij zichzelf geopereerd heeft. Wanneer een kwartier later alle uitslagen er zijn is Mam helemaal de koningin te rijk, want haar bloedwaardes zijn goed dus zij mag gewoon terug naar het verzorgingstehuis. De ambulance wordt gebeld.

En dan, dan moet de gipskamer leeg gemaakt en moet de SEH het bed terug hebben. Er wordt een ander bed geregeld zodat ze Mam zo lang op de gang kunnen zetten in afwachting van de ambulance, 'Want dat gaat nooit zo snel', volgens een van de gipsmeesters. Het vervangende bed is net de kamer in gereden wanneer er een brancard voorbij komt schuiven. In plaats van naar bed wordt Mam met vereende krachten op de brancard gelegd. Iets over twaalven zijn we terug in het verzorgingstehuis alwaar de lift van haar bed al gerepareerd is… Na al dat liggen kiest Mam er voor om in de rolstoel te gaan zitten en zo wordt zij met vier man/vrouw en een tillift sterk in de rolstoel gezet.

Het ambulancepersoneel neemt afscheid, ik praat de verzorging bij en dan is het tijd voor koffie.  Dat hebben we na deze ochtend echt wel verdiend.




26 juli 2012 - Hoe hij was 

Wanneer ik het verzorgingstehuis binnenloop kijk ik speurend de ontmoetingsruimte rond. Geen Mam te bekennen. Ook boven zie ik haar nergens zitten. Ik loop naar haar kamer en bingo. Zij ligt in bed, heerlijk te slapen. Ik zie haar gele, vale huid, de wallen onder haar ogen, haar dunne armen.  Zachtjes zeg ik, 'Mam'. Zij reageer niet. Dan zeg ik, 'Liefje!'. Dit keer mompelt ze wat maar doet haar ogen niet open. Ik besluit beneden in de ontmoetingsruimte te gaan wachten en zeg, 'Tot straks Liefje' en streel over haar hand. Haar ogen schieten open. Zij is klaarwakker. 'Hoe laat is het?'. 'half drie', antwoord ik. 'Mooi, dan heb ik dik een uur geslapen en moeten we nog een half uur wachten, dan komen ze mij uit bed halen. Ga zitten. En wat heb je in je hand?'

Ik zeg dat we straks een formulier over de persoonlijkheid van Pap van voordat hij ziek werd mogen invullen'. Ze betrekt haar gezicht. Ter geruststelling zeg ik, 'Het zijn ja, nee en in-meer-of-minder maten vragen. Je hoeft dus geen verhalen te vertellen'. Ze knikt opgelucht. Ik vraag hoe het met haar gaat. Niet zo best. Mam slaap slecht maar haar benen worden wel sterker. We kletsen wat. Over haar lijf, de vakantie van Zoon, over Broer en Schoonzus die nu met vakantie zijn. Ook Tante (haar zus) komt even ter spraken en dan begint zij over Pap. Zij is klaar om de test in te vullen. En daar waar zij twee weken geleden niets over hem wilde horen is zij nu een en al oor.

Ik leg haar uit dat het behandelteam van het verzorgingstehuis op basis van de uitkomst van de test weet op welke gebieden zijn persoonlijkheid is veranderd en daar hun behandeling op af kunnen stemmen. 'Hum', zegt mam, 'Ze moeten hem niet te veel stimuleren om weer de oude te worden, dan zitten ze dadelijk opgescheept met een stille, teruggetrokken man die met niemand contact maakt'. Ik grinnik zachtjes. pap is inderdaad een stuk drukker dan voorheen, al kan hij zich nog steeds, net als vroeger, acuut in zijn eigen wereld terugtrekken wanneer hij genoeg van zijn bezoek heeft.

De meeste vragen worden snel beantwoord. Soms aarzelt ze even. heeft moeite met het antwoord. Wil het niet tegen mij zeggen, mijn beeld van Pap niet verstoren. Wanneer ik zeg dat ik niets nieuws hoor is zij gerustgesteld. Bij de vraag of hij regelmatig zijn waardering voor iets of iemand uitsprak kijk ik Mam vragend aan. Ik weet het antwoord van Broer en mij. Dat is nee. Maar wat zal haar antwoord zijn? Het is ook nee. Ik vraag haar of ze die waardering ook niet via een omweg heeft gekregen, zoals Broer. Of heel laat, uit zijn eigen mond, zoals ik laatst. Zij schudt van nee. 'Daar was hij de man niet naar', zegt zij rustig.

Dan volgen er weer een aantal vragen die zij positief kan beantwoorden, waar leuke verhalen aan vast zitten. 86 is Pap nu, en zijn persoonlijkheid is teruggebracht naar 60 gesloten vragen. Vragen die misschien wel een beeld geven over hoe zijn persoonlijkheid was, maar die in onze optiek bij lange na niet de essentie raken de zoon, echtgenoot, vader en opa die hij was maar niet meer is, door de aandoening die dementie heet.

28 juli 2012

Sinds Mam weer terug is in het verzorgingstehuis eet zij slecht. Brood gaat nog wel maar het warme eten vindt zij drie keer niks. Soms eet zij wat soep maar meestal zit zij maar wat te titsen. Niet slim voor iemand die aan moet sterken maar ja, zij is al zo veel jaren langer eigenwijs dan ik zei de gek, dat ik gestopt ben met haar proberen te overtuigen. Vorige week voelde zij zich niet lekker maar we hebben toen wel afgesproken dat wanneer zij zich goed genoeg voelt ik eens met haar buiten het tehuis ga eten.


Woensdag belt ze. 'Ik had zo gedacht… Als we nu eens…' Ze draait om de hete brij heen maar ik kan aardig tussen de regels door luisteren. Ik word voor de warme maaltijd die tussen de middag opgediend wordt verwacht zodat we buiten de deur kunnen eten. Verder mag ik nog wat spullen uit de flat halen. Dat betekent vroeg opstaan. Zoon is solidair en zo vertrokken wij vanmorgen voor ons doen vroeg vanuit Venlo.

Mam zit een beetje te doezelen in haar rolstoel. Het gaat niet goed met de buurman dus het was de afgelopen nacht een komen en gaan van mensen. Nu ik er ben met de schone was raakt zij lichtelijk in paniek. Haar vuile was ligt nog op haar kamer maar daar mogen wij niet komen. De leerling verpleegkundige stelt haar gerust; het komt helemaal goed met de was. Ik stel voor dat we even naar het vlakbij gelegen winkelcentrum gaan. Mam meldt zich meteen af voor het eten en we vertrekken.

Zoon noemt allerlei eetgelegenheden op maar Mam weet al wat ze wil: MacDonalds. Niet dat zij dat echt lekker vindt maar bij de Mac zit er altijd enorm veel zout op het eten en Mam is van het zout. Na de vette hap wandelen we nog een uurtje met Mam door het winkelcentrum. Mam is al een dik jaar niet meer in het winkelcentrum geweest en kijkt haar ogen uit. Bij elke winkel roept zij, 'Er is niet veel veranderd. Ik herken het allemaal nog'. Na twee rondjes wil zij terug naar het tehuis. We babbelen nog wat en tegen drieën nemen we afscheid. Mam gaat terug naar boven, Zoon en ik gaan bij Pap op bezoek.

Pap heeft zich weer eens opgesloten op zijn kamer. Een van de medebewoonsters heeft de gewoonte bij iedereen aan de deur te rammelen en wanneer de deur open is, naar binnen te lopen. Pap is hier niet van gediend. Na een paar keer kloppen doet hij open en worden enthousiast binnen gehaald. Hij laat zijn tekeningen zien, glundert bij elk compliment. Hij vraagt of wij een stukje willen lopen. We zeggen ja en lopen naar buiten. Pap draait de deur op slot en ik word geconfisqueerd door een voor mij onbekende dame. 'Wat goed dat je bent gekomen', zegt zij en steekt een arm door die van mij. Samen lopen we achter Pap en Zoon aan. Onderweg komen we een mevrouw tegen die op zoek is naar haar kleren. Hoewel wij haar niet kunnen helpen sluit zij zich wel bij ons aan. Het lijkt een beetje op 'zwaan kleef aan'.

Bij de deur naar buiten stoppen we en mijn vader zegt boos tegen de mevrouw aan mijn arm, 'Dat is mijn dochter hoor'. De vrouw laat mij los, glimlacht vaag, loopt naar mijn vader en steekt haar arm door die van hem. Ze lopen samen verder, met Zoon en mij in hun kielzog. Pap zegt zijn partner in crime te willen bezoeken. Achteraf een list om van de dames af te komen. Even later zitten we bij Meneer van A. op de kamer. Meneer van A is na Pap opgenomen in de zorginstelling en heeft beginnende Alzheimer. Hij laat ons zijn kamer zien. 'best netjes', zegt hij. 'Het is natuurlijk geen huis en het is geen thuis, maar ik heb een plekje'. Hij verteld over zijn kinderen, zijn beide echtgenotes, over het moeten wennen hier. Over zijn doof zijn. 'Ik heb een mooi leven gehad. Je doet je best en hier is het denk ik best wel goed en mooi, het eten is niet slecht en je krijgt voldoende te drinken maar ik heb al een mooi leven gehad en nu zit ik hier. Je kan je bezoek niet eens wat te drinken aanbieden want je hebt geen glazen, geen koelkast, geen koffiezetapparaat'. Hij kijkt triest voor zich uit.

We nemen afscheid en gaan weer aan de wandel. Dit keer gaan we wel naar buiten (besloten binnenplaats). Er loopt al weer een andere dame achter Pap aan. Deze mevrouw loopt wel mee naar buiten. Ze gaat dicht bij ons zitten, maar niet zo dicht bij dat het lijkt of zij bij ons hoort. Zoon draait een sigaret en steekt deze aan. meteen komt er een bewoner naar buiten rennen die hem om een vuurtje vraagt. Zoon geeft de man voor. De man loopt weg, boos nagekeken door Pap. 'Dat is geen aardige man', zegt hij, 'Die is altijd aan het schreeuwen en kankeren en doet net of het hele tehuis van hem is'.

De deur gaat weer open en er komen een man en vrouw naar buiten. 'Zo P., ga maar even lekker een sigaartje roken', zegt zij, 'Dan ga ik nu naar huis om te koken'. Ze geeft de man een zoen, grijpt in haar tas maar grijpt mis. De sigarenkoker is op zijn kamer blijven liggen. 'ga maar even zitten', zegt zij, 'Dan ga ik even een sigaartje halen'. Zij draait zich om en loopt weg. te snel. P. heeft haar vertrek gemist. Zachtjes begint hij haar te roepen. 'Annie, Annie, Anneke, waar ben je?'. 'Let op', zegt Pap, 'Dadelijk gaat hij zingen'. Het roepen gaat inderdaad over in zingen. Zo af en toe draait de man zich onze kant op en lacht verlegen. Dan komt Annie terug met een sigaar. Zij zet P. bij ons onder de parasol. Zoon schuift een asbak bij. Annie helpt P de sigaar aan te steken en neemt nogmaals afscheid. 

Piet trekt aan zijn sigaar. Er komt een ekster aan vliegen. 'Kijk eens wat een grote vogel. Ze je die grote vogel', vraagt P aan Pap. 'Dat is een ekster', zeggen Pap en Zoom tegelijkertijd. 'Jaja', zegt P, 'Een hele grote vogel. En daar is er nog een'. Pap kijkt mij aan. 'Vanmorgen stond Zoon naast de auto te roken, en toen heeft er een vogel op hem gepoept'. 'Ik voelde mij bescheten', zegt Zoon. Drie oudjes schieten in de lach.  

'-s-Morgens zitten Meneer van A en ik achter dat raam', zegt Pap en wijst recht voor zich uit. 'Dan kijken we naar de vogels die daar (en hij wijst achter ons) op het dak zitten. Dat is mooi om te zien. Soms zwermen ze om het ROC heen. Dat is ook mooi om te zien'. Hij valt stil, kijkt op zijn horloge. 'Het is bijna half vijf. Ze zijn al begonnen met koken zie ik'.  Dat is het teken voor Zoon en mij om afscheid te nemen. Nog voor we binnen zijn kijkt hij samen met P ingespannen naar de ekster. Zijn wereld wordt steeds kleiner. 

3 augustus 2012
Ik heb een paar dagen bij een vriendin in Groningen gelogeerd. Regelmatig werd er over mantelzorgen gesproken, iets wat mijn vriendin ook niet vreemd is. Hoewel ik regelmatig over Pap en Mam en alles wat er bij komt kijken schrijf betekent dit niet dat ik alles met iedereen deel. Sommige dingen lijken te groot om te delen. Ik schrijf (of bespreek) dan wel de koude harde feiten op, maar niets over wat dat met mij doet. Over dat laatste praat ik sowieso niet met veel mensen. Sommige dingen zijn nu eenmaal bijna niet uit te leggen aan mensen die niet in dezelfde situatie zitten of gezeten hebben. Zelfs waneer mensen in hetzelfde schuitje zitten, kunnen zij bepaalde zaken heel anders ervaren. De logeerpartij werkt helend. Ik heb de afgelopen dagen met enige regelmaat met vochtige ogen tegenover vriendin gezeten.

Op weg naar het station vraagt zij nogmaals, 'Heb jij hulp gezocht?'. Ik reageer onnozel. 'Ze zitten beide in een verzorgingstehuis, meer hulp bestaat niet'. Maar vriendin doelt niet op hulp voor mijn ouders, maar hulp voor mijzelf. Weer reageer ik onnozel. 'Broer en Schoonzus doen meer dan hun fair share, meer kan er niet geregeld worden'. Vriendin kijk mij strak aan. Ik weet wel wat zij bedoelt. Het is niet niets, dat mantelzorgen. Op het station aangekomen beloof ik haar goed op mijzelf te passen. Zij geeft mij een enorme knuffel en ik stap de trein in, op weg naar huis.

In de trein lees ik 'De 100 jarige die uit het raam klom en verdween'. Tussen de hoofdstukken door denk ik na. Over de 100 jarige, een 86 en en 79 jarige. Over beslissingen die ik neem en de consequenties die daar aan vast (kunnen) hangen. Ergens tijdens de vier uur durende reis realiseer ik mij dat ik eigenlijk niet zozeer lichamelijk moe ben. Nee, ik ben geestelijk moe. Het stukje mantelzorgen wat bestaat uit dokters bezoeken en wasjes draaien, dat is best te doen. Dat is vooral een aanslag op mijn tijd. Het zijn de levensbeslissingen die zwaar wegen. Geestelijk gezien. 

Het valt niet mee streng te zijn voor de vrouw die je op de wereld heeft gezet. Om haar duidelijk te maken dat wanneer zij niet gaat eten, niet genoeg oefent, zij waarschijnlijk nooit meer kan lopen en dan automatisch aangewezen is op een verzorgingstehuis, of zij nu wil of niet.

Het valt niet mee, om in het geval van Pap, van anderen te moeten horen dat ik blij mag zijn dat hij er nog is, omdat zij een of beide ouders enorm missen. Hoe krijg je uitgelegd aan iemand die niet weet wat dementie is, dat mijn vader er niet meer is. Dat ik elke keer wanneer ik hem zie hem nauwelijks herken. Dat elk afscheid een afscheid voor altijd is omdat hij de volgende keer dat ik hem zie weer minder Pap is. Hoe krijg ik uitgelegd dat ik al twee jaar aan het rouwen ben, zonder dat er in de ogen van mensen die niet weten wat dementie is een reden voor is. Mij vader is er toch nog zeggen zij. Hoe krijg ik uitgelegd dat die man in uiterlijk op mijn vader lijkt, maar dat die boze, boze kobold mijn vader niet is. Mij hooguit. bij vlagen aan mijn vader doet denken.

Hoe krijg je uitgelegd aan mensen die niet weten, begrijpen wat er speelt hoe zwaar het is om je dementerende vader te de-medicaliseren. Om, na en eerste niet gewenste operatie (pacemaker), onderzoeken naar mogelijke aandoeningen stop te zetten, omdat er niets met de uitslag wordt gedaan of omdat jij niet wilt, conform de wens van je vader, dat er nog aan hem gesleuteld wordt. Ik realiseer mij dat ik van geluk mag spreken dat Broer het met mij eens is, dat Mam blij is dat iemand anders de beslissingen bij haar weg geeft genomen en dat tot op heden alle artsen achter mijn, onze, beslissingen staan en mij, ons, bij het nemen van de beslissingen steunen.. 


Het valt niet mee om op de stoel van God te zitten. Zeker niet wanneer het het leven van je vader betreft. Niet wanneer het de kwaliteit van leven van je beide ouders betreft. Niet wanneer je slechts een ding kunt doen, pappen en nathouden, en geen grote ingrijpende beslissingen ten gunsten van de hele wereldbevolking mag nemen (nooit meer dementie).

Mijn antwoord op de vraag, 'Hoe gaat het met jou' is: Het valt niet mee om te mantelzorgen. Niet alleen om het te combineren met een baan, een studie en de opvoeding van een kind maar vooral vanwege de geestelijke belasting en het idee nooit genoeg en nooit het juiste te doen. Van het feit dat ik beide ouders nog heb maar geen kind meer ben. De ouderrol over heb genomen.  Hoewel het ronduit goed met mij gaat, gaat het ook best k@t, drukt de verantwoordelijk en de twijfel, maar ook het rouwproces bij tijd en wijle zwaar op mijn schouders.

Dat wilde ik even kwijt.

20 augustus 2012

Een goed nieuwtje dit keer: Mam heeft van de orthopeed te horen gekregen dat zij haar been voorzichtig mag gaan belasten en vandaag heeft zij, tussen de brug met aan beide kanten een fysiotherapeut ter ondersteuning, een paar passen gelopen. Voor het eerst in een half jaar en voor het eerst sinds de breuk in haar bovenbeen in mei 2011 zonder pijn.

20 september 2012

Sinds kort werk ik weer vier in plaats van vijf dagen per week. Mijn idee om de eerste vrije dag in een half jaar te verlummelen ging na een telefoontje van Pap's psychologe in rook op. Zij wilde graag een afspraak maken om op korte termijn de uitslagen van diverse (neur-)psychologische onderzoeken van Pap met mij, in zijn bijzijn, te bespreken. De eerste geschikte datum: vandaag om half elf. Ee half uurtje is voldoende. Iets in haar stem maakt dat ik Broer SMS en vraag of hij ook bij het gesprek aanwezig wil zijn. Het werd beslist een bijzonder gesprek. 

De psychologe begon met te vertellen dat Pap met vlag en wimpel door de test was gekomen en voegde er aan toe dat zij nog nooit een bewoner gehad hebben die nog zo bij de tijd was. Ze eindigde met, 'In mijn ogen hoort hij hier niet thuis. Uw vader is zeer intelligent, functioneert goed. Hij heeft alleen een beetje structuur nodig'. Op onze vraag waar hij dan wel thuis zou horen werd een verzorgingstehuis te licht bevonden maar begeleid wonen was wellicht wel wat. Wij zijn het niet met haar eens en stellen vragen. Het wordt ons al snel duidelijk dat niet alle gegevens omtrent Pap's ziekte bij haar bekend zijn. Zij weet niets van zijn wanen, zijn delier. Van de terugval als de blaadjes gaan vallen. Zij weet niet dat de geriater aan heeft gegeven dat de positieve effecten van zijn huidige medicatie waarschijnlijk binnen een jaar, hooguit anderhalf jaar voorbij zijn. Dat er dan een enorme terugval te verwachten is. Zij weet niets van het feit dat Pap vergeten is dat hij al tien jaar op een flat woont, dat hij aan het dwalen is geweest, dat hij niet meer wist waar hij woont. Broer en ik praten en praten. We zitten al zeker drie kwartier op Pap's kamer. Zo lang achter elkaar heeft de psychologe hem nog nooit gezien. 

En Pap, Pap zat er bij, onderbrak het gesprek steeds om van alles en nog wat over de andere bewoners te vertellen maar was duidelijk niet bij de les. Toen begon hij over 'massa's kinderen' te praten; kinderen die op bezoek komen, door de gangen rennen. Hij houdt zijn hand ongeveer 20 centimeter boven de grond. 'Van die kleintjes', zegt hij. Broer en ik houden beide onze adem in. De psychologe kijkt hem even aan. pap ratelt gewoon verder. Vertelt in niet bepaalt vriendelijke woorden hoe hij over bepaalde bewoners denkt. De psychologe vraagt of hij het wel prettig vindt daar te wonen. Ja, hij vindt het prettig om daar te wonen, 'zeker nu MIJN moeder in het ziekenhuis ligt'. Eerlijk is eerlijk, ze schakelt snel en vraagt ons of hij een kort- of langverblijf indicatie heeft. 'Met het rapport wat er nu ligt krijgt hij geen indicatie ZZP5 en die indicatie heeft hij nodig om daar te mogen blijven wonen'. Wij vertellen haar dat er door het CIS een ZZP5 indicatie is afgegeven. 'Mooi', zegt zij, 'Dan kan hij hier blijven wonen'. Ze neemt afscheid van Pap en vertrekt. Broer en ik lopen met haar mee naar buiten.

Broer spreekt zijn zorgen uit over de 'massa's kinderen'. Wanneer Pap wanen heeft, zijn er altijd massa's kinderen mee gemoeid. Spelende kinderen, vechtende kinderen, lachende kinderen, huilende kinderen. Meestal ziet hij nog veel meer maar hij is intelligent genoeg om te weten dat wanneer hij het over ratten en monsters heeft die uit niet aanwezige putten komen, de mensen weten dat het niet pluis is. Maar praten over kinderen is veilig. De psychologe kijkt ons aan en zegt, 'Die kinderen was voor mij een trigger. Er komen hier wel eens kleine kinderen op bezoek, maar niet zo veel en zo vaak er van massa's gesproken kan worden. We gaan hem in de gaten houden'. Dan nemen we afscheid van elkaar. Broer en ik gaan terug naar Pap. Vragen hem of hij wellicht een makkelijke stoel van thuis hier wil hebben. Of zijn bureau. Hij heeft wel oren naar zijn bureau. En hij wil graag een TV op de kamer. Die van thuis. Binnenkort maar eens met zijn persoonlijk begeleider bellen wanneer we een en ander kunnen verhuizen.

Wanneer ik naar mijn moeder rijd om haar van de uitkomst van het gesprek op de hoogte te stellen verbaas ik mij nog over het ietwat vreemde verloop van het gesprek. Het zal zo hebben moeten zijn.

9 november 2012

Wat we eigenlijk niet meer gedacht hadden is toch gebeurt. Mam woont sinds afgelopen donderdag weer in haar eigen huis. Ze kan nog niet fantastisch lopen (ik mag morgen de boodschappen gaan doen) en is in afwachting van een scootmobiel, maar zij is thuis. Niet helemaal conform de wil van de verzorging en de tehuis arts maar als Mam wat in haar hoofd heeft, heeft zij het niet in haar kont. 

Pap is ondertussen definitief opgenomen op de gesloten afdeling en heeft daar vrede mee. Hij voelt zich daar prettig en het is thuis voor hem. 

Als alles meezit ga ik morgen samen met mam even bij hem op bezoek. De oudjes hebben elkaar sinds mei niet meer gezien. Het is dus even afwachten of hij haar nog herkent. We zullen zien. 

10 november 2012

Mag je je moeder achter het behang plakken? Ze had boodschappen nodig en ze wilde naar Pap dus zei ik de uitnodiging voor een feestje in Hilversum af en ging ik niet met de trein naar Eindhoven.

De koelkast puilde uit, naar Pap gaan wil ze voorlopig toch maar niet. Eerst wil zij haar scootmobiel hebben. Daar was zij nu al overspannen van, nog meer spanning kon zij niet aan.

En de ware reden dat ik dit weekend moest komen: Zij was bang dat de vaatwasser en/of de wasmachine na 7 maanden stil staan zouden lekken en ze wilde niet alleen zijn als de daar achter kwam.

Toen ik zei dat ik het prettig had gevonden wanneer zij dit eerlijk verteld had omdat ik dan naar Hilversum was gegaan en geregeld had dat Broer of Schoonzus even mee kwam kijken als de apparaten aangingen antwoordde zij dat het een belachelijk idee van mij is om voor een verjaardag naar Hilversum te gaan. Duhuh. 150 kilometer rijden om iets te checken wat Broer tussen twee klanten door ook even had kunnen doen, da's niet belachelijk.

26 december 2012

Er kan veel veranderen in een jaar. Vierden wij vorig jaar tweede kerstdag nog al gourmettend bij Pap en Mam thuis, dit jaar is het klaarmaken van de gourmettafel al te veel voor Mam en woont Pap als weer een maand of acht niet meer thuis. Ergens in de aanloop naar Tweede Kerstdag vraagt Mam aan Schoonzus, 'Wanneer jullie deze kant opkomen nemen jullie dan eten van de Chinees bij jullie in het dorp mee? Dat is zo lekker daar'. Schoonzus vraagt of het niet leuker is bij de Chinees bij Pap om de hoek te gaan eten zodat Pap ook mee kan. Zo gezegd, zo gedaan. De Chinees werd gereserveerd, er werd contact opgenomen met het tehuis waar Pap woont en we mochten hem op Tweede Kerstdag ophalen. 

Zoon en ik halen Pap op. Terwijl Pap zijn jas aan gaat doen krijg ik zijn medicijnen overhandigd. Pap pakt niet alleen zijn jas maar ook het boekje wat hij tijdens de Kerstmis_mis heeft gekregen. Yup, na 80 kerkloze jaren is Pap op Kerstavond naar de kerk geweest en wat was het leuk. Voor de worstenbroodjes na afloop. Ohh, en hij heeft een kerstkaar voor Zoon en mij gekregen. Onze namen staan er op.  Ik leg hem uit dat die kaart voor hem is, namens  Zoon en mij. 'Voor mij?', vraagt hij verbaasd. Ik knik en trots legt hij de kaart veilig onder zijn tekenliniaal. 

Met z'n drieën lopen we naar de Chinees. Pap wijst de weg en heeft er stevig de pas in. Wij zijn de eerste. Wij nemen plaats en bestellen wat te drinken. Dat is te moeilijk voor Pap, een keus maken uit wel duizend dingen maar met een beetje hulp van de kelner zit hij al snel tevreden achter een appelsapje. Niet lang daarna zien we de auto van Schoonzus die voor de deur geparkeerd wordt. 

Het duurt even voordat Mam zit. Het bestellen van het eten laat zij aan Schoonzus en mij over. Zij heeft geen honger. Misschien een loempiaatje, maar meer niet. We bestellen twee verschillende rijsttafels voor vijf personen. In overleg met de kelner laten we de soep vervallen en schuiven wat met de gerechten. Zodra het eten voor ons neer wordt gezet 'valt Mam er op aan. Ze schept wel vier maal op. Hoezo een loempiaatje is wel genoeg. Omdat Pap verteld heeft dat het ijs daar zo lekker is laat Mam nog wel een gaatje over voor ijs. Helaas voor haar zit er bij het menu al een toetje, een ijsje. Het bordje met daarop het ijsje van mam staat nog maar nauwelijks op tafel of zij valt al aan. Broer en ik kijken elkaar aan. 'Euh Mam, zou je niet even wachten totdat iedereen ijs heeft?', vraag ik. 'Nee', zegt zij en lepelt verder. Het lijkt wel of zij bang is dat wij het af zullen pakken. Wanneer Zoon aangeeft het ijs niet zo lekker te vinden ontfermt zij zich ook over zijn ijsje. 

Broer geeft aan nog wel een echte ijscoupe te willen. mam is meteen voor. Wanneer wij eerst aan de koffie gaan zit zij een beetje te mokken. Zij wil ijs. Na de koffie bestellen we ons 'toetje'. Pap hoeft niets meer. Hij zit al even op zijn horloge te kijken en te knikkebollen. De klok van half zeven nadert en dan wil hij thuis zijn, zich klaar maken om naar bed te gaan. Er worden 3 ijscoupes en twee koffie met neut bestelt.  Die laatste zijn voor Schoonzus en mij. Het ijsje van Mam komt als eerste en weer valt zij er op aan en weet kijkt zij mij aan alsof zij water ziet branden wanneer ik vraag of ze niet even wil wachten tot iedereen iets heeft. Ik buig me naar Schoonzus toe en fluister haar in haar oor, 'Ik heb het idee dat we met twee dementen op stap zijn'. Schoonzus antwoord zachtjes, 'Dat idee hadden wij laatst ook.

Bij het verlaten van de zaak krijgen we allemaal als presentje een Chinese kop en schotel overhandigt. Mam loopt onhandig met het pakje in haar hand achter de rollator maar heft het pakje niet uit handen. Pap laat zijn exemplaar snel in zijn jaszak verdwijnen. pap, Zoon en ik kijken toe hoe Mam de auto in stapt, we zwaaien nog een keer en lopen dan richting het huis van Pap. Meteen na binnenkomst haalt hij de kop- en schotel uit zijn zak en geeft het aan de dames van de verzorging. 'Alsjeblieft', zegt hij met een brede grijns, 'Dit is voor jullie'. De dames bedanken hem en zeggen, 'Dat zetten we hier in de kast, dank u wel meneer W'. Tevreden loopt Pap naar zijn kamer, maakt de deur open en nodigt ons nog even op zijn kamer uit. Heel even dan, het is tien voor zeven, tijd om naar bed te gaan. Pap maakt zijn bedlampje aan, vraagt Zoon om het grote licht uit te maken zodat hij kan gaan slapen. De hint is duidelijk. Zoon en ik nemen afscheid van Pap.

Het is wat, wanneer je ouders oud worden.



11 januari 2013

Tadadieboemdiejeh! Zoon is vandaag 19 jaar geworden, wat betekent dat ik al weer 19 jaar moeder ben. Een feestje waard als je het mij vraagt. Maar zijn feestje heeft hij uitgesteld tot van de zomer, ons wok-uitje heeft hij vervangend door pizza en cola thuis op de bank. Morgen gaan we naar Eindhoven, zijn verjaardag vieren met mijn familie. Bij Pap in het tehuis, in het cafetaria wat bij het tehuis hoort.  Dan trakteer ik namens Zoon op koffie en?? gebak, kleffe cake, gevulde koek?

Eigenlijk is Zoon's verjaardag vieren een beetje camouflage. Van de week is Broer tweemaal gebeld door medewerkers van het tehuis met de mededelingen dat Pap achteruit holt. Lichamelijk en geestelijk. Wij kennen dit hollen, vandaar dat we allemaal de drang voelen om die kant op te gaan maar zo vaak komen we niet allemaal tegelijkertijd bij pap op bezoek. Ik kom er zelfs schandalig weinig. Mocht Pap morgen een helder moment hebben, dan is de verjaardag van zijn enige kleinzoon een goed excuus voor een samenkomst van de ganse familie en geen reden om zichzelf ergens zorgen over te maken.

Mocht hij niet helder zijn dan is hij gewoon blij met zijn bezoek en, ondanks zijn slikproblemen, koffie en een koek. Sommige dingen veranderen nooit.

12 januari 2013

Zoon en ik arriveren iets eerder bij Pap dan Broer die Mam ophaalt. Na een kort telefonisch overleg spreken we af dat wij Pap gaan halen en dat Broer Mam voor de deur van het cafetaria af ze zodat zij zo min mogelijk hoeft te lopen. Pap heeft een goed dag, weet wie wij zijn en wil graag mee koffie gaan drinken. Binnendoor lopen we naar de cafetaria. Wanneer we daar aankomen zien we Mam al voor de deur staan. Broer volgt sneller dan wij naar buiten kunnen lopen. Binnen no time zitten we aan de koffie met gebak. Alvorens aan haar bananensoes te beginnen zet mam een plastic tas met schoenen en een pet op tafel. De schoenen Pap aanhad de dag dat hij naar zijn nieuwe thuis verhuisde beginnen op te raken en thuis thuis staan nog een aantal paar goede schoenen. De pet is voor wanneer er weer sneeuw komt. 'Als hij dan weer sneeuwballen gaat gooien en een sneeuwpop gaat bouwen wordt zijn hoofd niet zo koud', aldus Mam. 'Handschoenen waren ook handig geweest', zegt Broer. Daar had Mam niet aan gedacht.


Pap vertelt over de sneeuwpret van afgelopen december, het klokkenmuseum in Asten waar hij naar toe is geweest. Hij geniet nog steeds van de extra activiteiten die wij voor hem bij het tehuis hebben ingekocht. 

Hij vertelt over zijn puzzelboek met woordzoekers, de tekenles (de plaatjes in zijn nieuwe boek zijn te moeilijk), dat hij zijn beurs en kamersleutel kwijt is. 'Maar die zijn de vorige keer ook terug gekomen', zegt Pap, die duidelijk niet met het verlies zit al is de afwezigheid van een eigen sleutel wel onhandig. Zijn stukje taart is zo weg, even later gevolgd door de koekjes van Broer en mij.

Tussen de bedrijven door gaan Broer en ik even met de verzorging praten (en ja, zij vinden ook dat hij een goede dag heeft). Wij vragen een gesprek met de tehuis-arts aan, ik laat mijn e-mailadres achter en binnenkort krijgen we wat data door. Mooi geregeld.

Terug in het cafetaria haalt Zoon nog wat te eten en te drinken voor de familie. Pap, nooit een druktemaker, wordt stiller en stiller, is moe van het lange concentreren. We nemen afscheid van Broer en Mam en brengen Pap terug naar zijn kamer. Ook daar volgt een kort afscheid. Op weg naar huis zegt Zoon, 'Het was leuk mam, opa was redelijk bij en fijn dat iedereen op een plaatst was. Samen vieren maakt het leuker'. Ik kan niet anders dan dat beamen. 

Thuis open ik snel mijn mail om naar de sneeuwpret foto's te kijken die Schoonzus van de week door heeft gestuurd. Ik had ze nog niet gezien. Aan alles kan ik zien dat Pap genoten heeft van het 'spelen in de sneeuw'. Het verklaart waarom hij zo hoopvol naar de wolken zat te kijken en zei, 'Daar kon wel eens sneeuw uit vallen'.

5 maart 2013

Nu de dramatiek voor the time being uit het leven van mijn ouders is verdwenen zie ik ze niet meer zo vaak. Net als vroeger, toen beide nog geen eigen hoofdstuk in de medische encyclopedie hadden, ga ik in de wintermaanden maar zelden die kant op. Straks, wanneer Broer en Schoonzus hun weekenden en vakanties weer in het Hoge Noorden doorbrengen, en het 's-avonds wat langer licht is, ga ik wat vaker die kant op. Maar nu, nee, nu dus niet. 

Vorige week had ik een reden om die kant op te gaan. Broer en ik hadden een gesprek met de instellingsarts over Pap. Voordat we met de arts in gesprek gingen zijn we even bij Pap geweest. Nou ja, bij de man die fysiek op mijn vader lijkt. Heel af en toe zie ik mijn vader even verschijnen, maar over het algemeen staat er een vreemde tegenover mij. Mijn vader die altijd de rust zelve was.. Mijn vader die ik slechts eenmaal in mijn leven boos heb gezien… Mijn vader is mijnvader niet meer. Zijn plaats is ingenomen door een kleine (hij is zeker 10 centimeter gekrompen) boosaardige kobold die altijd kwaad is. Is hij een keer niet kwaad dan hoeft er maar dit te gebeuren en het gaat mis. 

Zo ook vorige week. Het begon goed. Hij vond het leuk Broer en mij te zien. Hij had namelijk toestemming van een van ons nodig om maandag met een uitstapje mee te gaan. Zijn overbuurman, de zingende man, begon zich met het gesprek te bemoeien en ineens werd Pap boos. Heel erg boos. Broer en ik namen hem mee naar een andere ruimte en deden ons best om het te helpen die boosheid los te laten. Iets wat ons niet lukte. Gelukkig kunnen de dames van de verzorging dat wel, hoewel pap weer uitbarstte toen de overbuurman voorbij liep en iets tegen hem zei.

Die boosheid heeft Pap over zich sinds hij dementerende is Een tijdje werd deze karakater verandering in toom gehouden door zijn medicijnen maar nu, een dik jaar nadat hij met die medicijnen gestart is begint de werking te minderen en komt  alle boosheid er uit. Zo verschrikkelijk veel boosheid. Jarenlange opgekropte woede en frustratie lijkt het wel. Het ergste aan het hele verhaal is dat hij wel boos wordt, soms ook nog vaag een aanleiding kan benoemen maar de achterliggende oorzaak kan hij niet verwoorden. Daarmee is het ook lastig om het te helpen die boosheid achter hem te laten. Bovendien klap ik dicht zodra die boosheid opsteekt omdat ik de persoon tegenover mij dan niet meer herken, een vreemde is voor mij.

Fysiek maar vooral mentaal gaat Pap zo hard achteruit. Elke keer wanneer ik hem zie zie ik minder mijn vader en meer kobold. Dat doet pijn. Het aftakelingsproces wat onderdeel is van deze gruwelijk ziekte is dusdanig dat ik het niemand gun. Ik moet echt mijn best doen mij mijn vader te blijven herinneren zoals hij was en niet zoals hij nu is.

Na anderhalf jaar afscheid nemen vraag ik mij af hoe lang het afscheid nog gaat duren. Ik hoop voor ons, maar voor voor Pap, dat het geen eeuwigdurend afscheid wordt. Terwijl ik dit schrijf voel ik mij weer schuldig voor het feit dat ik geen compassie kan opbrengen voor deze vreemde die de plaats van mijn vader heeft ingenomen. Voel ik mij een slecht kind. Misschien ben ik dat ook wel. Hoewel, volgens mij ben ik vooral een liefhebbende dochter die haar vader een beter leven gunt dan hij nu heeft. 

Gelukkig zijn na een paar dagen de scherpste kantjes van het verdriet wel weer weg. Op naar de volgende ontmoeting, het volgende afscheid.

13 maart 2013

Mam is bijna jarig. 'Laten we maar uit eten gaan', heeft zij gezegd. 'Pap mag graag eten. Die Chinees bij hem om de hoek is goed. De dag maakt mij niet uit, regelen jullie het maar'.

Vandaag haalt Zoon zijn opa op. Hoe boos Pap soms ook is, als Zoon er bij is houdt hij zich in. 
Pap staal al met zijn jas aan klaar. Zoon krijgt een potje met medicijnen in zijn handen gedrukt en samen wandelen zij naar de Chinees. Zij zijn de eerste. Er wordt een ronde tafel voor ons gezelschap klaargemaakt en de heren bestellen alvast wat re drinken. 

Al snel zit de hele familie rond de tafel. De bestelling wordt opgenomen. Voor de grap zeg ik tegen de ober, 'Strak wil ze een ijsjes met sterretjes om haar verjaardag echt te vieren'. We lachen maar dan zegt Pap, 'Ze is morgen pas jarig!'. Hij heeft gelijk. Op mijn vraag hoe oud zij wordt zegt hij gedecideerd, 'Veertien'. We schieten in de lach. Mam wordt tachtig Pap, zegt Broer. Pap hoort het niet meer, hij is met zijn medicijnen bezig. We praten, lachen, eten. Pap praat en lacht mee. Wanneer we het ijs, voor Mam met sterretjes, op hebben en op de koffie wachten vraagt Mam aan Pap of we met zijn verjaardag ook bij de Chinees zullen eten. Pap kijkt bedenkelijk. Chinees eten met de familie is leuk en lekker maar 'Ik weet niet wat Alex en Trix dan doen', zegt hij aarzelend. We kijken hem aan. 'Die komen niet naar jouw verjaardag Pap', zeg ik, 'Dus daar hoeven we geen rekening mee te houden.  Niet gerustgesteld zegt hij, 'Een van die twee wordt koning en er wordt gesproken over 27 april'. 

Arme Pap. Door de abdicatie van Koningin Beatrix is hij niet langer meer jarig op Koninginnedag. Er is weer een zekerheid uit zijn leven verdwenen.




30 april 2013

Koninginnedag 2013. Een vreemde dag wat mij betreft. Vandaag is het de laatste keer dat op Pap's verjaardag landelijk de vlag wordt uitgestoken. Niet voor hem al hebben Broer en ik vroeger aardig wat vriendjes en vriendinnetjes het tegendeel wijs gemaakt.

De tijd van op 29 april gebak halen, op 30 april 's-morgen als gezin naar het defilé kijken, om daarna de verjaardag van Pap te vieren ligt ver achter ons. Zoals dat gaat met het ouder worden: Kinderen vliegen uit en krijgen een andere tijdsbesteding. Er wordt afscheid genomen van de oudere generatie en dan komt er ook een tijd waarin generatiegenoten het tijdige met het eeuwige verwisselen. Ondanks het wegvallen van familie en vrienden is de traditie om 's-morgens naar de Koninklijke familie te kijken gebleven zodat er altijd wat te bespreken is mocht er onverhoopt toch iemand op bezoek komen en al kwam er steeds minder bezoek, Pap's trots om op Koninginnedag jarig te zijn is gebleven. Groeide zelf. Het is zijn laatste houvast.

Houvast ja. Nu Pap aan het dementeren is en er om de zoveel tijd even gecheckt wordt hoe de vlag er bij hangt scoort hij altijd minimaal 20% in de tijd. Vraag een, 'Wanneer is het Koninginnedag?', is een eitje voor hem. Vanaf dit jaar niet meer.

Vorig jaar heeft Pap zijn verjaardag in het verzorgingstehuis gevoerd. Mam lag in het ziekenhuis, Broer en Schoonzus waren op vakantie, Zoon en ik zijn bij hem op bezoek geweest, hebben voor 30 personen gebak gebracht. Het was ons meteen duidelijk dat hij gewoonte getrouw naar de Tv had gekeken. Hoewel Zoon en ik al weer weg waren tegen de tijd dat de taart werd aangesneden weet ik dat Pap genoten heeft van het feit dat hij met zo veel mensen aan het gebak heeft gezeten. Voor mij stond een ding vast en dat was dat ik jaarlijks voor gebak zou zorgen op 30 april. 'Zo ware helpe mij God Almachtig', om maar even de woorden van onze Koningin te gebruiken.

De abdicatie van Beatrix gooit roet in het eten hoewel ik het idee heb dat het voor Pap en zijn medebewoners een fantastische TV dag is geworden. Ikzelf heb er niet zo gek veel van meegekregen, heb de TV pas 's-avonds aangezet. Niet dat ik naar Eindhoven ben geweest om gebak te brengen. Vanwege alle activiteiten rondom Kroningsdag 2013 hebben we als familie in overleg met de verzorging afgesproken dat Pap zijn verjaardag op 2 mei viert. Zoon en ik zullen aan het begin van de middag gebak brengen, dan wat tijd stukslaan in Eindhoven om rond half vijf Pap op te halen om amen met de rest van de familie te gaan om zijn 87ste verjaardag te vieren.

Begrijpelijk hoor, dat later vieren van Pap's verjaardag. En toch levert het mij een vaag onbestendig gevoel op. De laatste keer dat er voor hem gevlagd wordt is zijn familie er niet bij. Waarschijnlijk heb ik er meer last van dan hij. Eigenlijk weet ik dat wel zeker. Hij heeft gewoon iets oranje's te snoepen gekregen, heeft samen met de bewoners naar de TV gekeken, heeft commentaar kunnen leveren op alles wat er gebeurde, heeft in het middelpunt van de belangstelling gestaan, heeft een goede dag gehad. Een dag die we donderdag dunnetjes over doen.

Maar goed, ik zet dus tegen 8 uur de TV aan, en viel net in de herhaling van het begin van de rede van onze Koning. Lieve Moeder, zei hij, en bedankt haar voor 33 jaar bewogen en bevlogen jaren. Ik schoot vol en herhaal hier de strekking van zijn woorden. Lieve Vader, bedankt voor pak 'em beet 40 heerlijk kneuterige Koninginne-  annex verjaardagen inclusief vlag die ik heb mogen meemaken. (Ik weet dat ik ietsjes ouder ben dan 40, maar ook ik ben niet altijd in de gelegenheid geweest om op 30 april bij hem op bezoek te gaan). 

En weer heb ik een stukje afscheid genomen.

2 mei 2013

Iets na vieren zijn Zoon en ik bij Pap. Hij zit aan een tafeltje voor drie. De man en vrouw tegenover hem babbelen druk; Pap kijkt wat wazig voor zich uit. Hij is blij verrast ons te zien. De vrouw vraagt wie wij zijn en Pap antwoord, 'Gewoon mijn dochter, en mijn kleinzoon'. Wanneer hij dat laatste zegt verschijnt er een lach op zijn gezicht. Pap nodigt ons uit om er bij te komen zitten. Ik schud van nee en vertel hem dat we zijn cadeautje komen brengen en dat we daarna met de rest van de familie uit eten gaan. Mijn zin is te lang. Halverwege is Pap afgehaakt en zegt ietwat bedrukt, 'Dus jullie gaan al weer?'. Ik knik en zeg 'Maar jij gaat mee'. Zijn gezicht klaart op. We lopen naar zijn kamer en Zoon geeft hem het cadeau. Een doos celebrations. Pap kijkt of hij niet weet wat hij er mee moet doen. 'Lekker opeten opa', zegt Zoon.

Pap trekt zijn jas aan. Een van de dames komt zijn medicijnen brengen. We zijn klaar voor vertrek. Onderweg van tehuis naar Chinees vertelt Pap een onsamenhangend verhaal. Ik probeer er achter te komen waar hij het over heeft maar het word mij niet duidelijk. Eenmaal binnen bij de Chinees vraag ik hem of hij dinsdag naar de kroning heeft gekeken. 'Nee, ik kijk wel mooi uit. Ik was zelf bijna de koning'.  Zijn aandacht wordt afgeleid door de ober die vraagt wat hij wil drinken. Hoe ik ook mijn best doe om hem meer over zijn bijna-koningschap te laten vertellen, het lukt mij niet.

'Ik ben pas gaan wandelen'. Pap noemt de straatnamen op. Ik knik en zeg 'Dat was een hele wandeling zeg. Je zal wel moet geweest zijn daarna'. Pap knikt bevestigend. Dan noemt hij nog wat straatnamen op. Volgens mij de route die hij tijdens de oorlog gelopen heeft om van huis naar school te komen. Anderhalf uur lopen. Het is duidelijk dat hij met zijn gedachten in een ver verleden verkeert.

'Waarom zitten we eigenlijk hier?', vraagt hij. 'Omdat jij van de week 87 jaar bent geworden', antwoord ik. Hij is even stil, denkt diep na en zegt met een bedrukt gezicht, 'laat ik nu toch altijd gedacht hebben dat ik 86 ben'. Ik leg uit dat hij tot voor twee dagen geleden ook 86 was en dat die vergissing dus helemaal niet erg is. Hij kijkt opgelucht. Vergissingen die niet erg zijn, daar hoef je je niet voor te schamen.

Ik vraag hoe de vlaai hem 's-middags gesmaakt heeft. Ik krijg geen antwoord maar een wedervraag. Hoe ik weet dat hij die middag vlaai van het tehuis heeft gehad. 'Omdat die vlaai niet van het tehuis was Pap maar van jou. Zoon heeft deze vlaai hier tussen de middag afgegeven zodat jij voor je verjaardag kon trakteren'. Het idee dat die vlaai van hem was doet hem deugd. 'Ik vond het al te lekker voor tehuisvlaai', zegt hij trots.

Mam, Broer en Schoonzus kunnen binnen en wanneer zij zitten kunnen we bestellen. Beide oudjes eten weer als een dijker. Pap schept zo waar zelf, een beetje onhandig maar soit, een tweede bord vol. Wanneer we ijs willen bestellen zegt de ober dat het ijs voor Meneer al klaargemaakt wordt. Wachtend op het ijs dut Pap in. Heel af en toe doet hij even zijn ogen open maar hij zegt niets. De ijsjes van Broer, Zoon en Mam worden binnengebracht. Pap reageert er niet op. De koffie van Schoonzus en mij wordt neergezet. Weer geen reactie. Zijn ijs komt er aan. Met sterrenflikkers. Zijn ogen zijn ineens wagenwijd open en wanneer de sterrenflikkers gedoofd en verwijderd zijn maakt hij het ijsje vakkundig soldaat. Tegen zevenen verlaten we het restaurant. Pap wil naar bed. Ik draag het cadeautje van Broer en Schoonzus. Buiten op de stoep nemen we afscheid van elkaar. De ober komt naar buiten en overhandigt Pap een cadeautje. Pap glundert tot en met zeker wanneer hij de Chinese vaas die in de doos zit heeft gezien. Broer, Schoonzus en Mam rijden aan en Zoon, Pap en ik lopen in een rustig tempo naar zijn thuis.

We bellen aan. Een van de dames (de naam van Pap voor alle medewerksters van het tehuis) maakt de deur open en zij zegt tegen Pap, 'We zitten weer te genieten van die heerlijke taart van u'. Pap glimt er van. We lopen naar zijn kamer. Onder toeziend oog van Pap geef ik de vaas een mooi plekje voor het raam. Hij trekt zijn jas uit, hangt deze op en maakt het licht uit. Om naar bed te gaan denk ik. Pap gaat het laatste jaar altijd rond zeven uur naar bed, deels uit angst dat hij anders geen bed heet om te slapen. Maar nee, ik heb mij vergist. 'Ik ga even daar naar toe', zegt Pap en wijst richting het zitje waar de dames en een paar bewoners aan de taart zitten. 'Daar hebben ze taart!!'.

Als wij vertrekken zit hij tussen een aantal andere bewoners en wacht totdat hij een stukje taart krijgt. Onderweg naar de auto stuur ik Broer een SMSje om hem van deze onverwachte wending op de hoogte te stellen. 'Mooi', reageert Broer, 'Dan is-ie nog een keer jaar'. Grinnikend rijden wij naar huis.  'Ons' Pap is een echte oude snoeper.

22 juli 2013

Ik ben al een tijdje niet meer bij Pap op bezoek geweest. Broer en ik hadden het plan om voor hun vakantie nog een etentje te plannen maar Pap's gezondheid en mijn hernia inclusief medcijn gebruik waardoor ik geen auto mag rijden gooide roet in het eten.  De vakantie van Broer en Schoonzus is een feit. Ik had nog maar net het appje van Broer ontvangen dat zij in Friesland zijn aangekomen en dat ik de komende drie weken het aanspreekpunt ben voor Pap of ik word gebeld. Het verzorgingstehuis van Pap. De mevrouw die ik aan de lijn heb klinkt nerveus maar zij komt wel meteen to the point. Ze hebben Pap die ochtend op de grond van zijn kamer gevonden. Gevallen. Hij heeft een paar flinke sneeën in zijn gezicht en hij zit onder de blauwe plekken. Een van de sneeën is door de dokter gehecht, zo diep was die. Hoewel Pap aanspreekbaar is, weet hij niet meer wat er is gebeurt.

Nu de exelon pleisters niet meer werken is het weer kwakkelen geblazen met Pap. De dames en heren doktoren doen hun best een medicijnmix te vinden die maakt dat hij goed slaap, stevig op zijn benen staat, niet te veel geheugencapaciteit inlevert en geen last heeft van hallucinaties en een eventueel delier op afstand houdt. Tot  op heden zijn zij daar nog niet in geslaagd en is het vooral met het slapen van Pap slecht gesteld.

Net als lang geleden in het ziekenhuis, toen hij heel snel doorhad dat die anti-slipmat naast zijn bed daar vooral lag zodat de nachtzuster meteen wist dat hij uit bed kwam 's-nachts en Pap er alles aan deed om die mat bij het uit bed stappen te ontwijken (met een aantal forse valpartijen tot gevolg) weet hij nu dat de dames op een of andere manier op de hoogte zijn van zijn nachtbraak-neigingen. Zo is hij laatst wel uit bed gekomen maar om te voorkomen dat de bewegingsdetector dit op zou pikken is hij heel stil naast zijn bed blijven staan met door vocht opgezwollen benen tot gevolg. Ik vermoed dat zijn valpartij voortkomt uit stilstaan naast het bed en bevangen worden door de hitte. Nadeel van een hittegolf.

Vanavond word ik nogmaals gebeld. Omdat Pap al weken lang slecht slaapt ondanks de Seroquel en twee slaapmiddelen (een inslaper en een doorslaper) heet de arts hem vanavond ook nog tien druppels Dipiperon (antipsychoticum) gegeven in de hoop dat hij hierdoor wel kan slapen. Verder krijg ik te horen dat Pap slecht eet, kauw- en slikproblemen heeft en dat hij daarom op een dieet van soep, pap en astronautenvoeding is gezet. Bovendien trekt hij zich verder en verder in zijn eigen wereldje terug.

23 juli 2013

's-Avonds bel ik zelf even in de hoop te horen te krijgen dat de Dipiperon druppels hun werk hebben gedaan maar helaas. pap heeft weer een nacht niet geslapen. Ik hoor de bezorgdheid in de stem van de dame. Hij weigert te eten en te drinken, slaapt niet meer, leeft in zijn eigen wereldje. Wel lijkt hij weinig last van zijn wonden te hebben en blijft hij van het verband aan zijn hoofd af. Een geluk bij een ongeluk.

Wanneer ik ophang neem ik mij voor om uiterlijk zaterdag bij hem op bezoek te gaan. Ik ben cold turkey gestopt met de opiaten onder mijn pijnmedicatie. Deels vanwege de bijwerkingen. Ik zit onder de blauwe plekken en de galbulten, ging wazig zien en dat wat ik zag (het monster van loch Ness samen met haar kinderen zwemmend door de Maas) daar werd ik niet vrolijk van. Bovendien mag ik met deze medicatie geen autorijden. Ik probeer nu met paracetamol de ergste pijn op afstand te houden. Het is even niet anders.

Dat ik nu gestopt ben betekent dat ik vanaf morgen weer auto mag rijden en dat is best een prettig gevoel nu ik zulke berichten over Pap krijg.

25 juli 2013

Eind april hebben Broer en ik in overleg met de arts van het verzorgingstehuis waar pap woont een aantal afspraken omtrent medisch handelen ten aanzien van Pap's ziekte besproken. Wanneer Pap zou weigeren om te eten of te drinken zou zijn wens gerespecteerd worden en wanneer hij dusdanig ziek zou worden dat niet medisch ingrijpen zou maken dat hij kan gaan rusten, zou er medisch niet ingegrepen worden. Wel zou er in dat geval met morfine voor gezorgd worden dat hij geen pijn zou lijden en menswaardig het leven zou kunnen verlaten.

Eind april konden wij niet vermoeden dat het drie maanden later zo ver is/lijkt te zijn. De medicijnen die Pap een jaar lang behoorlijk 'normaal' hebben laten functioneren zijn uitgeweekt. De arts heeft zijn best gedaan een vervangende medicijnmix te vinden maar tot op heden heeft dat geen resultaat gehad. Integendeel zelfs. Pap is hard achteruit gegaan, zeker de laatste paar weken.

Het begon met niet slapen, onrust, maandag een valpartij, dinsdag weigeren om te eten, drinken of medicijnen in te nemen. De vocht afdrijvers krijgt hij daarom intraveneus omdat verdrinken in je eigen vocht niet onder een menswaardig einde valt. Sinds woensdagavond krijgt hij morfine. Woensdag na het tweede telefoontje vanuit het tehuis bel ik mam en we spreken af zaterdag samen bij hem op bezoek te gaan. Wanneer ik woensdag net na bedtijd wordt gebeld weet ik dat zaterdag wel eens te laat kan zijn. Dus ga ik donderdag werken met in mijn achterhoofd 'regelen dat ik vrijdag bij Pap op bezoek kan'.

's-Morgen belt de waarnemend arts met de melding dat het minder gaat met Pap. Dat hij erg onrustig is, last heeft van de bijwerkingen van de haldol en dat ze daarom met de haldol zijn gestopt. Een uur later belt zij weer met de mededeling 'Ik heb begrepen dat je langs wilde komen. Ik zou dat niet lang uitstellen, hij is nu nog aanspreekbaar'. Zij zegt nog meer. Onder andere dat ik een slechte dochter ben omdat ik haar niet toesta om Pap middels een infuus eten en drinken toe te dienen. 'U beseft dat het buiten 35 graden is en dat het bloedheet is op zijn kamer'. Slik. 'Ja dat besef ik'. De dames, die weten van de gemaakte afspraken, staan achter mij. Steunen mij. Leggen geen extra last op mijn schouders.

Ik laat alles uit mijn handen vallen, sein mijn officieuze baas in (die toevallig mijn officiële baas aan de lijn had), bel Zoon en Mam en rijd van Venray naar Venlo om Zoon op te halen, ehalen,enn dan door naar Eindhoven om Mam op te halen. Wanneer wij anderhalf uur na mijn vertrek bij Pap's stekkie aankomen ligt hij net in bed en heeft weer morfine gehad. 'Het leven is lijden', zong Robert Long ooit en Pap is daar, in zijn huidige situatie, een goed voorbeeld van. Zelden (hum, ik heb nog nooit aan een sterfbed gezeten) iemand gezien die zo worstelt om te mogen gaan, maar bij wie het niet lukt.

Met gesloten ogen hangt hij achterover in de kussens. Hij registreert de aanwezigheid van Mam of mij niet. Maar ook die van Zoon gaat langs hem heen, daar waar hij normaal altijd extra alert wordt van de aanwezigheid van zijn t kleinkind. Drie uur babbelen we met hem, sussen hem, houd ik hem tegen wanneer hij probeert op te staan. Zijn uitgemergelde lijf ruikt naar zeep en staat in schril contrast met zijn zongebruinde huid, een teken dat hij tot voor kort regelmatig buiten kwam. Wanneer de dames hem komen verzorgen zie ik dat hij doorlig plekken heeft. Nu al. Zijn magere armen zijn ongekend sterk. Steeds vaker en steeds langer stopt hij met ademhalen, maar telkens start hij weer zwoegend met ademhalen. Mam streelt hem door zijn haren, sust hem met de woorden 'Rustig jongen'. De woorden komen niet meer binnen, de aanraking wel.

We zijn al een dikke drie uur bij hem, wanneer hij kans ziet half uit bed te komen. Ik houd hem tegen, maar krijg hem niet terug in bed gelegd. Pap kermt en Zoon haalt de verzorging er bij. Pap wordt in bed geholpen en krijgt weer een injectie met morfine. Ik zie dat Mam aan het eind van haar latijn is en we nemen afscheid van Pap. Tenminste van zijn lijflijk omhulsel. Het afscheid van zijn geest hebben we al heel lang geleden genomen.

Op weg naar Mam's huis bespreken we diverse scenario's voor een volgend bezoek. Op het moment van schrijven is de planning zaterdag weer even bij hem op bezoek te gaan. Maar elk telefoontjes vanuit kan voor een verandering in het plan zorgen. Voor Pap hoop ik vanuit het diepst van mijn hart dat het volgende telefoontje betekent dat zijn worsteling ten einde is.

26 juli 2013

Toen de woorden om te vertellen wat hij voelde niet meer kwamen, verloor het leven alle glans en werd de wil om te sterven groter dan de wil om te leven. Op 26 juli rond de klok van half acht, net na binnenkomst van de vrouw met wie hij op de kop af 58,5 jaar getrouwd was, stopte hij met ademhalen.  Zijn kaarsje is uit. Het is goed geweest. Pap heeft de rust gevonden die hij verdient.



Nawoord 

Tijdens het samenvoegen en herschrijven van de teksten heb ik enorm getwijfeld over de inhoud  en waar ik zou stoppen. Oorspronkelijk is Van hier naar daar het verhaal van Pap. Dat er ook regelmatig  stukken over Mam tussen staan komt omdat haar gezondheid onderdeel was van zijn ziekteproces. Pas op het moment dat ik zijn overlijdensbericht hier neer heb getikt wist ik, hier stopt zijn verhaal. Hier stopt mijn verslag.  Hier stopt Van hier naar daar. Het is goed zo.

Salut!

Tekeningen

De tekeningen tussen de tekst zijn op een na van mijn vaders hand. Nadat mijn ouders naar de flat zijn verhuisd ging hij op zoek naar een nieuwe hobby waar je geen grote schuur en veel gereedschap voor nodig hebt. Het werd tekenen/schilderen. Na-tekenen en schilderen want 'fantasie om iets zelf te bedenken heb ik niet', zei hij altijd. Eind 2011, toen de boze kobold genaamd dementie zijn geest over ging nemen raakte hij zij teken/schildervermogen kwijt. Eenmaal in de dagopvang kreeg hij les van een kunstenares die vrijwilligerswerk bij de dagopvang deed. Later, toen het tehuis zijn thuis werd, kreeg hij als onderdeel van het ingekochte activiteitenprogramma voor hem een halve dag per week privé les. De onderste twee tekeningen illusteren wat mij betreft de lelijkheid van dementie. Het linkse plaatje is het voorbeeld, het rechterplaatje dat wat hij er toen nog van kon maken. Rechte lijnen, een griezelige boom, verdwenen schoonheid.


2 opmerkingen:

  1. Wat was een hoop herkenbaar! Wat ik niet snap is dat een arts jou verwijt een slechte dochter te zijn omdat je infuus met vocht weigert. Hoe durft ze dit te beweren?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Deze arts had problemen met het deel 'niet ingrijpen'. Dat ging voor haar gevoel tegen haar eed in. Het personeel had haar er al op gewezen dat zij fout bezig was. Via mij probeerde zij haar gelijk te krijgen. Twee jaar eerder was ik misschien wel gezwicht. In dat stadium echt niet meer.

      Knuffel btw. Ik gun niemand de herkenning.

      Verwijderen

Reacties zijn welkom. Altijd!